1872 Van Rotterdam naar zee in een rechte lijn

Een gewaagd werk, vond Thorbecke het, maar ook 'een werk, dat wij moeten wagen'. Dankzij de Nieuwe Waterweg kon Rotterdam uitgroeien tot wereldhaven. Het koninkrijk bestaat dit jaar tweehonderd jaar. Trouw staat wekelijks stil bij belangrijke momenten uit de nationale geschiedenis. Vandaag aflevering 16.

Vanuit zijn huis in de duinen bij Hoek van Holland kijkt Piet Heijstek uit op de nalatenschap van zijn overgrootvader Lodewijk. Afkomstig uit het dorpje Emmikhoven in het land van Heusden en Altena kwam die in de jaren zestig van de negentiende eeuw als polderwerker naar het gebied ten westen van Rotterdam om er met vele anderen mee te graven aan de verbinding met de Noordzee, de Nieuwe Waterweg. Spades, kruiwagens, emmerbaggermolens en vooral spierkracht, veel meer gebruikten de arbeiders niet. Waar tot dan toe niet meer dan twee verdwaalde boerderijen en een windmolen stonden, verrees nu een gelegenheidsdorp bestaande uit plaggenhutten gemaakt van wilgentenen en riet. Piet Heijstek, oud-onderwijzer en amateur-historicus: "Onderkomens waar je 's zomers uit wegbraaide en 's winters uit wegwaaide."

Een colporteur die in 1878 namens een bijbelgenootschap een kijkje kwam nemen schrok van het 'ruwe' en 'goddeloze' volk dat hij aantrof. De nieuwe nederzetting lag op het grondgebied van het streng christelijke 's-Gravenzande. Daar beschouwden ze die gemeenschap van werklui eveneens als een sodom en gomorra. Overgrootvader Lodewijk Heijstek kreeg het meisje uit Den Briel waarmee hij trouwde pas in een tweede poging voorgoed mee naar dit van alles en iedereen verlaten oord, het latere Hoek van Holland.

Die naam bestond al langer. Voor de komst van de Nieuwe Waterweg werd er een landtong aan de steeds verder verzandende monding van de Maas mee bedoeld. Met het nieuwe kanaal werd die doorstoken en was Rotterdam weer zonder omwegen bereikbaar. De laatste jaren voeren de meeste schepen via het Haringvliet en het Goereese gat. Dat betekende zeker honderd extra kilometers en vergde bij ijsgang of extreme wind grote stuurmanskunst. Niet voor niets zeiden sommige schippers dat Brouwershaven halverwege de weg naar Indië lag.

Het oorspronkelijke plan voor een kanaal kwam van Nicolaus Cruquius. "Niets ter wereld is beter in staat om de woedende zee te temmen en de doolende zanden op te vangen dan de krachtige uitloop van een rivier!", luidde zijn advies aan het hoogheemraadschap Delfland in 1731. Maar zoals zijn plan voor de drooglegging van de Haarlemmermeer pas in de negentiende eeuw werd uitgevoerd, bleef ook zijn idee voor een waterweg op de plank liggen.

De draad werd in het midden van de negentiende eeuw weer opgepakt. Naar goed Nederlands gebruik bracht eerst een commissie het probleem in kaart. De mogelijkheid om een kanaal aan te leggen, kwam opnieuw ter tafel. Daarbij hoefde volgens het uiteindelijke verslag geen rekening te worden gehouden met al te speculatieve toekomstvisioenen. "De voorbeelden van de thans gebouwd wordende monsterachtige zeekasteelen, zijn te veel bij een ieder bekend en hebben het publiek in den laatsten tijd te zeer beziggehouden, dan dat het noodig zou zijn, daarvan nadere melding te maken. Zij getuigen van een ondernemingsgeest en een vooruitgang en verdienen onze bewondering, maar de meeste deskundigen zijn voor oordeel, dat deze reusachtige schepen uitzondering zullen zijn op den algemeenen regel en niet tot richtsnoer behoeven te strekken bij het ontwerpen van nieuwe waterwegen."

De Nieuwe Waterweg moest bemeten zijn op schepen van 140 meter lang en 18 meter breed. Dat zou volstaan.

In 1862 werd bij wet besloten tot de aanleg van de Nieuwe Waterweg en het Noordzeekanaal. Het Rijk wilde Rotterdam niet voortrekken boven Amsterdam. Eerste minister Thorbecke vond het een gewaagd werk, maar ook "een werk, dat wij moeten wagen".

Vier jaar later werd met de nodige feestelijkheden een begin gemaakt met de aanleg van de Nieuwe Waterweg. Prins Hendrik, de broer van koning Willem III, stak tot drie keer toe een spade in de grond. Hij sprak daarbij de hoop uit dat de aanleg tot heil van Rotterdam en de streek zou strekken. Vervolgens verdween de prins in de voor de gelegenheid neergezette feesttent. Mannen, die van heinde en verre op het project waren afgekomen, moesten de rest van de klus klaren.

Ingenieur Pieter Caland, die eerder deel uitmaakte van de commissie, had de leiding over het project. Hij geloofde dat de waterweg door getijdenwerking en een trechtervormige monding op diepte zou blijven. Dat bleek een misrekening. Voor de monding van de Nieuwe Waterweg vormde zich een nieuwe zandbank, die het in- en uitgaande schepen lastig maakte.

Nieuwe inschattingen van ingenieurs, baggermachines en de inspanningen van arbeiders als Lodewijk Heijstek, maakten het kanaal in de decennia daarna alsnog begaanbaar. Hoek van Holland trok nieuwe bedrijvigheid. De Britse Great Eastern Railway Company ging varen tussen Harwich en Hoek van Holland. Om die reden werd het spoor van Rotterdam doorgetrokken naar de jonge kustplaats. De activiteiten trokken mensen uit alle hoeken van Nederland. Veel echte blijvers waren er nog niet bij. Bedrijven detacheerden hun mensen voor even in Hoek van Holland. In het opbloeiende Rotterdam kwamen nog meer mensen uit andere regio's samen. De schepen brachten bovendien de hele wereld naar de stad. En veel inwoners van Noord-Europa die hun geluk wilden beproeven in Amerika, stapten er op de boot.

Rotterdam eerde Waterweg-ingenieur Pieter Caland in 1906 met een monument. Burgemeester Alfred Zimmerman hield een toespraak. "Als met een vinger der onsterfelijkheid is op de kaart van Nederland een streep getrokken, welke van Rotterdam naar zee wijst en die ten eeuwigen dage zal herinneren aan de schepping van de waterweg."

De stad mocht Caland en met hem alle mensen die meewerkten aan de aanleg, inderdaad dankbaar zijn. Met de Nieuwe Waterweg groeide Rotterdam uit tot een haven van formaat. In 1850 verwerkte de stad jaarlijks een miljoen ton aan goederen, in 1900 al 9,5 miljoen ton. Tussen 1962 en 2004 mocht Rotterdam zich zelfs de grootste haven van de hele wereld noemen. Het bij de aanleg van de Waterweg zo gehoopte heil voor stad en ommeland werd het heil van Nederland. De gemeentegrenzen volgden de door de 'vinger der onsterfelijkheid' aangewezen richting. In 1914 nam Rotterdam Hoek van Holland over van 's-Gravezande.

De Hoek is allang niet meer een echte hoek. De Maasvlakte steekt als een door mensenhand aangelegde landtong minstens tien kilometer verder de zee in. Piet Heijstek ziet vanuit zijn huis immense containerschepen over de door zijn overgrootvader aangelegde vaarweg varen. De grootste zijn bijna vierhonderd meter lang en hebben een breedte van tegen de zestig meter. De 'monsterachtige zeekastelen' waarover anderhalve eeuw geleden nog met ontzag over werd gesproken, zijn er plezierbootjes bij.

Bepalende momenten op weg naar eenheid
Met het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden vormden de Nederlanders nog niet per se een eenheid. Op tal van momenten in de afgelopen twee eeuwen vielen ze te betrappen op gemeenschappelijke kenmerken of waren ze juist één in verscheidenheid. Wat bracht de natie bijeen? Wat dreef de natie uiteen? In de serie 'Twee eeuwen Nederland' loopt dagblad Trouw tot eind 2013 elke woensdag langs bepalende momenten in tweehonderd jaar geschiedenis van het koninkrijk der Nederlanden. Een boek met alle artikelen verschijnt in het najaar van 2013.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden