1867 Een jammerlijke strook gronds

Nederland viert vanaf november het 200-jarig bestaan van het koninkrijk. Trouw blikt een jaar lang wekelijks vooruit. Wat verenigde de Nederlanders de afgelopen twee eeuwen en wat dreef ze uiteen? Vandaag aflevering dertien: aan de uiterste grenzen van het land was het nationaal gevoel nog nauwelijks ontwikkeld.

Wie op de markt van Sittard om zich heen kijkt, waant zich al een beetje in het buitenland. Een van de talrijke cafés huist in een zestiende-eeuws vakwerkhuis. Een andere kroeg heeft de on-Nederlandse naam Schtad Zitterd. Het hart van Nederland lijkt ver weg. Met de gebrekkige verbindingen van vroeger was die afstand - ook psychologisch - nog veel groter.

Bovendien: zonder ooit te emigreren, waren Sittardenaren die midden negentiende eeuw een gezegende leeftijd hadden bereikt al vele keren van nationaliteit gewisseld. Tot 1795 behoorde de stad tot het hertogdom Gulik (het tegenwoordige Jülich bij Aken), daarna werd de plaats Frans (1795), Nederlands (1813), Belgisch (1830) en weer Nederlands (1839).

Sittard vormde geen uitzondering. De hele streek was lang een staatkundige lappendeken. Wie komend vanuit het noorden de stad gepasseerd was, kwam in het huidige Zuid-Limburg. Dat overzichtelijke gebied, krap 25 bij 25 kilometer, viel tot de komst van de Fransen onder zo'n dertig verschillende heren. Daarna wisselden ook daar voortdurend de machtsverhoudingen. De historicus Louis Rogier noteerde later niet voor niets: "Het begrip vaderland was voor de meeste Limburgers even reëel als voor een vondeling het begrip ouders".

Na de definitieve afscheiding van de Belgen, in 1839 geregeld in het Verdrag van Londen, werd het oostelijke deel van de provincie Limburg weer Nederlands. Tegelijkertijd hoorde het gebied, met uitzondering van de vestingen Venlo en Maastricht en nabije omgeving, ook bij de Duitse Bond, een federatie van tientallen Duitse vorstendommen en enkele steden.

Luxemburg had voor 1839 al zo'n dubbelstatus. De westelijke helft van dat hertogdom was na het Verdrag van Londen echter voorgoed Belgisch geworden. Koning Willem I maakte een compensatiegebaar door het grootste deel van Limburg ook lid te laten worden van de Duitse Bond.

De Nederlandse koning werd tegelijkertijd hertog van Limburg. Bondswetten gingen voor de Nederlandse. Als de Bond oorlog voerde, diende Limburg troepen te leveren. Het kon Nederland zomaar meeslepen in een Europese oorlog. Het had in het geval van een oorlog tussen de Duitsers en Nederlanders de vreemde situatie kunnen opleveren dat Limburgers tegen Nederlanders hadden moeten vechten.

Fiscaal vielen de inwoners van Sittard en de rest van de provincie onder Nederland. Dat viel hen zwaar: inwoners van Sittard smeekten de koning in een adres om een status aparte: "Wij zijn in de onmogelijkheid, Sire, aan de verplichtingen en lasten, welke men van ons vergt, te voldoen, de financiële wetten en belastingen, buiten verhouding tot onze middelen en fortuinen, zouden ongetwijfeld den ganschen ondergang en het geheel verderf van Limburg medesleepen. Uwe Majesteit zal zeker geen mindere genegenheid voor Limburg dan voor Luxemburg koesteren, daarom strekt de allernederigste bede der ondergeteekenden, den ongelukkigen staat van zaken, waarin Limburg verkeert, te doen ophouden en Uwe Majesteit ootmoediglijk te smeeken, het Hertogdom Limburg, als een afzonderlijken staat te regeeren en te doen beheeren."

De Limburgers hadden weinig tot niets met Nederland. Als ze dan onder vreemde heersers moesten leven, waren de Duitse Bond en België belastingtechnisch veel aantrekkelijker. Vooral aansluiting bij de nieuwe staat onder leiding van koning Leopold I had velen kunnen bekoren. Tegen de zin van veel burgers bleef Maastricht ook tussen 1830 en 1839 Nederlands. Velen hielden Bernard Dibbets, de commandant van de vesting, verantwoordelijk. Na zijn dood kreeg hij een praalgraf nabij de Boschpoort. Maastrichtse mannen leerden hun zoontjes erop te plassen. Het grafmonument werd later verplaatst naar de kazerne van de stad en stond daar voor de zekerheid achter een hek. Het stoffelijk overschot van de generaal was toen al zoek. Volgens een van de verhalen zou het in de Zuid-Willemsvaart gegooid zijn.

Jan Lodewijk baron van Scherpenzeel Heusch bepleitte al in het midden van de jaren veertig van de negentiende eeuw afscheiding van Nederland en definitieve aansluiting bij de Duitse Bond. Enigszins merkwaardig, want een paar jaar eerder was hij nog hartstochtelijk voorstander van aansluiting bij België.

De baron rook zijn kans in het roerige jaar 1848. Hij was inmiddels parlementslid in Den Haag en Frankfurt. In de laatstgenoemde stad brak hij een lans voor het losmaken van Nederland. Hij kreeg brede steun. Maar daar bleef het bij. De Duitse Bond weigerde de daad bij het woord te voegen. In Limburg staken sommigen wel Duitse bondsvlagen uit. Breed gedeeld enthousiasme ontbrak echter. Als het erop aankwam, voelde de bevolking net zo weinig bij Frankfurt als bij Den Haag.

Sommige Nederlanders waren enthousiaster over het idee. "Wat heeft het voor zin, dat Limburg, een jammerlijke strook gronds, welke de titel van Hertogdom voert, Hollands sympathie niet heeft noch iets bijdraagt tot diens bloei en welvaart, tot een Nederlands gewest te maken", beweerde de publicist Jean Bossevain. In zijn in 1848 verschenen brochure 'De Limburgsche kwestie' omschreef hij het buitengewest als "een uitwas van ons land, dat onze beste sappen verteert; een vraemd aanhangsel".

Ook de doopsgezinde predikant Jacobus Craandijk, die vermaard werd door zijn 'Wandelingen door Nederland met pen en potlood', voelde zich in Limburg vreemdeling in eigen land. Landschap, architectuur en dialect, alles week af: "Dwaalt gij over de bergen, klopt gij aan de eenzame boerenhoeven, wisselt gij een woord met den arbeider op den akker, met het deerntje dat de koe hoedt. Het kan u ligt gebeuren dat uw Hollandsch evenmin wordt verstaan, als gij een letter begrijpt van de taal, die gij hoort."

In 1867 was er een nieuw Verdrag van Londen nodig om een oorlog tussen Frankrijk en Pruisen te voorkomen. De diplomaten kwamen aan de onderhandelingstafel overeen dat de voorgenomen verkoop van Luxemburg door koning Willem III aan Frankrijk voor vijf miljoen gulden niet doorging. In de zijlijn van de besprekingen bepaalden ze dat Limburg definitief opging in het Nederlandse staatsbestel. De staatkundige banden met Duitsland werden helemaal doorgesneden.

Op andere gebieden bleven de contacten hecht. Economische ontwikkelingen steunden veelal op buitenlands kapitaal. Nederlandse financiers toonden weinig belangstelling voor deze afgelegen provincie.

Het hart van veel Limburgers bleef ondertussen uitgaan naar aansluiting bij België. De taal uit het noorden wende ook moeilijk. Literator Frans Erens in zijn memoires 'Vervlogen jaren': "Zooals iemand die begint met rooken in den eersten tijd door een onprettig gevoel wordt aangedaan, maar later door de gewoonte er overheen komt, met gemak begint te rooken en er smaak in gaat vinden, zoo stond de Limburger tegenover het Nederlandsch."

Pas in de loop van de twintigste eeuw werd de band tussen Limburg en de rest van Nederland hechter. De gebeurtenissen tijdens de twee wereldoorlogen speelden daarbij een belangrijke rol, net als de verbetering van de infrastructuur die noord en zuid dichter bij elkaar bracht.

Bepalende momenten op weg naar eenheid
Met het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden vormden de Nederlanders nog niet per se een eenheid. Op tal van momenten in de afgelopen twee eeuwen vielen ze wel te betrappen op gemeenschappelijke kenmerken of waren ze juist één in verscheidenheid. Wat bracht de natie bijeen? Wat dreef de natie uiteen? In de serie 'Twee eeuwen Nederland' loopt dagblad Trouw tot eind 2013 elke woensdag langs bepalende momenten in tweehonderd jaar geschiedenis van het koninkrijk der Nederlanden. Een boek met alle artikelen verschijnt in het najaar van 2013.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden