1856 De eenarmige Eendracht der natie

Nederland viert vanaf november het 200-jarig bestaan van het koninkrijk. Trouw blikt een jaar lang wekelijks vooruit. Wat verenigde de Nederlanders de afgelopen twee eeuwen en wat dreef ze uiteen? Vandaag de tiende aflevering: de onthulling van het nationaal monument op de Dam.

'Een gedenkteeken aan den Volksgeest en het Leger van Nederland in de jaren 1830-1831' moest het worden. Vandaar dat bij de onthulling van het nationaal monument op de Dam op 27 augustus 1856 naast koning Willem III en de Amsterdamse burgemeester Cornelis Boot volop oud-strijders aanwezig waren. Zelfs de invaliden Jan Pieper en Hendrik Wijler ontbraken niet. Ze waren matroos en bootsjongen op de kanonneerboot van Jan van Speijk, toen die een kwart eeuw eerder besloot "dan liever de lucht in" te gaan, en behoorden tot het handjevol overlevenden.

De festiviteiten rond het gedenkteken, die in totaal vijf dagen duurden, mochten de zuiderburen echter niet te veel tegen de haren instrijken. Daarom kwam het oorspronkelijke ontwerp ook nooit in uitvoering. Een kolossaal kruis gemaakt van omgesmolten, buitgemaakte Belgische kanonnen kon in Brussel weleens slecht vallen. Aan een allegorische vrouwenfiguur, die de eendracht moest voorstellen, zouden ze zich daar allicht minder storen. Helemaal nu voor haar vervaardiging Belgisch zandsteen werd gebruikt.

Zelfs de beeldhouwer was een Belg, al mocht Louis Royer na vele jaren hier en met zijn staat van dienst zo onderhand wel Nederlander genoemd worden.

De kunstenaar werd in 1793 geboren in Mechelen, studeerde in Amsterdam en Parijs, en raakte tijdens een reis naar Italië nog meer gegrepen door het neoclassicisme.

In het midden van de jaren dertig van de negentiende eeuw verleende koning Willem I hem de eretitel 'beeldhouwer des konings' en werd Royer benoemd tot directeur van de Koninklijke Akademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. In de daaropvolgende jaren vervaardigde hij een hele reeks standbeelden van grote vaderlanders: Willem van Oranje in Den Haag, Michiel de Ruyter in Vlissingen, Laurens Janszoon Coster in Haarlem, en Rembrandt van Rijn en Joost van den Vondel in Amsterdam.

De opdracht voor het gedenkteken op de Dam was zo mogelijk nog eervoller. Nergens in het koninkrijk was meer nationale symboliek op een klein oppervlak te vinden dan op de Dam in Amsterdam: een statig paleis, de kerk van de koninklijke inhuldigingen en de graven van helden als Michiel de Ruyter, Pieter Cornelisz. Hooft, Joost van den Vondel en Jan van Speijk en - op de plek van de huidige Bijenkorf - sinds 1845 het neoclassicistische beursgebouw als tempel van het Nederlands kapitaal.

Royers vier meter hoge beeld keek vanaf een achttien meter hoge zuil in de richting van het paleis. Vrouwe Eendracht leidde ondanks haar prominente plek een kommervol bestaan. De Amsterdammers gaven haar al snel de bijnaam 'Naatje van de Dam'. Wellicht kwam dat door een wat krullerigere i op de inscriptie op het monument. 'Natie' kon daardoor gemakkelijk worden gelezen als 'Natje'. Natje werd Naatje, want dat verwees weer naar 'Naadje', een van de vele synoniemen in de volkstaal voor het vrouwelijk geslachtsdeel.

Er werd ook wel gesproken van het 'geelbleek Hollandsch maagdje'. Dat was een verwijzing naar het zandsteen, een materiaal dat overigens niet erg sterk bleek. Al gauw raakte Naatje haar neus kwijt. Vrouwe Eendracht moest onthoofd worden voor een restauratie. In 1905 verloor ze haar rechterarm.

Aan de voet van de zuil hoorden leeuwenkoppen water te spugen. Maar de installatie die dat moest regelen, werkte zelden. De bassins aan de voet van het monument stonden daardoor meestal leeg. Dat daar vaak schoenpoetsers en straatslijpers stonden, droeg evenmin bij aan de waardigheid van de plek.

"Bemint uw vaderland, vereert uw voorgeslacht!", dichtte Jan Frederik Helmers al in De Hollandsche natie (1812). In de eerste decennia van het koninkrijk werden echter nauwelijks standbeelden opgericht voor de helden van de natie. Laat staan dat er een 'statuomanie' was, zoals in andere Europese landen waar het nationalisme aan kracht won.

Vanaf de jaren veertig ging Nederland de schade een beetje inhalen. Toch kwam vrijwel geen monument zonder discussie tot stand. Een volk zonder veel vermogen tot bewonderen en - toen al - een ingebakken gelijkheidsdenken had vaak moeite met mannen die zich in steen ver boven het maaiveld verhieven.

Rembrandt van Rijn op een voetstuk op een Amsterdams plein? Moest die eer niet voorbehouden blijven aan weldoeners, behouders en redders van het vaderland, vroeg een briefschrijver zich in 1841 af in De Tijdgenoot. "Welk eene verbazende klove is er niet tusschen Rembrandt en De Ruyter?"

Over een standbeeld voor de dichter Willem Bilderdijk ontstond onenigheid, omdat deze vaderlandse helden uit eerdere tijden bekritiseerd had. Plannen voor een monument voor Thorbecke stuitten op verzet van de Haagse gemeenteraad en ook de conservatieve minister van binnenlandse zaken Jan Heemskerk Azn. was tegen zo'n roerloze liberaal in de regeringsstad. De grondwetshervormer kreeg uiteindelijk een plekje in Amsterdam, op een steenworp afstand van het Rembrandt-beeld dat een kwarteeuw eerder zo druk bediscussieerd was.

En Naatje? Die maakte in 1914 plaats voor de aanleg van tramrails. "Zoo is dan heden in het stille morgenuur, omstreeks half acht, het Eendrachtsbeeld op den Dam van zijn voetstuk geheven en neergelegd op het plaveisel", memoreerde het Algemeen Handelsblad.

"Dat was het begin van de algeheele verdwijning van onze, door den volksmond populair geworden gedenkzuil. En daarmee gaat alweer een stukje herinnering uit Amsterdam heen." De inwoners van de hoofdstad leken niet echt te treuren. Ze zongen: "En Naatje van de Dam? Die moet verdwijnen voor de elektrische tram."

Er kwam wat voor terug. Al duurde dat even. Op 4 mei 1956 werd op dezelfde plek een nieuw nationaal monument onthuld. Ter nagedachtenis aan een nieuwe oorlog, maar met herkenbare discussies voor- en achteraf over symboliek, esthetiek en gebruik.

Al in 1961 werden Kamervragen gesteld over ontheiliging van deze sacrale plek: "Is het juist, dat het voetstuk van dit monument geregeld door allerlei jongelui wordt gebruikt om er op te zingen, kaarten, hun boterhammen te eten, hun toilet te maken, enz.? Zo ja, moet hier dan niet worden gesproken van een misbruik, waartegen behoort te worden opgetreden?" Niemand kon op dat moment vermoeden tot wat voor zit-, hang-, slaap-, drink- en rookplek het monument in de jaren daarna zou veranderen.

De honderd jaar geleden gesneuvelde Naatje leeft voort in de Nederlandse taal. De uitdrukking "Het is naatje (pet)" verwijst naar Vrouwe Eendracht op de Dam.

undefined

Bepalende momenten op weg naar eenheid

Met het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden vormden de Nederlanders nog niet per se een eenheid. Op tal van momenten in de afgelopen twee eeuwen vielen ze wel te betrappen op gemeenschappelijke kenmerken of waren ze juist één in verscheidenheid. Wat bracht de natie bijeen? Wat dreef de natie uiteen? In de serie 'Twee eeuwen Nederland' loopt dagblad Trouw tot eind 2013 elke woensdag langs bepalende momenten in tweehonderd jaar geschiedenis van het koninkrijk der Nederlanden. Een boek met alle artikelen verschijnt in het najaar van 2013.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden