1853 Het trillen van een hartstogtelijke snaar

Nederland viert vanaf november 2013 het 200-jarig bestaan van het koninkrijk. Trouw blikt een jaar lang wekelijks vooruit. Wat verenigde de Nederlanders de afgelopen twee eeuwen en wat dreef ze uiteen? Vandaag de negende aflevering: het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie door het Vaticaan zorgt voor onrust.

Nederland verloor zijn kalmte in het voorjaar van 1853. "Wat zeldzaam is voor ons nationaal karakter, op straat, in koffijhuizen, in de schouwburgen, in de kerken, overal werd gepolitiseerd, getwist en gestreden", schreef de journalist Izaak Jacob Lion korte tijd later. Hij drukte zich nog mild uit. Katholieke geestelijken werden op straat openlijk bespot en liepen de kans een pak rammel te krijgen. Protestanten boycotten roomse middenstanders en ontsloegen personeel die dat geloof aanhingen. Voor een cent werden poppen verkocht die bisschoppen moesten voorstellen. "Hij kan ook hangen!", luidde de aanprijzing. Huizen van prominente katholieken werden beklad. Het leek wel alsof "een kolossaal krankzinnigenhuis zijn bevolking door de straten van Amsterdam heeft losgelaten", vond de katholieke schrijver Joseph Alberdingk Thijm. Hij was er niet gerust op en stuurde vrouw en kinderen uit veiligheidsoverwegingen naar 't Gooi.

Vanwaar al die opwinding? In maart 1853 lekte via The Times uit dat het Vaticaan de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland had hersteld. Haarlem, Breda, Den Bosch en Roermond werden de zetels van de nieuw aangestelde bisschoppen. De aartsbisschop zou nota bene neerstrijken in Utrecht. Daar was in 1579 met de Unie van Utrecht de basis gelegd voor de onafhankelijkheid van de Spanjaarden en het Nederlandse protestantisme. De Nederlandse kerkprovincie werd ontbonden. In grote delen van de republiek werd het rooms-katholicisme verbannen naar een bestaan in de marge. Missen werden opgediend in schuilkerken. Ons' Lieve Heer op Solder in Amsterdam, nog altijd een museum, is misschien wel het bekendste voorbeeld.

In de Franse tijd werd een scheiding van kerk en staat doorgevoerd. De nieuwe overheid had weinig op met religie, maar katholieken kregen nu wel dezelfde rechten als protestanten. In de eerste jaren van het koninkrijk der Nederlanden, voor de Belgische afscheiding, waren de 'papen' zelfs in de meerderheid. De grondwetsherziening van 1848 maakte na 250 jaar 'dolen door de woestijn' de weg vrij voor herstel van de bisschoppelijke hiërarchie. Het kabinet, onder leiding van Thorbecke, realiseerde zich dat dit een uiterst gevoelig onderwerp was, maar beschouwde de ontwikkeling als een onvermijdelijk uitvloeisel van de constitutioneel ingeslagen weg.

Dat de gemoederen in de lente van 1853 zo hoog opliepen, had ook te maken met de manier van optreden en het taalgebruik van de betrokken kampen. Die blonken niet uit in fijnzinnigheid. Paus Pius IX schreef in zijn bul over "het zwaard en de razernij van de calvinistische ketterij" die al bijna drie eeuwen hun vernietigende werk hadden gedaan in de Nederlandse kerkprovincie, "de beminde wijngaard des Heren". De conservatieve en protestantse politicus Guillaume Groen van Prinsterer reageerde geprikkeld. Het grootste deel van de natie was volgens hem nog niet vergeten "dat de bodem met martelaarsbloed is doorweekt, het begeert niet te zeer te worden getergd". Wie een "dergelijke hartstogtelijke snaar aanroert" moest niet vreemd opkijken als hij een groot deel van de Nederlanders deed "trillen". De paus en de katholieken moesten de weerklank kunnen verdragen.

Thorbecke formuleerde zijn kritiek diplomatieker. De Tweede Kamer was met paasreces en kwam pas halverwege april met een reactie. De regering moest "krachtige vertoogen aan het hof van Rome" gaan houden. Veel protestanten vonden het te weinig en te laat. De geest was uit de fles. Thorbecke ontving dreigbrieven, waarin hem het lot van Van Oldenbarnevelt en de gebroeders De Witt werd voorgespiegeld: "Wilt gij liever wachten totdat gij de schavotten zult zien oprichten en brandstapels u zien tegenflikkeren? Protestanten, weest nu wakker."

Thorbecke was niet de enige die zich verkeek op de volkswoede. Het liberale Algemeen Handelsblad koos in zijn commentaar voor de nuance: de katholieken maakten gebruik van het grondwettelijke recht om hun eigen organisatie op te richten. De lezers pikten zoveel begrip niet. De krant verloor de helft van zijn publiek. Andere dagbladen stookten het vuurtje juist op. Ook brochures, pamfletten en spotprenten verhitten de gemoederen verder.

Een beweging van verontruste protestanten begon steun te verzamelen voor een petitie aan de koning. Dat werd een voor die jaren ongekend succes. Politiek was tot dan toe een zaak van enkelen. Nu zetten ruim 200.000 mensen hun handtekening onder het smeekschrift aan de vorst. Het aantal kiesgerechtigden in Nederland bedroeg nauwelijks 80.000.

De petitie noemde het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie "geheel in strijd met den geest van het Nederlandsche Volk, hetwelk door alle tijden heen, evenzeer op onafhankelijkheid van vreemde overheersching als op betamelijke vrijheid van godsdienst den hoogsten prijs heeft gesteld". Het adres was daarmee niet zozeer tegen katholieken gericht. De vrees was veel meer dat het Vaticaan naast religieuze ook wereldlijke macht nastreefde. Dat leverde het risico op dat een deel van de Nederlanders twee heren zou gaan dienen, de koning en de paus, en als het er op aankwam vooral de laatste.

De koning werd rechtstreeks aangesproken als nazaat van Willem van Oranje. Het kabinet realiseerde zich welk mijnenveld de vorst kon betreden bij het in ontvangst nemen van de petitie en formuleerde een diplomatiek dankwoord. Koning Willem III voelde niets voor zoveel voorzichtigheid. Hij nam het adres met instemming in ontvangst en onderstreepte het historische karakter van het moment: "Deze dag heeft den band tusschen het Huis van Oranje en Nederland nog hechter vastgesnoerd en dierbaarder aan mijn hart gemaakt".

Het kabinet reageerde furieus. De koning moest zijn uitspraken in een openbare verklaring rechtzetten, vonden de ministers. Toen deze dat weigerde, stapten ze op.

Het paste bij de andere pogingen van Willem III om zijn door de nieuwe grondwet aangetaste macht te herstellen. Dit was bovendien een uitgelezen kans om van de door hem gehate Thorbecke af te komen. Diep van binnen zal de koning zich bovendien nog hebben beschouwd als de ultieme vertegenwoordiger van de volkswil. Pas meer dan een decennium later zou hij zich morrend schikken in een meer constitutionele rol.

Na de verkiezingen trad een veel conservatiever kabinet aan. Ook die ploeg kon het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie niet terugdraaien. De katholieke emancipatie ging door. Net als het politiek bedrijven in protestantse geest. In wezen vormde de Aprilbeweging van 1853 een vooraankondiging van het verzuilde Nederland. En Den Haag ervoer voor het eerst - en zeker niet voor het laatst - de kracht van de publieke opinie.

Bepalende momenten op weg naar eenheid
Met het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden vormden de Nederlanders nog niet per se een eenheid. Op tal van momenten in de afgelopen twee eeuwen vielen ze wel te betrappen op gemeenschappelijke kenmerken of waren ze juist één in verscheidenheid. Wat bracht de natie bijeen? Wat dreef de natie uiteen? In de serie 'Twee eeuwen Nederland' loopt dagblad Trouw tot eind 2013 elke woensdag langs bepalende momenten in tweehonderd jaar geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden. Een boek met alle artikelen verschijnt in het najaar van 2013.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden