1831 De ridderlijke hand van een weesjongen

Nederland viert vanaf november 2013 het 200-jarig bestaan van het koninkrijk. Trouw blikt een jaar lang wekelijks vooruit. Wat verenigde de Nederlanders de afgelopen twee eeuwen en wat dreef ze uiteen? Vandaag aflevering vijf: de verering van marineofficier Jan van Speijk, die zich opblies voor het vaderland.

Een romp die reikt van navel tot net iets boven het sleutelbeen. Geen spoor van een onderlijf. De hals is grotendeels weggeslagen, het hoofd helemaal. Linkerschouder en linkerarm ontbreken. De rechterarm houdt op bij de elleboog. Het klinkt cru, maar een meer waarheidsgetrouwe afbeelding van Jan van Speijk dan deze anonieme potloodschets uit 1831 in de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam bestaat niet.

Wat er precies gebeurde toen een Nederlandse kanonneerboot op 5 februari van dat jaar door een noordwesterstorm de wal bij de citadel Antwerpen raakte, zal evenmin ooit helemaal duidelijk worden. Woedende Belgen stormden het schip op. De tweede luitenant-ter- zee Jan van Speijk (29) vroeg of hij nog even wat mocht pakken. Met zijn pistool of een brandende sigaar bracht hij vervolgens het aanwezige kruit tot ontploffing. Zijn beroemde laatste woorden 'Dan liever de lucht in' lijken een verdichtsel.

Op alle andere schilderijen, prenten, glazen, serviezen, tabaksdozen en andere memorabilia met Van Speijks beeltenis die daarna vervaardigd werden, was zijn uiterlijk verzonnen of gebaseerd op beschrijvingen van mensen die hem gekend hadden. Het lijdt geen twijfel dat de herinnering van velen was bijgekleurd. De anonymus Van Speijk bestond niet meer. Zijn plek was ingenomen door de nationale held Van Speijk. Die moest er uitzien als een man van stavast.

Diens hele leven werd met terugwerkende kracht één lange aanloop naar zijn einde als martelaar voor het koninkrijk der Nederlanden. De schrijfster Barbara van Meerten probeerde de jeugd niet alleen te stichten met een kinderbijbel van haar hand. Ze was ook verantwoordelijk voor het in 1832 verschenen 'De zelfopoffering van den Nederlandschen zeeheld J.G.J. van Speyk, benevens eene schets van zijn leven, voor vaderlandschen zonen en dochters'. In hetzelfde jaar maakte Hendrik Breukelaar zijn portret van Van Speijk. Anders dan collega-schilders koos hij niet voor het dramatische moment vlak voor het exploderen van de kanonneerboot. De kunstenaar zette hem als peinzende jongeling neer bij het praalgraf van Michiel de Ruyter in de Nieuwe Kerk. De symboliek kon niemand ontgaan. Van Speijk kreeg op deze manier automatisch zijn plaats in de canon van Hollandse helden.

De meesten van hen stamden uit de Gouden Eeuw, de laatste verwierf zijn roem tijdens de Slag bij Waterloo. Nederlanders vervulden er slechts een bijrol. Maar Napoleon leed zijn definitieve nederlaag op hún grondgebied. De nieuwe natie wierp met 290.000 kuub aarde een heuvel op. Daar bovenop een 28 ton zware Nederlandse leeuw, een kanonskogel onder zijn klauwen, de blik gericht op de Fransen. Opdat ze het niet opnieuw in hun hoofd zouden halen om binnen te vallen.

Het monument markeerde de plek waar de Nederlandse kroonprins tijdens de slag gewond raakte. Hij hield er geen blijvend letsel aan over. De latere koning Willem II, die in de familie spottend 'Guillot' (Willempje) werd genoemd, had moed getoond. En dat werd beloond: hij mocht trouwen met de tsarendochter Anna Paulowna. Het Nederlandse volk schonk hem Paleis Soestdijk. En de rest van zijn leven droeg hij de eretitel 'held van Waterloo'. Zijn zoon kon tijdens zijn regeren niet verwijzen naar een soortgelijk moment van glorie, hoe graag hij ook wilde. Sommigen konden het niet laten om er de draak mee te steken. Omdat Willem III graag zwom in de vijvers bij zijn paleis bij Apeldoorn, bombardeerden ze hem tot 'waterheld van Het Loo'.

Met Van Speijk diende zich een heel ander nationaal voorbeeld aan. De Nederlandse autoriteiten hadden even tijd nodig om een goede indruk te krijgen van het incident in Antwerpen. Het duurde bovendien even voordat helemaal duidelijk werd wie die Van Speijk precies was. Daarna gingen alle remmen los. Het verhaal van een tot marineofficier opgeklommen wees, een jongen van het volk, die zich opofferde voor de nationale zaak, leende zich uitstekend voor nationalistische propaganda. Een natie, die een beetje verweesd achterbleef na de Belgische onafhankelijkheid, kon zich troosten met de gedachte dat de vaderlandsliefde nog fier overeind stond.

Nadat de Belgen het lichaam van Van Speijk vrij hadden gegeven, werden de delen geconserveerd in spiritus naar Amsterdam gebracht. De koning gunde hem een plaatsje in de grafkelder bij de Oranjes. De nabestaanden van Michiel de Ruyter stonden toe dat hij bij hun voorvader kwam te liggen. Uiteindelijk viel echter de keus op een apart praalgraf in de Nieuwe Kerk, waar Van Speijk in mei 1832 te rusten werd gelegd. Het geld kwam er mede dankzij een loterij - bij de prijzen hoorden brokstukken van de ontplofte kanonneerboot.

Ondertussen bezongen zoveel dichters de moed van de tweede luitenant-ter-zee dat later wel werd gesproken van een apart genre, de citadelpoëzie. In Egmond aan Zee werd de vuurtoren omgebouwd tot nationaal Van Speijk-monument. De marine zegde toe dat voortaan altijd een schip genoemd naar de held in de vaart zou zijn - een belofte die nog altijd wordt gehouden.

Onder de marmeren gedenkplaat die vlak na de dood van de marineofficier bij het Amsterdams Burgerweeshuis werd onthuld, verscheen een kwarteeuw na de gebeurtenissen nog een nieuwe met de dichtregels:

Aan Amstels burgerwees, wiens ridderlijke hand,

voor de eer van vorst en vaderland,

de lont sloeg in het kruid ten koste van zijn leven.

Aan hem die Nederlands vlag, geschonden en verscheurd,

aan de overmagt niet veil kon geven

dan in zijn bloed gekleurd...

Over het bloed van alle anderen die Van Speijk meesleepte in de dood, over de strategische betekenis van zijn daad (nihil) en andere bedenkelijke kanten van zijn zelfmoordterrorisme avant la lettre kon lang niet worden gesproken. Relativering van Van Speijks heldendom stond gelijk aan heiligschennis. Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw durfden de meest vrije geesten het aan om hun vraagtekens te plaatsen. De vroegste herinnering van criticus Conrad Busken Huet (bouwjaar 1826) ging terug tot het eerbetoon aan Van Speijk in 1831. Als kleuter had hij met rood-zwarte linten aan zijn pet door Den Haag gelopen. Het waren de kleuren van Amsterdam en van de kleren die de wezen op kosten van die stad kregen. Als kind was hij naar eigen zeggen 'gevoed met moedermelk en citadelpoëzie'.

Multatuli vroeg zich hardop af of Van Speijks zelfopoffering nu werkelijk zo'n 'vaderlands zee-mirakel' was. Het antwoord liet zich raden: de schrijver had in zijn Duitse jaren een kanarie die regelmatig zijn schrijfsels bevuilde met zijn uitwerpselen. De naam van de vogel: Van Speijk. De vogel was immers ook een wees en ook een schepsel dat liever de lucht in wilde.

Een jaar lang 'Twee eeuwen Nederland'

Tienduizenden vierkante kilometers land tussen Kortrijk en Groningen, Luxemburg en Den Helder vielen na de tijd van Napoleon toe aan een Oranje, koning Willem I. Dat kwam vooral omdat de grote mogendheden elkaar het gebied niet gunden.

Maar met het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden vormden de Nederlanders nog niet per se een eenheid. Wel vielen ze op tal van momenten in de afgelopen twee eeuwen te betrappen op gemeenschappelijke kenmerken, of waren ze juist één in verscheidenheid. De bevolking onderscheidde zich door aardigheden en eigenaardigheden. Grote gebeurtenissen zorgden voor eendracht of tweespalt. Nieuwe technologische mogelijkheden en nieuwe ideeën trokken hun sporen. Ondertussen werden de afstanden binnen Nederland en in de wereld kleiner.

In de serie 'Twee eeuwen Nederland' staat Trouw tot eind 2013 elke woensdag stil bij bepalende momenten in tweehonderd jaar geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden