14-jarigen hebben doorgaans al een baantje

Als het onderwijs op het vmbo mislukt, moet de lesstof worden aangepast. Leerlingen onderwijs onthouden, is geen optie. De meeste jongeren doen al werkervaring op. In hun vrije tijd. Zinnig werk moet in het lespakket worden geïntegreerd. Maar verder moet het niet gaan.

De jongen schoof het blik met de boterhammen langzaam, langzaam in de oven. Om de boterhammen te ontdooien. Dat had een mede-leerling gezegd. En toen ging hij wachten. Hij ging aan het wachten. Hij ging de daaropvolgende periode wachten.

Het was de meest veelzeggende scène in het recente tv-programma 'Lotsverbetering'. Het was een Marokkaanse jongen van een jaar of vijftien, die later in het programma zachtjes huilde, toen hij liefhebbend bestraffend werd toegesproken door een gemengd Marokkaans-Nederlands sprekende leraar, en nog later heel langzaam en precies potjes pindakaas stond te ordenen in een supermarkt.

Hier in mijn dorp zie je ze niet, je ziet nauwelijks kinderen. Maar op het Amsterdamse Amstelstation ziet het zwart van de allochtone jongeren. Het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs in de grote stad is gelijk aan de allochtone jeugd.

Het vmbo, de nieuwe combinatie van mavo en voorbereidend beroepsonderswijs, herbergt 60 procent van de jongeren tussen de twaalf en zestien. Wat moeten we met ze aan? Staatssecretaris Adelmund stelde onlangs voor dat vmbo-leerlingen een deel van hun schooltijd mogen gaan werken. Is dat een goed idee? Of moeten ze naar school, om te leren: wiskunde, aardrijkskunde, schilderen-koken-frezen.

Het allesoverheersende probleem voor de leraar in het voortgezet onderwijs, een probleem zo groot dat hij het soms niet eens meer ziet, is de leerlingen tot leren te verleiden. Hunkeren naar kennis is een kenmerk van echte kleintjes en kan ook weer optreden later op de universiteit.

Slimme mensen zoals u en ik hebben er hun hele leven last van, maar de gemiddelde puber hunkert naar andere dingen. Dat geldt zeker voor het onderwijs aan de niet zo heel succesvolle leerlingen die op het vmbo terecht komen. Wat doet de leerling die verzocht wordt om te leren, maar daar geen zin in heeft? Hij wacht. Wachten tot de leraar is uitgepraat, wachten tot de opdracht klaar is, wachten tot de buurman het antwoord heeft, wachten op de bel, de hele dag door wachten.

Ze willen best wel wat leren, maar niet zoveel, niet de hele dag door. Dan verwordt leren leren tot het afleren te leren. Het leren zou verdund moeten worden en dus is het werken tijdens schooltijd een goed idee.

Het leerlingwezen, waarbij de gezel op de werkplek de leerling het beroep leert, was immers een succesvolle, een tot recent in Duitsland veel meer verbreide vorm van scholing. Dat de leerling niet precies komt te werken in de branche waar hij zijn toekomst zoekt, is niet zo erg. Weemoedig denk ik terug aan mijn 'praktisch werk' in de Julia, een kolenmijn in Zuid-Limburg, waar ik achttien jaar oud als imitatie-kompel op mijn knieën door de pijler kroop. Ik leerde er schijnbaar niets maar het was, zo weet ik, heel nuttig voor mij.

Maar, nu de maren - vier stuks.

1.Adelmund maakt opportunistisch gebruik van de grote personeelstekorten. Als straks het economisch weer omslaat, zitten we met de gebakken peren, met leerlingen die geen werkplek kunnen vinden.

2.Eigenlijk is Adelmund opgezadeld met de erfenis van Netelenbos. Bij de invoering van het vmbo enkele jaren geleden is gestreden over de balans theorie - praktijk, over de balans algemene vorming - beroepsvoorbereiding. Toen is niet getornd aan de vooral theoretische, algemeen vormende basisvorming die voor een groot deel de inhoud van de vierjarige vmbo-opleidingen bepaalt.

Dat kon Netelenbos, die net zelf de basisvorming door de kamer had geloodst, zich niet permitteren. Van het schuiven van stukken praktisch mbo-onderwijs naar het vmbo is niets terecht gekomen.

Terecht klaagde het onderwijsveld toen en klaagt het nu, dat de vmbo-programma's te theoretisch zijn geworden. Met haar pleidooi voor het laten werken van leerlingen slaat Adelmund te ver door. Als het onderwijs op het vmbo mislukt, moeten de onderwijsinhouden worden aangepast in plaats van de leerlingen onderwijs te onthouden.

3.In haar bespreking van het boek 'De sleutel tot succes' van de onderzoeker Maurice Crul voerde Sarah Blom in NRCHandelsblad een nieuw, interessant argument aan. Het vmbo is te veel gericht op lesstof, te veel gericht op vaardigheden, waardoor overdracht van cultureel erfgoed tekort schiet. Een mooi voorbeeld leverde het Marokkaanse meisje-met-hoofddoekje in het tv-programma 'Lotsverbetering': zij wist niet hoe wij in Nederland vork, mes en lepel neerleggen. Een gemengde school schept betere randvoorwaarden voor die overdracht van cultureel erfgoed, vindt Blom. Toch een middenschool dus?

4.Over wat voor soort probleem hebben we het eigenlijk, kan men zich afvragen. Gaat het over een onderwijskundig probleem - wat doen we met niet zulke intelligente kinderen van 14-15-16 jaar? Of is het een sociologisch probleem - wat doen we met tweede generatie-immigranten van deze leeftijd uit culturen die sterk van de onze afwijken? De aard van het probleem bepaalt mede de oplossing ervan.

De maren moeten nader bestudeerd worden, maar duidelijk is dat de school te vaak een in zichzelf gekeerd instituut is. Ieder zichzelf respecterende jongere heeft tegenwoordig een baantje. Het is niet alleen om het geld. Het is een vlucht naar voren, naar de echte wereld, misschien zelfs naar het culturele erfgoed. Ze hebben gelijk, de jongeren. Werk en school moeten samengaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden