13 maart 2006 De grijze abeel of grauwe populier is een hybride

tussen de esp en de witte abeel. Waar beide ouders groeien, komen natuurlijke bastaarden in het wild voor, vooral in de kalkrijke binnenduinen.

De grauwe populier bloeit voordat het blad verschijnt. De mannelijke katjes zijn grijsharig, kort en dik, met roodachtige helmknoppen tussen de wollige katjesschubben. Ze vallen af als ze het gele stuifmeel hebben afgegeven. Vrouwelijke bomen zijn zeldzaam.

De grauwe populier is het best te herkennen aan de grote schorsporiën bij jonge exemplaren, die de vorm van wybertjes hebben. Van oude bomen is de schors veel donkerder, soms bij zwart af, met een netwerk van verticale groeven. De kortloten zijn knobbelig door de vele littekens van afgevallen bladeren en katjes van vorige jaren.

De grauwe populier maakt veel wortelopslag. Daardoor is het een uitnemende zandbinder en wordt de boom nogal eens in de duinen geplant. Hij is bestand tegen zeewind en droogte. De grauwe populier groeit in open ruimten, want hij kan slecht tegen schaduw en zal dus geen bos van dicht opeenstaande bomen vormen. Twijgen van de opslag en langloten zijn meestal wat groter dan de normale bladeren en nooit handlobbig ingesneden, hooguit gelobd. De bladeren aan de kortloten zijn ronder dan bij de witte abeel en vaak helemaal gaafrandig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden