125 JAAR DE GOOI- EN EEMLANDER

Een van de laatste zelfstandige Nederlandse regionale dagbladen, De Gooi- en Eemlander, bestaat 125 jaar. Geen geringe prestatie in een tijd waarin lokale kranten worden opgedoekt of in het gunstigste geval opgaan in grote uitgeversconcerns. 125 jaar krantenhistorie in een gesprek met de huidige hoofdredacteur Hans van Zenderen.

FRED LAMMERS

In Almere verschijnt het Dagblad voor Almere als kopblad van De Gooi-en Eemlander. Ruim zestig redacteuren in vaste dienst verzorgen de inhoud. Daarnaast vaart de krant voor landelijk en internationaal nieuws in hoge mate op de GPD, de coöperatieve vereniging waarvan De Gooi- en Eemlander een van de oprichters is geweest. De grenzen van het territoir zijn nauwkeurig afgebakend van de aanliggende gebieden, waar de Amersfoortse Courant en het Utrechts Nieuwsblad verschijnen.

De kracht van het jubilerende blad is zijn regionale karakter. Negen lokale edities zijn de afgelopen jaren teruggebracht tot drie regionale edities met een breed plaatselijk nieuwsaanbod. Hans van Zenderen, sinds januari 1987 hoofdredacteur, is trots dat zijn krant er nog steeds in slaagt zelfstandig te blijven.

De Gooi- en Eemlander is een familiebedrijf. Sinds de gebroeders Klene de krant in februari 1901 van drukker Geradts overnamen, is het bedrijf van oom op neef in de familie gebleven. Tegenwoordig is ir. Chris Hooft, de schoonzoon van Bernhard Klene jr., directeur. Klene zelf woont als eigenaar in België en bemoeit zich op afstand met de bedrijfsvoering. De Klene's hebben tot nu toe nooit overwogen de krant te verkopen.

Zo'n familiebedrijf heeft, vindt Van Zenderen, voor- en nadelen. “Een van de grote voordelen is, dat de lijnen zeer kort zijn en beslissingen snel kunnen worden genomen. Je kunt merken dat er een bijzondere binding is met het bedrijf en het product. Tot en met de vorige directeur is het steeds zo geweest dat je binnen het bedrijf werd voorbereid op de directietaak. Een nieuwe generatie wordt er al op jonge leeftijd bij betrokken. We hebben hier altijd echte courantiers in de directie gehad. De schoonzoon van Bernhard Klene komt niet uit het krantenbedrijf, maar heeft wel een aantal jaren meegelopen voordat hij in zijn huidige functie terecht kwam.”

“Aan de andere kant merk je dat de directionele leiding niet in handen is van werknemers van het bedrijf. Men zit er wat dichter op en daarmee bedoel ik dan dat ze weten dat ze hun eigen geld uitgeven. Omdat het uit hun eigen portemonnaie komt zijn ze geneigd een gulden wat vaker om te draaien, wat mede heeft geleid tot de nog steeds goede rendabele positie van de krant. Er is een zuinig financieel beleid geweest. Een van de kenmerken van de familie Klene is dat ze zich verre hebben gehouden van vreemd kapitaal en geen schulden hebben aan banken.”

Als in films en televisieseries een krantenredactie voorkomt ziet die er in de ogen van de meeste journalisten, zeker bij die van landelijke kranten, ietwat onwerkelijk uit. De Gooi- en Eemlander zou er echter model voor hebben kunnen staan. Van Zenderen knikt begrijpend en vertelt dat ze op zijn redactieburelen wel eens opnamen komen maken. “Het is hier allemaal wat gemoedelijker en overzichtelijker. Zo stellen veel mensen zich de gang van zaken bij een krant voor.”

Recente lezersonderzoeken hebben uitgewezen dat dertig procent van de abonnees er een tweede krant bij leest. Dat moet niet nodig zijn, vindt Van Zenderen. “We moeten een krant maken die de mensen niet verplicht er een tweede bij te hebben. Ze moeten aan ons in principe genoeg hebben voor de nieuwsvoorziening. We spelen een niet onbelangrijke rol in de samenleving van de regio's waar we verschijnen. We willen in belangrijke zaken het voortouw nemen in de publieke discussie. We merken vaak dat ze ons een kritische krant vinden. Mensen hebben soms slapeloze nachten door hetgeen wij aankaarten. Er hebben de laatste jaren tot twee keer toe colleges van B en W (die van Hilversum en Huizen, red.) bij ons op de stoep gestaan om te proberen te achterhalen waar lekken zitten. Veel wijzer zijn ze niet geworden.”

Het geheim achter het succes van De Gooi- en Eemlander is volgens de hoofdredacteur het koopkrachtig gebied en de aanwezigheid van radio en televisie in de buurt. “Dat heeft ons naamsbekendheid gegeven. Medianieuws is voor ons in feite plaatselijk nieuws omdat het in onze achtertuin gebeurt. Dat geeft uitstraling. We willen er echt zijn voor de mensen in ons gebied in al zijn facetten. Dat betekent van tijd tot tijd een ver doorgevoerde vorm van kleinschaligheid zonder kneuterig te worden. Je moet ook niet te snel bang zijn dat iets kneuterig is.”

“Het gaat niet slecht met ons, al staat onze oplage onder druk. Dat laatste ervaren meer uitgevers van regionale kranten. Mensen zijn minder of samen gaan lezen, of denken genoeg te hebben aan de kabelkrant en de huis-aan-huisbladen. Maar de financiële gang van zaken is positief. De advertentiemarkt trekt weer aan. Hoe meer televisiezenders er komen, hoe beter dat is voor de kranten. We kijken regelmatig aan de hand van reële schattingen vijf jaar vooruit en als er geen rampen gebeuren weet ik zeker dat wij ruim over de eeuwwisseling heen nog steeds zelfstandig zullen zijn. Dat vind ik waardevol, nog meer voor de lezers dan voor de redactieleden. Ik denk dat het slecht is als op afstand wordt bepaald hoe een krant er in deze omgeving uit zou moeten zien. Als we bij Wegener zouden komen, het concern dat ons, evenals De Telegraaf, al jaren ziet als een gewaardeerde bruid, vrees ik dat we op den duur een kopblad van het Utrechts Nieuwsblad zouden zijn.”

Vandaar dat Van Zenderen deze week in een commentaar, gewijd aan het jubileum, deze directe binding tussen het dagbladbedrijf en zijn verspreidingsgebied 'de beste garantie voor een adequate informatievoorziening' noemde. Van Zenderen: “We zitten er middenin. Hier in huis bepalen we hoe de krant er uitziet en dat doen we vanuit onze eigen, rechtstreekse verbondenheid met het gebied waarin wij werken. Het unieke van deze krant is de daadwerkelijke betrokkenheid van veel mensen bij dit gebied. Ze wonen er, ze werken er, ze besteden er hun vrije tijd en hebben dus gewoon contact met de achterban.”

Gevraagd naar een typering van zijn krant zegt Hans van Zenderen, zijn woorden zorgvuldig kiezend: “Ik denk dat De Gooi- en Eemlander nog steeds een huisvriend kan zijn die elke lezer de spiegel van zijn naaste omgeving en zijn eigen stukje Nederland voorhoudt op een kritische wijze en met inachtneming van de specifieke regionale belangen.”

“In het verleden is er sprake geweest van een zekere arrogantie, zowel richting abonnees als ten opzichte van adverteerders. Maar dat is voorgoed voorbij. Tegenwoordig organiseren wij zelfs excursies in ons bedrijf voor nieuwe abonnees. Daarvan wordt druk gebruik gemaakt.”

Begin van dit jubileumjaar onderging De Gooi- en Eemlander een flinke gedaanteverwisseling. Van zeven kolom werd overgeschakeld op pagina's met acht kolommen. Van Zenderen: “Dat gebeurde na uitgebreide lezersonderzoeken. Hun opvattingen worden door ons serieus genomen. We maken een krant en niet alleen omdat omdat we het zelf leuk vinden, maar we willen graag worden gelezen. Met die verandering wilden we aangeven dat we ook qua vormgeving bij de tijd blijven. Als de techniek je meer mogelijkheden geeft, moet je die optimaal gebruiken. Aan de andere kant speelde een praktisch argument een grote rol. We waren de laatste krant die nog op zeven kolom drukte terwijl het advertentiemateriaal op acht kolom wordt aangeleverd.”

Ter gelegenheid van het jubileum kwam De Gooi- en Eemlander deze week met een bijlage waarin enige gebeurtenissen uit het verspreidingsgebied die er sinds 1871 uitsprongen worden uitgediept. Geen jubileumboek. Een boekuitgave verscheen vijf jaar geleden van de hand van de vroegere hoofdredacteur Guus Pikkemaat. Als historicus zette hij zich op verzoek van de directeur van het blad na zijn pensionering aan een studie van een donkere periode van de krant, de oorlogsjaren en de periode die direct daarop volgde. De Gooi- en Eemlander bleef tijdens de Tweede Wereldoorlog gewoon verschijnen, al gauw onder een vurige NSB-hoofdredacteur. Dat kwam de krant na de oorlog op een naamsverbod van twintig jaar te staan, later teruggebracht tot tien jaar. In die jaren verscheen de krant als De Gooi en toen ook die naam werd verboden 'Het Gooi- en Ommeland'. In 1956 mocht de vooroorlogse naam weer worden gehanteerd. Pikkemaat heeft aan de hand van gesprekken met oud-medewerkers die trieste episode tot in details beschreven. Archiefmateriaal was er nauwelijks meer over die jaren. Bernhard Klene sr. die in de bezettingsjaren directeur was, nam bij zijn afscheid in 1977 het nog aanwezige directie-archief uit die periode mee naar huis om het te verbranden. Het boek van Pikkemaat is niet in de handel gebracht. De eigen personeelsleden kregen een exemplaar en enkele overheidsinstanties mochten het aan hun collectie toevoegen. “Het boek is Pikkemaats persoonlijke visie. Ik denk dat hij het wel eerlijk heeft aangepakt. Met name is hij kritisch geweest ten opzichte van de toenmalige directeur, de heer Klene sr. Ik vraag me echter wel af of hij bij zijn beschrijving zijn Gooi- en Eemlanderhart van tijd tot tijd niet teveel heeft laten meespelen. Daar waar er twijfels waren heeft hij het voordeel van de twijfel aan de krant gegeven.”

De gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog blijven, is de ervaring van Van Zenderen, De Gooi- en Eemlander achtervolgen. “We worden van tijd tot tijd met dat oorlogsverleden geconfronteerd, terwijl wij daar niet voor verantwoordelijk zijn geweest. Het is in de geschiedenis van die 125 jaar een vervelende zaak, maar we moeten het ook niet overtrekken. Degenen die nu bij De Gooi- en Eemlander werken, hebben daar part noch deel aan gehad. Wat je te weinig hoort, is dat een behoorlijk aantal werknemers van de krant in het verzet zat. Er is ook behoorlijk wat verzet gepleegd tegen de NSB-leiding. Het is geen lijdzame zaak voor het geheel geweest. De toenmalige eigenaar/directeur kun je daarop aanspreken. Hij heeft een laakbare benadering van de bezetter gehad. De grootste fout is geweest dat ze de hele oorlog de krant zijn blijven maken en daardoor de bezetter de mogelijkheid hebben geboden de krant te misbruiken. Het blijft voor ons een gevoelig onderwerp.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden