12/06/06 - De knagende leegte van D66

Heeft D66 nog bestaansrecht of moet de partij maar eens worden opgeheven? Na tien verkiezingsnederlagen zijn de Democraten zo radeloos dat die vraag morgen zal rondzingen op het partijcongres in Zutphen. Kopstukken zien nog wel mogelijkheden, maar voor veel kiezers is de koers allang niet meer te volgen.

In Friesland ligt D66 ruim twee maanden na de gemeenteraadsverkiezingen nog steeds languit gestrekt. De partij ging in het noorden knock-out na de door het Friese electoraat uitgedeelde klap. Sommige leden wilden zelfs een naamswijziging. „Leden lopen weg, vrijwilligers hebben er geen zin meer in”, vertelt Erwin Keun, voorzitter van de afdeling Smallingerland. Ook in Zeeland verdween de partij op één raadslid na volledig van de kaart.

Boosheid heerst er in de achterban van D66. Boosheid over de Tweede-Kamerfractie in het verre Den Haag, die het debat over het sturen van troepen naar het Afghaanse Uruzgan volledig verprutste. Dreigen met een kabinetscrisis en vervolgens niets doen. Totaal ongeloofwaardig. „Dat heeft ons veel zetels gekost”, weet Keun.

Maar hij geeft eerlijk toe dat het niet alleen aan de kwestie-Afghanistan lag. „Wij zijn de afgelopen jaren wel heel erg een elitair hobbyclubje geworden. We zijn niet zoals het CDA, de PvdA en de SP diep geworteld in de samenleving. We hebben ons geïsoleerd van de bevolking.”

Lousewies van der Laan, fractievoorzitter van het D66-smaldeel in de Tweede Kamer sinds haar voorganger Boris Dittrich begin dit jaar als gevolg van de Afghanistan-perikelen ten onder ging, maakt een vergelijkbare analyse: „Inderdaad zijn er grote fouten gemaakt in het Afghanistan-debat, maar ik zie toch dieper liggende, ernstige en structurele problemen. Sinds 1994 hebben we tien verkiezingen verloren. We staan er slecht voor.” In NRC Handelsblad gaf ze haar eigen partij een 4.

D66’ers lijken dat niet allemaal te willen onderkennen, zo blijkt in Friesland. Onlangs bezocht Van der Laan de afdeling in Leeuwarden, waar de Friese Democraten stoom konden afblazen.

Te midden van pleidooien om uit de coalitie te stappen en opruiming te houden onder de D66-kamerleden, kwam een oudere D66’er met het voorstel dat de fractie in Den Haag maar nu eens echt werk moest maken van een generaal pardon voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Een ander vond dat de fractie zich sterk moest maken voor de Zuiderzeelijn.

Deze mensen zijn volledig losgezongen van partij en realiteit, vinden Erwin Keun, voorzitter van de afdeling Smallingerland, én Lousewies van der Laan. De partij is in het land gemarginaliseerd en de voorspellingen voor de verkiezingen volgend jaar (Staten en Kamer) zijn uiterst somber. En dat ligt niet aan de Afghanistan-kwestie.

„Een alcoholist kan toegeven dat hij inderdaad de laatste keer volledig over de schreef is gegaan, zoals wij in de kwestie-Afghanistan, maar dat neemt niet weg dat hij al twaalf jaar alcoholist is”, zegt Van der Laan.

Kortom, de partij is ziek, doodziek. Dit roept de niet onlogische vraag op of de patiënt nog kan rekenen op herstel.

Het D66-lid uit Amsterdam, Hans Onno van den Berg, denkt dat de partij niet meer tot leven kan worden gewekt. „D66 stond bekend als open en pragmatisch, maar is door de jaren heen verworden tot een platte op macht beluste politieke partij zonder aanhang.’’ Hij wil de partij opheffen. Anderen overwegen een nieuwe progressieve liberale partij op te richten.

D66-prominenten denken echter dat er nog steeds voldoende kansen zijn. Oud-partijleider Jan Terlouw: „Het unieke van D66 in de kern zit hem in zaken als democratisering en rechten voor de burger. En zeker niet in zaken als hypotheekrente-aftrek. Want dan kun je als kiezer shoppen.”

Van der Laan: „D66 wordt vooral geassocieerd met immateriële zaken en is daar sterk in.”

Oud-minister Roger van Boxtel: „Het blijft toch de partij voor mensen die iets meer willen piekeren en nadenken over wat er gebeurt in de wereld.”

Europarlementariër Sophie in ’t Veld: „De ideeën en plannen van D66, daar ligt het niet aan. We communiceren niet goed met de burger.”

De uitspraken van de D66-prominenten verbloemen niet dat er binnen de partij grote onzekerheid heerst over de koers en de toekomst. Op zichzelf is dat voor D66 niets nieuws. Zeven jaar na de oprichting had de partij zoveel kiezers verloren dat een meerderheid op een partijcongres voor opheffing stemde; het voorstel haalde niet de benodigde tweederde meerderheid.

In 1977 redde Jan Terlouw de partij van de ondergang door zijn lot afhankelijk te maken van 1666 nieuwe leden en een verklaring van 66.000 mensen dat ze D66 zouden stemmen. Deze campagne maakte de partij in korte tijd weer populair. Naast deze dalen kende de partij ook pieken, maar uitsluitend als er strijd werd geleverd vanuit de oppositie.

Het hoogtepunt van D66 was 1994, toen de partij onder lijsttrekker Van Mierlo met 24 zetels de verkiezingen won. De oorzaak moet, naast het charisma van de toenmalige leider, gezocht worden in de belofte van D66 om een paarse coalitie te mogelijk maken met PvdA en VVD. Het in D66-ogen vermaledijde CDA kon daarmee naar de oppositie worden verbannen.

De overwinning van D66 stond ook symbool voor de individualiseringstrend die in de samenleving begon door te dringen. Het zelfbeschikkingsrecht van het individu stond bij D66 voorop. De partij boekte inhoudelijk successen met het homohuwelijk, emancipatie van vrouwen, het schrappen van het bordeelverbod en de euthanasiewetgeving. „Het is volbracht”, verklaarde vice-premier Els Borst van D66 nadat de Senaat in 2001 dit laatste wetsvoorstel had aangenomen. Zij zei dit op Goede Vrijdag, waarmee ze veel christenen de gordijnen injoeg.

Toch echoën haar woorden vijf jaar later nog steeds na. Zit de klus er ook op voor D66?

De Democraten zagen zich vanaf de oprichting steevast als een tijdelijke beweging. De bestaande politieke en ideologische structuren moesten worden doorbroken, onder andere via de bestuurlijke vernieuwing, waarna er geen rol meer zou zijn weggelegd voor D66 als partij, meenden de oprichters.

Ze koesterden vooral het eigen pragmatisme. Om die reden had de partij geen wetenschappelijk instituut of een beginselprogramma. D66 is er nooit in geslaagd een echt brede beweging te worden en wilde dat misschien ook niet.

De vraag waartoe D66 op aarde is hebben de top en leden geruime tijd als een hete aardappel voor zich uitgeschoven. Dit kon ook de partij zich ook veroorloven, omdat ze vanaf 1994 ondanks een gestaag dalend aantal zetels regeringsverantwoordelijkheid kon blijven dragen.

De partij werd niet gedwongen om zoals het CDA in de jaren negentig en de PvdA nu in de oppositie zich ernstig te bezinnen op programma en koers.

De inhoudelijke leegte knaagde wel bij de Democraten. Er kwam een kenniscentrum en er is een aanvang gemaakt met een beginselprogramma – dat zaterdag definitief wordt vastgesteld. D66’ers ze noemen zich tegenwoordig sociaal-liberaal of links-liberaal.

Maar in de afgelopen jaren werd het links-liberale imago van de partij geschonden doordat ze het huidige centrum-rechtse kabinet aan een meerderheid hielp. Inhoudelijk liepen de Democraten deuken op door het bedenken van creatieve –Haagse– oplossingen voor boren in de Waddenzee en het openhouden van kerncentrale Borssele.

De partij legde zich neer bij een klein pardon voor uitgeprocedeerde asielzoekers. De drang naar bestuurlijke vernieuwing werd opgeofferd voor blijvende aanwezigheid in het kabinet. De in eigen kring zeer gerespecteerde D66-minister Thom de Graaf trad af, D66 bleef op het pluche.

De achterban kan de top nauwelijks iets verwijten. Tot twee keer toe stemde het partijcongres in met deelname aan dit kabinet.

Hoewel de partij zich links wil noemen, koesteren veel Democraten sociaal-economisch rechtse opvattingen die naadloos passen bij de VVD. Een motie om het sociaal akkoord met vakbonden en werkgevers over vut en levensloop af te wijzen werd op het D66-partijcongres december 2004 slechts met zeer kleine meerderheid afgewezen. Ook een deel van de fractie stemde vóór deze motie.

Partij en leden zitten in een spagaat van rechts-liberale sociaal-economische opvattingen, linksige principes als aandacht voor het milieu en ze koesteren ook nog hun kroonjuweel: het streven naar bestuurlijke vernieuwing.

In de afgelopen jaren is daar aandacht voor onderwijs en de kennissamenleving bij gekomen, maar voor deze onderwerpen kunnen kiezers in de woorden van Terlouw ook prima shoppen bij andere partijen. De partij ontbeert kortom een scherp profiel in een politiek spectrum dat gezien het grote aantal partijen de kiezer al veel te bieden heeft.

De eerder geconstateerde spagaat wordt concreet in de twee grote kanshebbers voor het lijsttrekkerschap, minister Alexander Pechtold en fractievoorzitter Lousewies van der Laan (zij moet de knoop nog definitief doorhakken). Ze steunen allebei de rechtse aanpak van dit kabinet, maar willen tegelijkertijd voor D66 weer een fris links-liberale koers, wat dat dan ook mag inhouden.

Van deze twee kandidaten zal uiteraard niet het antwoord komen dat het werk van de partij is volbracht. Wellicht dat een deel van de achterban daarvoor nog zal pleiten, maar opheffen, dat kan de inmiddels gedecimeerde achterban al 40 jaar niet aan. De kiezer zal het antwoord geven.

D66 en fractievoorzitter Lousewies van der Laan moeten duidelijk maken hoe verantwoordelijkheid voor de rechtse aanpak van het kabinet te rijmen valt met de beoogde links-liberale frisheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden