1000 levens leven

De Siberische ballerina Anna Tsygankova soleert volgende week als Aurora in ’The Sleeping Beauty’ bij Het Nationale Ballet.

Sander Hiskemuller

De doorloop op het toneel van het Amsterdamse Muziektheater is afgelopen, de dansers zijn naar huis. Het decor wordt ontmanteld door een klein leger aan technici en in een kakofonie van boren, schuiven en timmeren vervolmaakt ballerina Anna Tsygankova eenzaam haar arabesken. Verbeten balanceert ze op het puntje van haar spitz, totdat de productieleider haar vriendelijk maar dwingend het toneel af stuurt. Ze danst de technici in de weg.

Hard werken. Nooit tevreden. Altijd beter. Het tekent het arbeidsethos van elke danser(es), maar bij Anna Tsygankova manifesteert het zich als heilig vuur. Als klein meisje begon dat te branden in geboorteplaats Novosibirsk, de hoofdstad van Siberië en via het Bolsjoi Ballet in Moskou en het Hongaars Nationaal Ballet, vlamt het nu bij Het Nationale Ballet (HNB), waar volgende week de balletklassieker ’The Sleeping Beauty’ (Petipa/Tsjaikovski, 1890 – in de versie van Sir Peter Wright uit 1981) in première gaat. Met Anna Tsygankova, die debuteert als Aurora, de schone slaapster die zich aan het spinnenwiel prikt en honderd jaar later door de prins wakker wordt gekust.

Na een succesvolle gastrol in ’Notenkraker en Muizenkoning’ in december 2006 werd Tsygankova aan het begin van dit seizoen als eerste soliste door Het Nationale Ballet ingelijfd. Als gastsolist blijft ze ook het Hongaars Nationaal Ballet trouw, het gezelschap waar ze haar Europese carrière is begonnen. In Boedapest danste ze alle grote klassieke rollen – van ’Giselle’ tot ’Zwanenmeer’ – maar ’The Sleeping Beauty’, met een van de zwaarste spitzenvariaties van het klassiek balletrepertoire, is nieuw voor haar. Zoals zoveel dingen waar ze bij Het Nationale Ballet mee in aanraking is gekomen; het werk van Hans van Manen bijvoorbeeld. Tsygankova had moeite met de onderliggende spanning die zijn balletten typeert. „Het suggereren van iets onzegbaars: menselijke verhoudingen zichtbaar maken. Je moet met je danspartner als het ware door één mond gaan ademen. Ik ben gewend met veel expressie te dansen, met een verhaal in mijn hoofd waar ik uiting aan geef. Abstractie vereist een andere aanpak. Die leer ik hier.”

Toch is het haar expressie waarmee Tsygankova in Nederland in korte tijd veel indruk maakte. Haar techniek is verbluffend, maar staat altijd in dienst van de rol die ze danst: natuurlijk, ingeleefd, geloofwaardig. Met hetzelfde gemak danst ze een dronken lor in Van Manens feestballet ’Black Cake’, als een ontroerende coming of age protagoniste in Rudi van Dantzigs ’Romeo & Julia’. Ogen focussen als vanzelf op Tsygankova en blijven de voorstelling onafgebroken op haar rusten.

En zoals voor zoveel prima ballerina’s geldt: op het podium wordt geschitterd, daarbuiten regeert bescheidenheid. In haar sporadische vrije tijd stapt ze in haar eentje op de fiets om de gevels van Amsterdam te bekijken. Haar werk is haar leven. Geen speld tussen te krijgen, onontkoombaar. Sterker: Tsygankova ziet klassiek ballet als enig juiste ’ding om te doen’: een ’medicijn’ voor haar lichaam. „Klassiek ballet is een fysieke behoefte geworden. Ik ben grootgebracht met een onafgebroken stroom van plié-tendu’s, mijn lijf schrééuwt er nu om. Maar voor een grote première slaap ik slecht. Dan zit mijn hoofd vol met passen, aanwijzingen, muziek. Elke dag komen er details bij – een blok hout waar steeds meer vorm in komt. Je kunt je rol invullen tot in de oneindigheid. Eenmaal meegevoerd in de creatieve lawine, wil je niets anders meer.”

Anna Tsygankova studeerde nog aan de balletacademie van Novosibirsk toen ze tijdens een balletconcours in Perm werd ’gescout’ door de artistieke leiding van het prestigieuze Bolsjoi Ballet in Moskou. Met de bibber in de benen verliet ze op zeventienjarige leeftijd het ouderlijk huis in Siberië, in Moskou aangekomen was het Bolsjoi-management echter zojuist ontslagen. Ze kreeg geen mooie solistenrollen zoals haar was beloofd, maar moest onderaan beginnen. „Een teleurstelling. Maar toch: ik mocht blij zijn dat de nieuwe leiding me nog überhaupt toe wilde laten. Bolsjoi engageert normaliter alleen dansers van de aan het gezelschap gelieerde balletacademie. Bovendien pleitte het niet voor me dat ik uit Siberië kwam, een achtergebleven gebied in hun ogen. Ik begon mijn carrière bij Bolsjoi als volstrekt buitenbeentje.”

In die positie moest ze extra hard knokken. Wilde Tsygankova soleren? Dan moest ze evengoed op andere avonden in het corps de ballet aantreden. Het deerde haar niet: ze was toch non-stop in het Bolsjoi Theater te vinden. Als ze zelf niet danste, zat ze in de zaal om van haar optredende collega’s te kunnen leren. In een zucht naar méér en beter, vormde ze zich verder aan het beroemde GITIS instituut voor theaterkunsten. Daar kreeg ze les van Raisa Struchkova, de legendarische Bolsjoi-danseres die zelf leerling was geweest van Yelizaveta Gerdt, het epitoom van de verfijnde, klassieke Vaganova-stijl. Struchkova polijstte haar als een diamant – facet voor facet. „Ze ’maakte’ mijn armen, perfectioneerde mijn lijnen. ’Het gaat niet om de pose’, zei Struchkova altijd. ’De beweging komt wel. Je moet eerst vóelen, alleen dan kun je in de buurt van perfectie komen’.”

Na bijna zeven jaar Bolsjoi voelde Tsygankova zich binnen het gezelschap nog steeds dat buitenbeentje uit de provincie. Nog steeds kreeg ze niet de rollen die ze eigenlijk wilde. Ze begreep dat als ze verder wilde groeien, dichterbij de door Struchkova gepredikte perfectie, ze het elders moest gaan zoeken. „Ik heb me nooit kunnen voorstellen dat ik ooit buiten Rusland zou kunnen dansen. Rusland is gesloten, daar heeft de val van het Sovjetregime niets aan veranderd. Als danser heb je geen idee wat er zich elders afspeelt. Naar Europa? Ik werd al bang bij de gedachte.”

Toch waagde ze de sprong na een gastrol in het Letse Riga. „Daar had ik slechts drie repetitiedagen om met een voor mij onbekende danspartner iets moois te maken. Toen dat was gelukt, begreep ik dat ik van de Europese professionaliteit nog veel zou kunnen leren.”

De ’onbekende danspartner’ was Tamás Solymosi, solist van het Hongaars Nationaal Ballet die ook bij Het Nationale Ballet soleerde. Hij haalde Tsygankova over naar Boedapest te komen. Bij het Hongaars Nationaal Ballet danste ze zeven verschillende solistenrollen in één jaar tijd: híer voelde ze zich thuis. Ze genoot intens van het familiegevoel dat er heerste. „Bij het Bolsjoi zijn de dansers gedwongen met elkaar te concurreren. Bij het Hongaars Nationaal Ballet had ik voor het eerst het gevoel dat je als gezelschap sámen een ervaring deelt. Naïef misschien, maar voor mij was dat een openbaring.”

Anna Tsygankova wil zichzelf blijven overstijgen. Daarom heeft ze Boedapest toch voor Amsterdam ingewisseld, hoe comfortabel haar leven in Hongarije ook was. Bij Het Nationale Ballet boort ze elke dag een nieuw stukje van zichzelf aan. Haar danshonger wordt gestild. „Mijn vak is een cirkel van mogelijkheden: een oneindig proces van rondmaken en aan iets nieuws beginnen. Zo kan ik wel duizend levens leven, telkens een laagje dieper. Echte vervulling noem ik dat.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden