100 jaar na de Eerste Wereldoorlog: ‘Het landschap is de laatste getuige’

Uit de documentaire ‘We Will Remember Them’. Beeld Off World

De Vlaamse Westhoek is getekend door de loopgravenstrijd tijdens de Eerste Wereldoorlog. Wie weet waar hij moet kijken, ziet honderd jaar na de wapenstilstand behalve tientallen soldatenkerkhoven, monumenten en hordes toeristen ook de littekens in het landschap.

 Piet Chielens wijst op het spoor van een tractor in het veld voor hem. “Zie je die duiker daarachter? Die betonnen buis die daar onder de doorgaande weg verdwijnt?” In de gouden najaarsgloed die de zon over het veld bij het Begijnenbos (‘Railway Wood’) werpt, lijkt het alsof de directeur van het In Flanders Fields Museum in een romantisch herfstdecor staat. Maar Chielens ziet iets anders. Hij weet dat er zich onder zijn voeten een onzichtbare dodenakker uitstrekt.

“Waar de weg nu loopt, liep destijds een spoorlijn. Die markeerde de voorpost van de Britse loopgraaf. Op een dag in januari 1917 zakte een aantal Duitse soldaten ongemerkt af langs de andere kant van de spoorwegberm en verschool zich in die duiker.” De Duitsers voeren een verrassingsaanval uit, waarbij minstens zes Britten omkomen.

Chielens haalt een kleine Penguin-uitgave uit zijn rugzak, waarvan de linnen kaft is verkleurd en de rug rafelt. De Britse inlichtingenofficier (en latere dichter/schrijver) Edmund Blunden beschreef de loopgravenstrijd bij Railway Wood, een paar kilometer ten oosten van Ieper. “Blunden had die dag het niemandsland tussen de twee linies doorzocht. Als hij ’s nachts een beschieting hoort, denkt hij dat er iets loos is bij de buren, maar het is zijn eigen bataljon dat wordt aangevallen.”

Onveranderd plekje

Hij slaat het boekje open en draagt voor: ‘That culvert, hitherto unnoticed, although only twenty yards ahead of our trench, now appeared painfully prominent.’ (‘Die duiker, tot nu toe onopgemerkt, hoewel slechts twintig meter voor onze loopgraaf, leek nu pijnlijk prominent.’) Het klopt precies, wijst Chielens. “Twenty yards, een kleine twintig meter. Je kunt die literatuur terugvoeren op dat kleine plekje in het landschap dat onveranderd bleef.”

Uit de documentaire ‘We Will Remember Them’. Beeld Off World

Tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelden meer dan een half miljoen militairen in de West-Vlaamse loopgraven, die van kustplaats Nieuwpoort via Diksmuide en Ieper naar Noord-Frankrijk liepen. Volgens Chielens is dat landschap van de Westhoek – de streek rond Ieper, Poperinge en Diksmuide in het uiterste westen van België – van grote waarde. “Je ziet hier hoe het landschap nog vastzit aan de oorlog en daar kun je verhalen aan haken. Die kleine individuele verhalen van hoe er van bovenaf werd ingegrepen in de levens van mensen, dat is ook het grote verhaal van de oorlog. Het landschap maakt dat tastbaar.”

Na de oorlog werden de loopgraven op veel plaatsen snel dichtgegooid en de oude percelen opnieuw bebouwd. Maar wie weet waar hij naar moet kijken, ziet overal in het landschap de voetafdruk die de Grote Oorlog in de Westhoek naliet. Lopend langs de ‘Ieperboog’, het voormalige strijdgebied dat een paar kilometer naar het oosten als een halve cirkel om Ieper heen ligt, wijst Chielens op schijnbare betekenisloze details.

“West-Vlaamse boeren zijn zuinige mensen. Zij hergebruikten het materiaal dat ze vonden. Toen ik een klein jongetje was, kon je het verschil nog zien tussen Brits en Duits prikkeldraad waarmee boeren hun weides hadden afgespannen.” Het prikkeldraad is intussen vervangen, maar Chielens wijst op een paaltje waaraan de omheining vastzit: “Een oude biels van de voormalige spoorlijn. Die bruine ring is de hals van een rumkruik. In elk privémuseumpje over de oorlog zie je van die kruiken. De boeren gebruiken ze nog altijd om stukken prikkeldraad te verbinden.”

Chielens wijst hoe de loopgraven hier destijds liepen. Op sommige plekken lagen de strijdende partijen amper dertig meter van elkaar. Wat op luchtfoto’s een grillig patroon lijkt, wordt op de grond een vanzelfsprekendheid: hoogteverschillen, een bosje of een spoorlijn bepaalden de loop van het front.

Omdat niet iedere bezoeker de frontlijn zal herkennen, werden op initiatief van het In Flanders Fields Museum en de stad Ieper 138 olmen geplant langs het front, zoals dat tussen 1915 en 1917 langs Ieper liep. De bomen met een blauw lint staan op de geallieerde loopgraaf, die met een rood lint markeren de Duitse linie (zie kader).

Mijnkraters

De Westhoek Beeld Studio Trouw

Chielens loopt door het veld en wijst op een aantal drooggevallen vijvers in een klein bos op de Bellewaerdeheuvel: “Mijnkraters. Men groef een tunnel vanuit de eigen eerste linie naar de lijn van de tegenstander, bracht een springlading aan en liet de zaak ontploffen. Dat gebeurde hier meer dan dertig keer tussen september 1915 en juli 1917.” Hij houdt halt bij een monument naast het bosje, ter nagedachtenis aan twaalf Britse ondertunnelaars van het regiment van tweede luitenant C.G. Boothby. Aan het hek rond het witte kruis, meer dan manshoog, zijn gehaakte klaproosjes gebonden. “Deze mensen zijn nooit teruggevonden, eigenlijk staan we op hun graf.”

Dat geldt niet alleen voor deze plek. In de hele Westhoek liggen krap zestig centimeter onder het aardoppervlak nog restanten van de oorlog. “Dovo, de ontmijningsdienst van het Belgische leger, maakt hier nog iedere week een rondje langs boeren die munitie hebben gevonden op hun akkers. Dat is ongeveer 150 ton per jaar.”

Uit de documentaire ‘We Will Remember Them’. Beeld Off World

Waarom het behoud van dat landschap zo belangrijk is? “Het landschap is de laatste getuige van de oorlog”, zegt Chielens (62). “Mijn generatie is de laatste die nog rechtstreeks emotioneel is verankerd in het verhaal van de twee wereldoorlogen, door al die mensen die wij nog hebben gekend die de oorlogen hadden meegemaakt, die ons hebben gevormd.”

Zelf groeide Chielens op in Reningelst, tien kilometer ten zuidwesten van Ieper. Als dokterszoon hoorde hij de verhalen van patiënten die niet ongeschonden uit de oorlog waren gekomen. “Als kind telde ik de graven op de drie begraafplaatsen in ons dorp en ik ontdekte dat er in die vier oorlogsjaren meer mensen waren begraven, dan er in het dorp woonden.”

Voor jongere generaties is de oorlog veel verder weg, zegt filmmaakster Annabel Verbeke (31), die opgroeide in Ieper. Voor haar generatie was de Eerste Wereldoorlog eerder verplichte kost. “Als tiener kwamen de oorlog en vredesprojecten me op school de oren uit, moesten we wéér namen zoeken op een militaire begraafplaats.”

Verbeke maakte een film over de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Toen ze na de filmacademie in Brussel terugkeerde naar haar geboortestreek, begon de herinnering aan de oorlog haar zowel te fascineren als te bevreemden. De toeristenwinkels vol plastic klaproosjuwelen en magneten van de Menenpoort in Ieper, het monument met de namen van vermiste Britten. Cafés die adverteerden met full English breakfast, de supermarkt die zijn waar aanprees op affiches met klaprozen.

Ceremonieel

Haar film heet ‘We Will Remember Them’, naar de platgetreden spreuk die overal in de Westhoek op plastic kransen bij begraafplaatsen en herdenkingsmonumenten terugkomt. Verbeke ontdekte en filmde eindeloos veel activiteiten rond de oorlog. Ze verwonderde zich over het nog altijd grote aantal herbegravingen. “Dat gebeurt met ontzettend veel ceremonieel. Kosten noch moeite worden gespaard: het gras wordt gemaaid, de stenen ­gepoetst, de plechtigheid geoefend.”

Mooi en bijzonder, vond Verbeke. Maar tegelijk ook vervreemdend. “Er is een gekke ­discrepantie tussen de schoonheid en het eerbetoon op die piekfijne begraafplaatsen en de gruwel van de oorlog. Het verleden wordt op die manier ook gesacraliseerd, bijna verheerlijkt. De doden hebben er niks meer aan en de boodschap van nooit meer oorlog voelt wrang in een tijd waarin er nog zoveel oorlogen worden uitgevochten.”

Sommige scènes in haar film zijn ronduit bevreemdend. Zoals de inleefexcursie voor Britse scholieren, die met gasmaskers op dekking moeten zoeken voor een fictieve gifgasaanval. “Ik kan niet ademen met dit ding, ik stik”, giechelen de tienermeisjes tegen elkaar; de dubbele laag van hun eigen uitspraken lijkt langs hen heen te gaan.

Uit de documentaire ‘We Will Remember Them’. Beeld Off World

Die afstand tussen de geschiedenis en het heden, de werkelijkheid en de herinnering, is ook moeilijk te overbruggen, meent Verbeke. “Het is moeilijk om die oorlog echt te herinneren. Het is ongelooflijk dat in mijn streek meer dan een half miljoen doden zijn gevallen. Maar het is zo lang geleden, de hedendaagse context is zo anders. Het herdenken is vaak niet het herinneren van de geschiedenis, het gaat vooral over degenen die herdenken.” Ze vraagt zich af of de ‘disneyficatie’ niet is doorgeslagen. “De gedachte om mensen te sensibiliseren en de boodschap ‘nooit meer oorlog’ is deels oprecht, maar de eerste industriële oorlog heeft ook een toeristenindustrie gecreëerd.”

Massatoerisme

De afgelopen vier jaar trok de Westhoek drie miljoen toeristen. “Dat is inderdaad massatoerisme en ja, daar zitten uitwassen bij”, zegt Chielens aan de rand van de Bellewaerdeheuvel. “Heel dat efemere poppy-gedoe is ook niet aan mij besteed. Vaak is het des mensen: niet altijd getuigend van evenveel smaak, maar onschadelijk.”

De initiatieven van het In Flanders Fields Museum bieden een serieuze omgang met de herinnering aan de oorlog, benadrukt hij. “Wij zijn het geheugen van een samenleving die zo snel vergeet waar het heden uit is voortgekomen, en hoe de naoorlogse generatie vorm heeft gegeven aan een verenigd Europa.”

Daarbij heeft het toerisme van de afgelopen decennia de streek er economisch bovenop geholpen, relativeert hij. “Als je het recreatieve kunt koppelen aan dat oorlogsverleden is dat een zinvolle oefening, volgens mij. Die oorlog heeft de blik van deze samenleving bepaald. Sommigen zeggen: het gaat altijd weer over de oorlog. Nee, die oorlog hoort erbij, die heeft ons en het landschap gevormd. Daarin wortelt het fundamentele wantrouwen van de mensen hier in de hogere overheden, die over hun hoofden beslissingen namen. Die oorlog doet ons beseffen waar we vandaan ­komen en vormt een waarschuwing dat we niet weer zulke verschrikkingen laten plaatsvinden. ”

Op het veld passeert Chielens een groep scholieren. “Als er in die klas maar drie leerlingen zijn die vatten dat deze oorlog ging over ­leven en dood van mensen die werden ingezet voor zaken waarvoor ze niet moeten worden ingezet, dan heeft het betekenis. Ik ben er wel optimistisch over dat we die verhalen kunnen doorgeven. Uiteindelijk is de vraag: hoe zorgen we ervoor dat deze doden, dat die zes mannen van Edmund Blunden, niet voor niks de dood in zijn gejaagd.”

Uit de documentaire ‘We Will Remember Them’. Beeld Off World

Op zoek naar de voetafdruk van de oorlog

Het In Flanders Fields Museum ontwikkelde een aantal apps, waarmee bezoekers de frontlijn kunnen volgen aan de hand van de rode en blauwe herdenkingsbomen (‘Ypres Salient 1914-1918’). Er zijn ook twee wandelingen door het oorlogslandschap (‘Hooge’ en ‘Klein Zwaanhof’). Onderweg helpen de apps oorlogssporen herkennen, vertellen ze de ver­halen die bij de desbetreffende locaties horen en kan men het landschap verge­lijken met luchtfoto’s uit de oorlog.

We Will Remember Them

De documentaire van Annabel Verbeke, ‘We Will Remember Them’ , wordt zondagavond 11 november om 20.55 uur uitgezonden op Canvas.

Lees ook: 

Wat heeft al dat leed ons opgeleverd?

De Eerste Wereldoorlog leverde uiteindelijk ook goeds op, vertelt Daniël Schönpflug aan de hand van beroemde levens in 1918.

Sylvain Ephimenco over de Eerste wereldoorlog en Macron 

Macron ziet een parallel tussen het opkomende populisme in Europa en de jaren dertig waarin (politieke) moord en doodslag heersten. Die vergelijking gaat volgens Ephimenco zo mank dat je eigenlijk alleen maar je schouders zou moeten ophalen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden