100 jaar kiesrecht ‘vieren’? Een opmerkelijke woordkeus, vindt James Kennedy

James Kennedy Beeld Jörgen Caris

Nederland mag er wel wat strijdbaarder instaan, bij de viering van honderd jaar kiesrecht, vindt hoogleraar geschiedenis James Kennedy. Vrijdag wordt dat eeuwfeest herdacht met een grote herdenking in de Ridderzaal, in aanwezigheid van de Eerste en Tweede Kamer, koning Willem-Alexander en koningin Máxima.

Misschien valt het een Amerikaan eerder op dan een Nederlander. Maar James Kennedy, hoogleraar Nederlandse geschiedenis, valt het zeker op. “Een opmerkelijke woordkeus”, zegt hij, nadenkend, als hij hoort welke leus de Tweede Kamer heeft uitgekozen om honderd jaar kiesrecht te vieren. Hij proeft de woorden, nog eens. “De leus is: ‘Ik vier mijn stem’. En die staat in grote letters op het gebouw van de Tweede Kamer, het hele jaar? Interessant.”

Precies een eeuw geleden legde het Nederlandse parlement het beslissende fundament voor de democratie. Er kwam algemeen kiesrecht, eerst voor mannen (1917), even daarna ook voor vrouwen (1919). Dat eeuwfeest wordt vrijdag plechtig gevierd door de Tweede en de Eerste Kamer. Locatie: de Ridderzaal. Eregasten: koning Willem-Alexander en koningin Máxima. Qua sfeer een soort ‘Prinsjesdag met een scheutje Bevrijdingsdag’, zonder de koets. Inhoudelijk een ode aan het recht van alle burgers om politiek mee te beslissen.

Maar dan die leuze. Daarin ligt al zoveel besloten over de manier waarop Nederland de afgelopen eeuw is omgegaan met het kiesrecht, zegt Kennedy, decaan aan het University College in Utrecht. Hij denkt dat die leuze ‘Ik vier mijn stem’ in zijn geboorteland de Verenigde Staten niet snel gekozen zou zijn. “Daar zou men de nadruk niet leggen op het vieren, maar eerder op het kiesrecht als iets dat bevóchten is, een project dat moeite heeft gekost, en voortdurende strijd en aandacht, nog steeds. ‘Vieren’ is meer afgebakend. Dan praat je over iets dat voltooid is, iets dat honderd jaar geleden heel bijzonder was en waar je graag nog eens één dag bij wilt stilstaan. Meer als een verjaardag. Het lijkt of Nederland een beetje tevreden is”.

U vindt dat we er wat strijdbaarder in mogen staan, in de viering van honderd jaar kiesrecht in Nederland?

“Het is wél een mijlpaal. Honderd jaar kiesrecht, dat is een herdenking waar je wel iets van wilt máken. De Ridderzaal als locatie onderstreept dat historische belang. Maar ik proef in Nederland vaak ook een zekere terughoudendheid over het stemrecht. De politiek is meer dan ooit beducht voor kiezers, vooral voor ontevreden kiezers. Als je herdenkt, moet het ook gaan over de ongemakkelijke vragen. Wat krijgen kiezers voor hun stemrecht? Maar ook: brengt het kiesrecht wel het heil dat er honderd jaar geleden van werd verwacht?”

Premier Rutte ontvangt boze kiezers in ‘gele hesjes’ in zijn werkkamer: er is toch al heel veel aandacht voor ontevreden kiezers?

“Door de opkomst van het populisme rijzen bepaalde vragen. Bijvoorbeeld of de stem van de meerderheid altijd wel goed uitpakt. Maar in het algemeen is het kiesrecht in Nederland redelijk goed gewaarborgd. Beter dan bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, vind ik. Ik was vijftien jaar geleden positiever dan nu over het Amerikaanse kiesstelsel. De manipulaties die daar door de tijd heen hebben plaatsgevonden om bepaalde groepen, vooral zwarte kiezers uit te sluiten, zijn toch wel pijnlijk. Daar heeft de geschiedenis van honderd jaar kiesrecht zeer donkere schaduwkanten. Het betekent dat in de VS misschien ook meer actueel debat is over het kiesstelsel, over de vraag wie er eigenlijk vertegenwoordigd worden. Dat debat moet gevoerd, ook in Nederland. Kiesrecht is nooit af. Het is een proces, we moeten het onderhouden.”

U noemde het mannenkiesrecht uit 1917 al eens een vergeten mijlpaal.

“Vergeet niet: vóór 1917 kon een grote groep Nederlanders niet stemmen. Ze waren te laag opgeleid, verdienden te weinig. Ze werden uitgesloten om hun maatschappelijke stand. Als je alleen de komst van het vrouwenkiesrecht groots viert, zoals nu een beetje lijkt te gebeuren, mis je iets belangrijks. Dan raakt uit het zicht dat de komst van het algemeen kiesrecht het einde was van de tijd dat alleen de bovenlaag, de burgerij toegang had tot de politieke macht. Je mist dan de hele klassendimensie van de overwinning van het algemeen kiesrecht. Het was een belangrijke overwinning in de mondiale strijd voor gelijke politieke rechten. In 1917 ging de standenmaatschappij overboord. Die hele wordingsgeschiedenis van het kiesrecht is belangrijk. Er is nooit maar één mijlpaal.”

Honderd jaar later zitten er juist steeds minder laagopgeleiden in de Tweede Kamer, moet het daar nu ook over gaan?

“Misschien vindt de Tweede Kamer de mijlpaal van het mannenkiesrecht minder relevant omdat de lageropgeleiden zo goed als verdwenen zijn uit het parlement. Die beperkte representatie is een groot probleem. Maar het houdt de huidige parlementariërs zo te merken niet sterk bezig. De boodschap in de Ridderzaal zou moeten zijn: vergeet niet, iedereen is gelijk! Ook kiezers met een lagere opleiding of een lager inkomen kunnen en mogen in de politiek aan de bak. Die emancipatiestrijd van honderd jaar geleden is niet af.”

Bron: Na lange strijd krijgen Suriname en de Nederlandse Antillen in 1948 algemeen kiesrecht Beeld Nationaal Archief Curaçao

U wees in een column ook op het gevoelige punt dat het kiesrecht in 1919 allesbehalve compleet was. Antillianen en Surinamers kregen het nog lang niet.

“Het bewijst opnieuw dat het ontstaan van de Nederlandse democratie niet in één moment te vangen is. Antillianen en Surinamers in Nederland moeten nog dertig jaar wachten tot ook zij kunnen vieren dat ze een eeuw kiesrecht hebben. Ze kregen dat pas na 1948, na een statuutswijziging. Door de discussie over algemeen kiesrecht in Nederland zelf is zeker wel een idee ontstaan dat er ook in de rest van het koninkrijk een zekere volksvertegenwoordiging moest komen. Er kwam echter een zeer beperkt kiesrecht in de koloniën.”

“In 1938 had maar een paar procent van de inwoners van de Antillen kiesrecht in de toen net opgerichte ‘Staten’. Er mocht wel een echo zijn van de nieuwe democratie in Nederland zelf, maar het was niet de bedoeling dat de mensen daar dezelfde rechten zouden krijgen. Dat is wel een aspect om bij de herdenking serieus te nemen.”

“Het lijkt een blinde vlek. Misschien komt het doordat Nederland zijn geschiedenis vaak liever vertelt vanuit het eigen Nederlandse perspectief, dan vanuit het hele Koninkrijk. Of misschien komt het doordat de Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders een kleine kiezersgroep zijn, dat er relatief weinig aandacht voor is. Maar het kan ook een onderwaardering zijn van de strijd van Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders tegen de ongelijkheid die lange tijd in de West heeft plaatsgevonden. Ongelijkheid waar Nederland verantwoordelijk voor was.”

Even terug naar 1917. Nederland dankt het kiesrecht aan een politieke uitruil. De schoolstrijd om christelijk onderwijs en de strijd om het kiesrecht werden in één deal beslist. Is dat ook iets om nog steeds te vieren?

“Misschien wel het beroemdste voorbeeld van uitruilpolitiek, inderdaad. Ik zie het als twee afzonderlijke jubilea, allebei belangrijk. Geen land ter wereld kreeg op deze manier het algemeen kiesrecht, door de komst ervan te verbinden met het oplossen van een ander politiek pijnpunt, de schoolstrijd. Dat is waar. Maar ook zonder die uitruil was Nederland rond diezelfde tijd waarschijnlijk wel klaar geweest voor de invoering van het algemeen kiesrecht. We werden omringd door landen waar door de Eerste Wereldoorlog een sterke democratiseringsgolf op gang was gekomen. Duitsland, de VS, Groot-Brittannië. ”

Een andere mijlpaal is dat Nederland in 1917 afscheid nam van het districtenstelsel. Was dat achteraf een onvermijdelijke keus?

“De Britten en Amerikanen hielden wel vast aan het districtenstelsel, dus het had gekund. Maar in Nederland vond de liberale premier Cort van der Linden dat het parlement een afspiegeling moest zijn van héél de bevolking. Met een stelsel van evenredige vertegenwoordiging, zoals we sinds 1917 kennen, kun je met een klein aantal stemmen al een zetel veroveren. Daar zat honderd jaar een diepe wens van democratisering van de samenleving achter. Toen is eigenlijk meteen het hele fundament gelegd voor een echte volksvertegenwoordiging: algemeen kiesrecht, een lage kiesdrempel én evenredige vertegenwoordiging. Het past ook goed bij de Nederlandse politieke cultuur. Dit is een land van ‘concurrerende minderheden’, waarin niet één dominante groep zijn wil kan opleggen aan de ander. Zoals in een districtenstelsel eerder kan.”

Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, afdeling Gorredijk tijdens een demonstratie. Beeld ANP

U zei eerder: het kiesrecht is nooit af. Zijn er sinds 1917-1919 genoeg nieuwe stappen gezet?

“Allereerst natuurlijk de belangrijke stap dat Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders kiesrecht kregen. En de opkomstplicht is afgeschaft, in 1970. De leeftijd om te mogen stemmen ging stapsgewijs omlaag, van 25 jaar naar 18 jaar. Dat laatste ook pas in de jaren zeventig. Sinds die tijd moeten politieke partijen meer moeite doen om hun achterban op de been te krijgen. Tot die tijd gingen veel partijen ervan uit dat hun kiezers toch wel ‘het juiste’ zouden stemmen. Maar met het verdwijnen van de opkomstplicht raakte Nederland ook iets kwijt. Er stak van oorsprong een democratisch idee achter: om een parlement te krijgen dat werkelijk een afspiegeling was van de bevolking, moest verzekerd worden dat het hele volk ook ging stemmen. In de VS is nooit opkomstplicht geweest. Achteraf denk ik: omdat men niet wilde dat sommige groepen gingen stemmen, zwarte kiezers hoefden niet op de been gebracht te worden.”

Sommige politieke partijen zeggen: het kiesrecht is pas af als het referendum wordt ingevoerd, om burgers nog meer inspraak te geven. Wordt dat de volgende mijlpaal?

“Die discussie speelt al vijftig jaar, maar ik durf niet te voorspellen hoe die discussie afloopt. Of het past in de Nederlandse cultuur van overleg en compromissen, zal afhangen van de vorm. Wordt een referendum een inspraakronde waarmee regeringen een kwestie over de schutting gooien: hier, beslissen jullie maar? Of wordt het een referendum om kiezers te betrekken bij grote, belangrijke momenten, zoals een grondwetsherziening? Het lijkt me iets om spaarzaam mee om te gaan.”

“Ik zie wel een zekere erosie van het kiesrecht. Van beide kanten is er wantrouwen. Van de kiezers richting de politiek, en van politici ook richting de kiezers. Hebben kiezers redelijke verwachtingen? Beschikken kiezers over de juiste informatie om hun stem tot zijn recht te laten komen? Hoe gaan we al die scepsis wegnemen over de waarde van ieders stem? Dat zijn de grote vragen.”

“Het kiesrecht is er na honderd jaar niet zozeer om te vieren, maar om te koesteren. Een moeilijk en lastig onderwerp, maar dat geeft niet. Stemmen gaat niet over ‘wie wint de verkiezingen’. Het is een manier om als burgers mee te doen in de samenleving. Als we dat perspectief maar vasthouden.”

Aletta Jacobs, de eerste vrouwelijke dokter en strijdster voor vrouwenstemrecht. Beeld anp

De strijd voor Algemeen Kiesrecht

1883 Aletta jacobs wil zich registreren als kiezer, maar wordt geweigerd

1894 Aletta jacobs is betrokken bij de oprichting van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht

1894 advocaat Abraham Mendez Chumaceiro wil kiesrecht op de Antillen

1896 Minister Samuel van Houten regelt voor de helft van de mannen kiesrecht

1912 Rode Dinsdag: 30.000 demonstranten in Den Haag eisen kiesrecht voor arbeiders

1917 algemeen kiesrecht voor alle mannen boven de 25 jaar

1922 eerste verkiezingen waar vrouwen aan mee mogen doen

1948 algemeen kiesrecht in Suriname en de Antillen

1970 afschaffing opkomstplicht

1972 kiesgerechtigde leeftijd omlaag naar 18 jaar

Lees ook: 

Het schrappen van het woord ‘mannelijke’ uit de Kieswet is ook honderd jaar later reden voor feestje

Het vrouwenkiesrecht draaide 100 jaar geleden om het schrappen van één woordje uit de kieswet, ontdekte politicoloog Eveline van Rijswijk. Ze trekt door het land met een speciale ‘onewomanshow’ over 100 jaar vrouwenkiesrecht.

Hoe ‘verwijfde’ mannen in de Tweede Kamer streden voor vrouwenkiesrecht

Het ging er 100 jaar geleden bepaald niet zachtzinnig aan toe in de Kamerdebatten over de invoering van het kiesrecht. Liberale politici die voorstander waren van vrouwenkiesrecht kregen het verwijt dat ze ‘verwijfde mannen’ waren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden