1 Fietsen met De Ploeg

Het Reitdiepdal inspireerde het Groningse kunstenaarscollectief De Ploeg tot zijn kleurrijke, expressionistische schilderijen. Al fietsend kun je er de landschappen bij de schilderijen zoeken.

Een boerenknecht werkt al jaren bij een boer. Hij komt elke dag op de fiets. Maar op een dag komt hij op een brommer. Vraagt de boer: 'Hest plof (bromfiets) kocht?' De volgende dag neemt de knecht ontslag. 'Dat gekwedel aaid.' (Te veel geklets). Gids Koos kan smakelijk om de anekdote lachen. Gronings tot in zijn kleine teen, is hij het tegendeel van de archetypische stugge, zwijgzame Groninger. Maar goed ook, want een gids moet natuurlijk wel een verhaal kunnen afsteken en dat kan hij. Over 'monniken en nonnen' bijvoorbeeld, de dakpannen op het 13de eeuwse kerkje van Oostum, dat Ploegleden van alle kanten en in alle seizoenen hebben vastgelegd. "Ze hebben alle twee een bolle kant, maar de monniken liggen met hun buik omhoog, de nonnen met hun buik omlaag." Dakpannen-erotiek op zijn Gronings.

De schilderijen van het in 1918 opgerichte kunstenaarscollectief De Ploeg behoren tot de kerncollectie van het Groninger Museum. Ze hangen sinds kort in de semipermanente opstelling 'De verborgen schatten van het Groninger Museum', die zeker twee à drie jaar te zien is. "Alleen gaan van de zomer acht, negen werken van Ploegoprichter Jan Wiegers tijdelijk naar de Staatliche Museen in Schwerin, voor een expositie over Ernst Ludwig Kirchner, die Wiegers heeft geïnspireerd", vertelt conservator Mariëtta Jansen.

Wiegers leerde Kirchner in 1920 in Davos kennen. De Groninger was vanwege zijn zwakke gezondheid naar Zwitserland gereisd. De ontmoeting met Kirchner, een Duitse kunstenaar van naam en faam, stond aan de wieg van een heel bijzondere, vruchtbare periode in het Groninger kunstleven. Wiegers gaf zijn bevlogenheid door aan zijn vakbroeders en er ontstond een reeks schilderijen, die het Groningse platteland, maar ook het stads- en uitgaansleven in het Groningen van de jaren twintig en dertig op een kleurrijke, expressionistische manier vasthouden.

De vraag is nu of je eerst de Ploeg-collectie in het Groninger Museum moet bekijken of eerst de 38 kilometer lange fietstocht door het Reitdiepdal moet afleggen. Waarschijnlijk is er geen 'beste optie'. De schilderijen in het museum en hun inspiratiebronnen zijn namelijk niet een-op-een met elkaar te vergelijken. De kleuren die van de doeken afspatten, zijn zo niet in het echt te zien. Hoewel. Een blikvanger op de tentoonstelling is Jan Altinks 'De rode boerderij' (1924). Inderdaad, een onwaarschijnlijk rode boerderij in een landschap met vooral groentinten. "Maar die rode kleur heeft Altink niet verzonnen," vertelt Koos. "Die bestaat echt en heet 'Gronings rood'. De bakstenen waarvan de boerderij is gebouwd zijn gebakken van klei die hier in Groningen voorkomt: weinig kalk, veel ijzer.

Vandaar die opvallend rode kleur." Onderweg kun je ook pardoes rood tegenkomen, in de vrije natuur. Iets wat eerst op een vers geasfalteerd fietspad lijkt, blijkt ineens een sloot met roodachtig kroos. Natura artis magister.

De fietsroute in het spoor van De Ploeg begint en eindigt in 'Stad', zoals Groningen in de volksmond heet, maar leidt vooral door het Reitdiepdal. Eigenlijk is dit het dal van de meanderende Hunze. Maar die is in de loop van de eeuwen grotendeels rechtgetrokken en heeft de naam Reitdiep gekregen, waarbij 'diep' in Groningen de betekenis 'kanaal' of 'vaart' heeft. Dit is kleiland, wat goed te zien is aan de weilanden die zich eindeloos uitstrekken, af en toe onderbroken door een wierde, zoals terpen in Groningen heten. Hier en daar staan koeien in de wei, of schapen. Koos: "Een rijk boerenland. Dat zie je aan de boerderijen met hun enorme schuren. Ze hebben de voor een deel van Groningen typische kop-hals-romp-vorm. De kop is het woonhuis, de hals de verbinding met de schuur, die de romp vormt. Volgens sommigen lijkt hij op een liggende koe. De boerderijen werden waarschijnlijk zo gebouwd om te voorkomen dat bij brand alles verloren ging. Brandde het woonhuis af, dan kon je de stal nog redden door de hals neer te halen en andersom."

De tocht gaat via Aduarderzijl - 'zijl' betekent sluis - naar het wierdendorp Garnwerd, met zijn uitspanningen. Koos: "De schilders van De Ploeg kwamen meestal niet verder dan Aduarderzijl. Ze hadden alleen een fiets of een brommer en gingen 's avonds terug naar Stad. Mensen waren toen minder mobiel." Maar in Garnwerd kwamen ze ook, net als veel Groningers nu nog. Op een mooie zomerdag kun je er 'tout' Groningen op het terras van café Hammingh aantreffen.

Vanuit het pittoreske Garnwerd meandert de fietsroute terug naar Groningen en passeert onderweg het kerkhofje van Wierum, dat op een wierde ligt en tussen 1925 en 1930 door Ploeglid Johan Dijkstra is geschilderd. Dijkstra wilde vastleggen wat verloren dreigde te gaan, want sinds de negentiende eeuw waren veel wierden vanwege hun vruchtbare grond afgegraven. Maar in Wierum werd de wierde zelfs deels hersteld, nadat in 2000 botten kwamen bloot te liggen, legt Koos uit.

Wie het liefst met een gids van vlees en bloed op stap gaat, kan Koos en zijn collega's inhuren. Vooral handig voor groepen. Maar er is ook een app ontwikkeld, die op markante plekken langs de route informatie geeft over De Ploeg. En dan is er nog het oude, vertrouwde papieren gidsje, met uitleg en afbeeldingen, om in het spoor van De Ploeg te treden. Door weer en wind, dat wel. Windstille dagen kent Groningen niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden