De kraai Mickelle Haest

Zwemmen vond ze zo leuk, ze wilde absoluut gaan. Maar het was wel de laatste keer

Beeld Sjoerd van Leeuwen

Ik luister in de auto naar Radio 1, maar hoor niet wat er wordt gezegd. “Het enige wat we weten, is dat ze dood is”, zei mijn collega zojuist. Er is een mevrouw overleden, maar het is onduidelijk wat er precies is gebeurd. Waar ik even later aanbel, doet een vrouw van begin vijftig open. “Ik ben de dochter”, stelt ze zichzelf voor. Ik stap een prachtig appartement binnen vol antiek. De zoon, ook een vijftiger, komt mij tegemoet. Een keurige meneer van eind tachtig blijft zitten. Het lukt hem niet om overeind te komen. “Een keer in de week ging ze zwemmen”, vertelt hij even later. “We hebben nog samen ontbeten. Ze wilde op de fiets naar het zwembad. Ik vroeg nog of ze dat nou wel zou doen. Het was grillig weer. Ze zei dat ze zwemmen zo leuk vond en dat ze haar vriendinnen weer zou zien. Ze wilde absoluut gaan.”

Hij pakt zijn katoenen zakdoek – wit met een blauwgrijs randje – uit zijn zak en veegt de tranen die over zijn wangen rollen weg. “Ik heb de sjaal nog iets steviger om haar heen getrokken toen ik haar een afscheidszoen gaf. Ik zwaaide haar na, ze was blij, ze had haar lentesmoeltje op, ondanks dat het koud was.” 

“Mama is tijdens het zwemmen niet lekker geworden”, gaat de dochter verder. “Ze is uit het water geklommen en naast het bad in elkaar gezakt. Een zwaar herseninfarct. Een ambulance heeft haar naar het ziekenhuis gebracht.” 

“Ze hebben mij niet zo snel gebeld”, zegt de man. “Ze hebben eerst voor haar gezorgd, voordat ze de familie belden. Dat snap ik wel, maar...” Hij barst in tranen uit.”

“Kort na aankomst in het ziekenhuis is ma overleden”, zegt de zoon. “Een vriendin van het zwemmen is meegegaan in de ambulance. Ze had geen mobiel op zak. Pas toen ze in het ziekenhuis waren, is pa gebeld.” 

“Papa heeft ons gebeld en we zijn direct naar het ziekenhuis gereden.” 

“De vriendin van mijn vrouw stond daar met een natte broek, haar badpak nog aan. Ze wilde mij bellen, maar ze kon het niet sneller. En toen waren we te laat.”

De dochter pakt een tas. “Hierin zitten de kleren voor mama”, zegt ze. “We willen dat ze thuis wordt opgebaard in een dichte kist.” “Ik wil me haar herinneren, zoals ze was toen ze hier wegfietste en ik haar nazwaaide”, zegt de man.

Eigenlijk pas op de helft

Als ik de volgende dag langskom om alles te controleren, vind ik hem naast de kist in een zijkamertje van het huis. De kist is open. “Ik heb toch even gekeken. Ze ziet er best mooi uit. Haar haar is mooi geföhnd.” Hij streelt zijn vrouw over haar hoofd. “Ik wil graag een toespraak houden, maar mijn dochter zegt dat dat voor mij te zwaar is. Mijn vrouw en ik waren ruim zestig jaar getrouwd, ik wil iets zeggen. Wat vind jij? De kinderen zeggen dat ik te emotioneel word.”

Op de dag van de uitvaart spreekt hij als laatste. Stamelend en vol verdriet. “We waren meer dan zestig jaar getrouwd, maar wat mij betreft waren we pas op de helft.” Hij snikt. “Ik zal me haar lentesmoeltje altijd blijven herinneren, zelfs als het koud is buiten, zoals nu.”

Mickelle Haest tekent elke week de ervaringen op van een uitvaartverzorger of van een verloskundige.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden