Beeld Sjoerd van Leeuwen

De kraai

Zusje met Down

Ik parkeer de auto in een van de parkeervakken bij een instelling. Het complex bestaat uit een aaneenschakeling van gebouwen met daaromheen een parkachtige tuin met een verlaten moestuin. Bij de ingang liggen enorme pompoenen opgestapeld, vermoedelijk van eigen kweek. In een van de kalebassen staat het woord welkom gekerfd. Binnen word ik hartelijk ontvangen door de broer en zus van de vrouw van midden veertig die vanochtend gestorven is. “Ze had net als de andere bewoners hier in huis het syndroom van Down”, zegt de zus bij wijze van uitleg.

Broer en zus zijn beiden halverwege de zestig schat ik. De vrouw ligt opgebaard op bed. Mijn collega’s hebben de koeling al gebracht. Tussen haar gevouwen handen zit een knuffel. Het lichtblauwe beertje heeft een glimlach van oor tot oor. Op het nachtkastje staat een bos tulpen en brandt een kaars. “Ze was een stuk jonger dan wij”, zegt de broer. Zijn zus lacht. “Een echt nakomertje.” “Maar ze zal als eerste bij onze ouders terugkomen”, vervolgt de broer. “We willen dat ze bij hen in het graf begraven wordt.”

Ik noteer de gegevens. “Onze zus heeft hier altijd graag gewoond. Deze instelling is fantastisch. De begeleiders in het huis zullen de plechtigheid zelf verzorgen. Jij zult je daar niet echt mee hoeven te bemoeien.”

‘Mag ik nu haar kamer, die is groter dan de mijne’

Op de dag van de uitvaart heeft de leiding alle stoelen in de ontmoetingsruimte al in een aulaopstelling geplaatst. In het bijzijn van broer en zus leggen we de vrouw in haar kamer in de kist. Het blauwe beertje gaat mee. Een begeleider komt binnen en zegt: “Jullie kunnen komen, iedereen zit klaar.” Vier dragers duwen de kist door de gangen naar de ontmoetingsruimte. Onder begeleiding van het K3-liedje ‘Alle kleuren van de regenboog’ komen we de ruimte binnen. Zeker de helft van de zaal zingt luidkeels mee.

Op de eerste rij zitten twee bewoners in elkaars armen te huilen. We zetten de kist op zijn plaats en het instellingshoofd neemt het woord. Hij vertelt laagdrempelig over het overlijden van de vrouw. “Ze slikte al heel lang heel veel pillen.” “Ja, dat is waar”, bevestigt een van de bewoners. “Wat vonden jullie leuk aan haar?” “Ze had mooi haar”, zegt een dame op de derde rij. Haar eigen haar is roze geverfd. Een andere bewoner roept: “Ze was grappig”, en begint hard te lachen. 

Een begeleider speelt dwarsfluit terwijl hij om de kist heen loopt. Als hij klaar is, staat een van de bewoners op en zegt: “Mag ik nu haar kamer, die is groter dan de mijne.” “Daar gaan we het later over hebben. Nu gaan we eerst zingen.” “Dat vind ik leuk”, antwoordt ze en ze zet opnieuw ‘De regenboog’ in. Vrijwel iedereen volgt.

Als we moeten vertrekken, pakt de begeleider zijn dwarsfluit weer en krijgen de bewoners instrumenten. Van de voordeur tot aan de rouwauto vormen ze een muzikale erehaag. Trommels, triangels en fluiten vormen samen een vrolijk ritme, totdat de kist in de auto verdwijnt. We worden uitgezwaaid door tientallen bewoners. We rijden het terrein af. Door de kale plekken in de heg zie ik ze nog steeds zwaaien.

Mickelle Haest tekent afwisselend de ervaringen op van een uitvaartverzorger en die van een verloskundige. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden