Levenslessen Mirjam de Blécourt

Zuidas-advocaat Mirjam de Blécourt: ‘Ik wilde een eind maken aan het mannenkartel’

Beeld Merlijn Doomernik

Kersvers senator en Zuidas-advocaat Mirjam de Blécourt (55) zet zich al jaren in voor meer vrouwen aan de top. ‘Ik was 36, voldeed aan alle criteria, had meer gepubliceerd en omgezet. Toch kozen ze een man.’

1 Hard werken zit ’m niet alleen in het aantal uren

“Mijn ouders hadden een verpleeghuis in Bosch en Duin. Er woonden chronisch zieke mensen, oudere, maar ook jongere. Toen ik nog thuis woonde, hielp ik mee, en later, toen ik studeerde, werkte ik er in het weekeinde. Mensen wassen, kamers schoonmaken, eten rondbrengen, dat soort dingen. En proberen de dag een beetje gezellig te maken voor de bewoners: een praatje maken, iets voorlezen, foto’s bekijken, met iemand gaan wandelen. Mensen die dat nooit hebben gedaan, beseffen niet hoe zwaar het kan zijn. Kleed maar eens iemand aan die niks kan. Of probeer iemand te verschonen die zich heeft ondergepoept. Dat heb ik allemaal geleerd. Het is niet altijd leuk, maar het moet wel gebeuren. Ik weet heel goed wat verpleegkundigen en verzorgenden allemaal doen. Ja, ik doe ook veel, maak vaak lange dagen. Maar ik vind mijn werk eigenlijk niet zo zwaar. Ik heb gezien dat er ook andere banen zijn waarbij het echt hard werken is.”

2 Je hoeft niet altijd bij de groep te horen

“In 1983 ging ik rechten studeren in Leiden. Ik kwam terecht in een studentenhuis aan het Rapenburg. ‘Het kippenhok’ werd het genoemd: er woonden 44 meiden. We leefden heel intensief samen. Er waren twee wasmachines, die draaiden dag en nacht. In het begin wilde ik graag iedereen aardig vinden en ook zelf door iedereen aardig gevonden worden. Maar ik had al snel door dat het zo niet werkt. Je moet je eigen plan trekken, je kunt je niet steeds afvragen wat anderen van jou vinden. Ik heb bijvoorbeeld nooit gedacht: er wordt hier veel gedronken, ik kan niet achterblijven. Ik vond het gewoon niet lekker. Ik zag wel andere meiden meedoen terwijl ze er eigenlijk geen zin in hadden, maar ik heb daarin geen concessies gedaan. Soms heb je dan het gevoel dat je er niet bij hoort, maar dat is geen ramp. Je kunt nee zeggen.”

3 Je kiest wat je herkent

“Ik was 36, werkte al een aantal jaar bij Baker McKenzie en ik hing voor voor partner, zoals dat heet. Er was nog een andere kandidaat, een man. Het was niet hij of ik, we hadden het allebei kunnen worden. Ik voldeed aan alle criteria, beter dan hij zelfs, ik had veel meer gepubliceerd en een hogere omzet binnengehaald. Maar hij werd het wel en ik niet. Ik kon het niet geloven, ik ben een maand lang thuis gebleven. Later ben ik alsnog partner geworden, maar dat moment was een eyeopener voor me.

Ik had tot dan nooit het idee gehad dat mannen en vrouwen met een andere bril werden bekeken. Ik dacht dat iedereen gelijk behandeld werd. Met feminisme had ik me nooit beziggehouden, ik zag de noodzaak er niet van in. Ik ben veel gaan lezen, heb me verdiept in de literatuur over dit onderwerp. En ik ontdekte dat het ermee te maken heeft dat ik een vrouw ben. Het heeft wel even geduurd voordat ik dat durfde te denken, laat staan hardop te zeggen. Ik was bang mezelf kwetsbaar te maken door het erover te hebben. Maar ik heb me eroverheen gezet. Het was echt een taboe om het uit te spreken, dat is het nu aan de Zuidas gelukkig minder.

Alhoewel ik wel merk dat jonge vrouwen nu net zo denken als ik toen. Ze beginnen als stagiaire en inderdaad, dan is er geen verschil. Maar dan worden ze 34, 35 en dan blijkt dat ze het toch afleggen tegen die mannen, al doen ze hun werk even goed. Het is lang niet altijd een kwestie van opzet. Het heeft te maken met onbewuste vooroordelen. Mannen begrijpen elkaar, die hebben aan een half woord genoeg. Je kiest wat je herkent. Het is kloongedrag, het is menselijk. Ik heb het zelf ook. Jij interviewt mij nu en dan praat ik makkelijker dan wanneer er een man tegenover me zou zitten. Ik werk graag met vrouwen. Soms zit het in kleine dingen. Een vrouw draagt een ring die ik mooi vind en je hebt een aanknopingspunt voor een gesprek, er is herkenning.”

Beeld Merlijn Doomernik

4 Soms moet je je nek uitsteken

“Uit onderzoek blijkt dat er minimaal dertig procent vrouwen in de bestuurskamer moet zitten als je wilt dat mensen echt worden gekozen om hun competenties. Dat weten is één ding, maar zorgen dat het zover komt is een andere zaak. En die mannen aan de top gaan zich natuurlijk niet zomaar anders gedragen, ook al weten ze dat een bedrijf gebaat is bij een evenwichtige verdeling van mannen en vrouwen op topposities.

Ik moest daar wat aan doen, dat gevoel zat heel diep. Met een aantal andere vrouwen heb ik in 2006 Women on Top geformeerd. We wilden een eind maken aan het mannenkartel, zoals we het noemden. In mijn omgeving werd me afgeraden om me daar zo nadrukkelijk over uit te spreken. Het zou niet goed zijn voor mijn carrière. En er kwam ook kritiek van vrouwen: ‘we willen geen excuus-Truus zijn’. Daar heb ik me altijd zo aan geërgerd. Hou daar toch mee op. Je doet vrouwen ontzettend tekort door ze zo weg te zetten; ze moeten zich echt allemaal bewijzen, anders liggen ze er zo weer uit. 

Er is bovendien geen man die zegt: ik wil geen excuus-Jan zijn.

Er is een wet Streefcijfers gekomen, die bedrijven niet verplicht tot het aannemen van vrouwen, maar wel tot uitleg als het niet lukt. Maar zelfs dat doen ze vaak niet, dus het effect is beperkt. Misschien moeten we hardere maatregelen nemen. Kortingen op de bonussen van bestuurders bijvoorbeeld als het ze niet lukt om meer vrouwen binnen te halen. In andere landen gebeuren al dergelijke dingen, we hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden.”

5 Schuldgevoel hoort erbij

“Ik heb altijd fulltime gewerkt, ook toen er kinderen kwamen. Ja, dat was soms zwaar. Na de geboorte van mijn oudste zoon heb ik een aantal jaar met hem in Amsterdam gewoond en reisde ik in het weekeind naar Maastricht, waar mijn man een opleidingsplek bij plastische chirurgie had. Ik heb me vaak moeten verantwoorden. Ik was eens op een leiderschapscursus in Colorado en onderdeel daarvan was een gesprek met een psychiater. Het eerste wat ze tegen me zei: ‘Het moet moeilijk zijn dat je je kinderen zo weinig ziet’. Het voelde alsof me een schuldgevoel werd aangepraat, terwijl ik er niet mee zat.

Natuurlijk voel je je weleens schuldig. Als je kind ziek is, er op school iets is waar je niet bij kunt zijn. Maar de vraag wordt aan mannen nooit gesteld, alsof er vanuit wordt gegaan dat een man zijn kinderen niet mist als hij op reis is, zich nooit schuldig voelt. Maar is dat wel zo?

Een schuldgevoel hoort erbij. Het heeft mij er niet van weerhouden te blijven werken. Als je thuisblijft bij de kinderen voel je je misschien wel ongelukkig omdat je niet bijdraagt aan het gezinsinkomen. En vergeet niet: het gaat heel snel, de jongens zijn inmiddels het huis uit. Die denken echt niet: we gaan elk weekeinde naar huis. Terwijl ik dat wel gezellig zou vinden.”

Beeld Merlijn Doomernik

6 Maak geregeld je hoofd leeg

“Mijn moeder kreeg op haar 55ste de ziekte van Mesulam, een langzaam voortschrijdende vorm van afasie. In die tijd ben ik gaan mediteren. Het was vaak zo druk in mijn hoofd. Vijf jaar lang heb ik elke zondag lessen gevolgd.

Even met mezelf zijn, dat wilde ik leren. Nu kan ik het zelf.

Vrouwen zijn er natuurlijk toch al goed in om zich overal zorgen om te maken. Relativeren helpt, veel dingen zijn echt niet zo belangrijk. Een paar weken geleden hadden we op kantoor een feestje; een stagiaire werd medewerker. Ik was heel blij voor haar, het was een bijzonder moment. De dag daarvoor was ik tussen de bedrijven in de Eerste Kamer door even weggerend om een cadeautje voor haar te kopen. Maar in alle drukte was ik vergeten het mee te nemen. Daar kun je je dan vervelend over voelen, of denken: jammer, niets aan te doen. Een typefout in een artikel, de foute schoenen op een feestje, een keer te laat komen. Je kunt je overal gek door laten maken.”

7 Met een mening komt verantwoordelijkheid

“Ik heb vaak een grote mond, een mening, zeker als het over arbeidsrecht gaat. Ik ben net gekozen in de Eerste Kamer. Dat biedt een kans om heel direct bij dat proces te zijn, daar iets aan bij te dragen. Als ik denk dat ik het beter kan, dan moet ik ook maar verantwoordelijkheid nemen. Het biedt me bovendien een nieuw platform om de vrouwenzaak onder de aandacht te brengen.

Soms denk ik weleens dat ik erover op moet houden. Het wordt tijd dat jongeren het overnemen. Maar weet je wat zo leuk is? Ik heb eerder dit jaar een boek geschreven, ‘Vrijgevochten’, over de weg die ik zelf heb afgelegd naar de top. Mijn zoons hebben het ook gelezen. Ze zijn 21 en 24, studeren in Leiden. Zij hebben het weer aan hun vrienden gegeven. Nu krijg ik mailtjes. Dat ze eerst nogal sceptisch waren. Maar dat ze het leuk vonden om te lezen, en dat ze het er met hun moeder over hebben gehad of die misschien tegen dezelfde dingen is aangelopen. Door het boek ontstaat er een gesprek. Het is een mooie bijvangst dat het ook jongens aan het denken zet.”

Mirjam de Blécourt-Wouterse (1964) groeide op in Bilthoven en studeerde civiel en fiscaal recht in Leiden. Sinds 2002 is zij internationaal partner bij Baker McKenzie, een van de grootste advocatenkantoren ter wereld, en geeft zij leiding aan de sectie arbeidsrecht. Ze is herhaalde malen uitgeroepen tot ‘beste vrouwelijke arbeidsrechtadvocaat van Europa’ en staat sinds 2013 in de Volkskrant-top 200 van invloedrijkste Nederlanders, vorig jaar op nummer 164. Ze zet zich in voor diversiteit en gelijke behandeling van vrouwen en is voorzitter van de raad van toezicht van kenniscentrum seksualiteit Rutgers. Sinds 11 juni is ze lid van de Eerste Kamer voor de VVD. Eerder dit jaar publiceerde ze ‘Vrijgevochten. Mijn ongebaande pad naar de top’ (uitgeverij Prometheus). De Blécourt is getrouwd en heeft twee zoons.

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden