‘Jarenlang is mij geadviseerd te verzwijgen dat ik als hermafrodiet ben geboren.’

Tien GebodenRaven van Dorst

Zondagrust kent Raven van Dorst niet - wel de zondagskater

‘Jarenlang is mij geadviseerd te verzwijgen dat ik als hermafrodiet ben geboren.’Beeld Patrick Post

Raven van Dorst (Vlaardingen, 1984) zingt en speelt gitaar in de rockband Dool, presenteerde diverse televisieprogramma’s voor BNNVARA en is voor diezelfde omroep de talkshowhost in Boerderij van Dorst, een realityshow die van 8 september, van 20.30 tot 21.10 uur, op NPO3 te zien zal zijn.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“Mijn grootvader – al lang de pijp uit toen ik werd geboren – was godsdienstleraar en ik denk dat mijn moeder ons daarom, vanuit een vaag soort plichtsbesef, naar een christelijke school heeft gestuurd. Vooral de verhalen over het genezen van de melaatsen en de barmhartige Samaritaan zijn blijven hangen.

Ik hield wel van Jomandaëske complotjes, niet zo van die grote gebaren, van de zeven plagen of het splijten van de Rode Zee, de onbevlekte ontvangenis van Maria en zo… maar goed, het is in wezen gewoon indoctrinatie natuurlijk; je probeert je kinderen toch een bepaald wereldbeeld op te dringen. Niet dat ik daar heel vatbaar voor was.

Ik was nieuwsgierig, leergierig, maar ik kan me niet voor de geest halen dat ik me als kind al afvroeg waartoe we hier op aarde zijn. Dat begon pas rond mijn zeventiende. Sindsdien verkeer ik in één grote, existentiële crisis. Ik vraag me elke dag af: waar doe ik het voor? Wat wil ik nou eigenlijk? Maar dat zie ik niet als iets negatiefs. Het leven heeft op zich geen nut, denk ik, maar als ik niet langer nieuwe dingen wil ontdekken, kan ik net zo goed meteen de dood gaan opzoeken.”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“Kennelijk vonden ze in het ziekenhuis dat ik niet naar Gods evenbeeld geschapen was, want meteen na mijn geboorte als hermafrodiet moest er worden ingegrepen: maken we er een jongetje of een meisje van? Meisje? Oké, dan snijden we alles wat deze baby tot een jongetje zou kunnen maken er uit. Overbodig materiaal. Mijn hele ‘zijn’: weg ermee.

Dat is heftig, ja, en het heeft voor heel veel leed gezorgd. Ze vonden me al snel raar, ik hoorde nergens bij, paste nergens tussen. Ik ben langzaam maar zeker mijn eigen beeld gaan creëren. We zijn inmiddels zevendertig jaar verder en ik ben er nog steeds mee bezig. Ik wil niet in een hokje, geen vaste vorm aannemen, ik ben… kom, hoe heet dat spul? Play-Doh! Ja, dát ben ik: één grote bonk klei die hopelijk nooit zal opdrogen.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Een week nadat ik hier was ingetrokken (de boerderij in Apeldoorn die het decor vormt voor het realityprogramma Boerderij van Dorst, AV) lag er al een boekje van de Bond tegen het Vloeken op de deurmat. Er zat ook nog een pamfletje bij, over waar ik de weg naar Jezus kon vinden of zoiets… Dat soort post krijg ik al jaren.

Vroeger, toen ik mijn plek nog moest claimen in de wereld, kon ik behoorlijk hard schreeuwen. Ik móest ook wel. Ik identificeerde mezelf als vrouw, als lesbienne – misschien wel de enige in Maassluis. Ik moest naar heinde en verre om mijn slag te slaan, haha, nee, wacht, maak daar maar van: om gelijkgestemden te vinden! Mensen vonden me raar. En ik deed er graag een schepje bovenop: rrrraaaaah!!! Dit is wie ik ben! Ik mag er ook zijn!

Ik zag die mensen schrikken. Zwarte kleren, zwarte make-up, lange zwarte haren: ze zagen me waarschijnlijk als een soort duivelachtige figuur; een zondaar die bekeerd of – als dat niet lukte – in ieder geval gemeden moest worden. Terwijl ik toch echt iemand ben van give a little, take a little; als je mij met rust laat, zal ik het jou ook niet moeilijk maken.

Ik houd me in als er mensen in de buurt zijn die daar last van hebben, maar verder zal ik vloeken als ik daar zin in heb. Niks is heilig. Ik wil niet leven in een wereld waar me de mond wordt gesnoerd. Ik vind dogma’s verwerpelijk, ben tegen iedere vorm van religieuze aanbidding. Ik wil nu geen mensen meer op de kast jagen, maar als ik je al een lul vind en ik moet óók nog eens op mijn woorden gaan passen, dan zeg ik liever: sorry, maar voor jou is gewoon geen plek in mijn leven. Ik heb geleerd om de mensen aan wie ik een hekel heb, mensen die me tegenhouden, die negatief of onoprecht zijn, er zo snel mogelijk uit te filteren.”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Zondagsrust? Ken ik niet. Ik ken wel de zondagskater. Dat is een heel weekend naar de kloten gaan en dan op zondag niet van de bank af kunnen komen. Ik heb ook wel eens een zondagskater op dinsdag. Of op woensdag. Eerst dronk ik altijd bier, maar tegenwoordig experimenteer ik met cocktails. Drugs? Ook. Recreatief, paar dingetjes… ja, luister, ik móet gewoon minstens één keer per week een avond gebruiken om de scherpe randjes er vanaf te halen. Anders hou ik het niet vol.”

V Eer uw vader en uw moeder

“Ik heb altijd de droom gehad om in het buitenland te gaan wonen en ik heb ook een tijdje in Brussel, Barcelona en Berlijn gezeten, maar uiteindelijk heb ik het niet doorgezet omdat ik het gevoel had dat ik in de buurt van mijn ouders moest zijn als er iets gebeurde of zo…

Ja, ik ben de oudste, hoe raad je het? Wij letten op elkaar. Dat is toch niet zo gek? Westerlingen vinden zichzelf zo beschaafd, maar in de andere helft van de wereld vragen ze zich af hoe het mogelijk is dat wij zo slecht voor onze ouderen zorgen. Ik hoef nu nog niets te doen, maar als ze me nodig hebben ben ik er. We hebben inmiddels een goede band opgebouwd, maar ik denk dat mijn ouders blij zijn dat ze ook even niets meer voor mij hoeven doen.

Er was vroeger geen land met me te bezeilen, we hebben enorm veel struggle gehad. Ik vond mijn ouders stijf, normaal, gewoontjes, dat zijn ze in feite nog steeds, maar ik zie nu pas in hoe het gezin voor hen altijd prioriteit nummer één is geweest. Dat vind ik echt bewonderenswaardig. Moderne ouders flikkeren hun kinderen nu meteen naar de dagopvang om carrière te kunnen maken, alsof het een soort hondenuitlaatservice is, ’s avonds even knuffelen en de volgende dag, hoppa, weg ermee!

Ik heb de laatste jaren veel met mijn ouders gepraat over mijn jeugd. Een soort evaluatie: hoe ging dat nou eigenlijk, in die tijd? Ik wist me met mezelf geen raad. Ik voelde me niet thuis op school, ik was een vreemde eend in de bijt, had moeite mee te komen waardoor ik er ook steeds vaker met mijn pet naar ging gooien… Ik wilde iets anders. Ik wilde meer. Mezelf ontdekken, de wereld in.

Mijn ouders zijn lieve, simpele mensen, nooit verder gekomen dan de Veluwe – bij wijze van spreken dan hè – en die begrepen er helemaal niks van. Wat moest ik met die Kurt Cobain? Hoezo droeg ik gescheurde spijkerbroeken? Waarom verfde ik mijn haar? Ik ging roken, blowen, drinken, drugs gebruiken. Ik heb mijn ouders bij mijn weten nooit genaaid of zo, maar ik zette me wel af tegen het burgerlijke bestaan; tegen alles wat zij vertegenwoordigden.

Dat moet voor hen heel lastig zijn geweest. Want achteraf zie ik dat ze alles uit liefde hebben gedaan. Ze hebben hun horizon verbreed, hun blik verwijd om mij in hun leven te houden, snap je? Uiteindelijk hebben ze de drang om mij te willen sturen een beetje losgelaten, maar zijn me nooit uit het oog verloren.”

VI Gij zult niet doodslaan

“Ik heb wel eens een vis gevangen en opgegeten. Dat vind ik wel een vrij eerlijke manier om aan eten te komen. Een mens zal ik nooit doden, niet uit boosheid in ieder geval. Ik heb er nooit zo over nagedacht… misschien zou ik die Bolsenaro, de Braziliaanse president, een kogel door zijn kop kunnen schieten omdat hij er een misdadig beleid op nahoudt, maar dat heeft toch helemaal geen zin? Dan krijgt zo’n man waarschijnlijk de status van een martelaar en wordt ‘ie nóg populairder. Gaat dus niks oplossen. Uiteindelijk krijgt ieder volk de leider die het verdient.”

VII Gij zult niet echtbreken

“Het gaat heel goed met mij en de liefde! Ik heb echt het idee dat ik een gouden karper naar binnen heb gehengeld – deze ga ik niet doodslaan en opeten! Zij is alles wat ik niet ben: welbespraakt, slim, handig en sociaal. Dat is misschien wel wat een relatie nodig heeft; als je teveel op elkaar lijkt, ga je je op den duur toch vervelen. We zijn nu twee jaar samen. Dat is voor mij echt fokking lang. Ik ben blij dat ik iemand heb gevonden die hetzelfde denkt over hoe zo’n relatie er uit moet zien.

Niet alles hoeft in steen te worden gebeiteld, zoals die Tien Geboden van jou. Het is toch ook gek om te denken dat je heel lang samen kan blijven zonder ooit een keer uitstapje te mogen maken? Voor ons is alles bespreekbaar. Wij pinnen elkaar nergens op vast.”

VIII Gij zult niet stelen

“Een tijdje geleden las ik ergens een mooie uitspraak van een of andere hippie: We do not inherit the earth from our ancestors; we borrow it from our children. Inmiddels kunnen we van dat ‘lenen’ wel stelen maken. We plukken de hele wereld kaal. We verbruiken jaarlijks meer dan de aarde ons kan geven. Er blijft helemaal niets voor onze kinderen over. Nou héb ik geen kinderen – en ik wil die etters ook helemaal niet – maar ik begin me zo langzamerhand toch af te vragen of de natuur niet gewoon beter af is zónder ons?

Ik ben geen grote denker of zo, maar als ik op mijn gevoel af moet gaan, dan zeg ik: zo lang we niets veranderen aan de kapitalistische systemen zal de wereld ten onder gaan. Ook wel een mooie manier om te eindigen trouwens; met z’n allen, in één grote apocalyptische toestand.”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“Doktoren en psychologen hadden me jarenlang aangeraden om mijn mond te houden over het feit dat ik als hermafrodiet ben geboren. Dat zou alleen maar voor psychische problemen zorgen. De kring om mij heen wist het natuurlijk wel, maar ik kreeg er in de loop der jaren steeds meer last van: waarom zou ik mezelf anders moeten voordoen dan ik ben? In 2017 besloot ik in het BNNVara-programma Geslacht! het taboe te doorbreken en te gebruiken om een gesprek over tweeslachtigheid op gang te brengen. Er werd goed op gereageerd, maar voor mij persoonlijk veranderde er verder niet zo heel veel.

Wat ik je eerder zei: ik moest nog effe verder kleien. Hoe kon ik die mutilatie van dat babylichaampje in 1984 op een of andere manier ongedaan maken? Destijds noemden ze zo’n ingreep ‘normaliseren’ en werd er besloten een vrouwtje van me te maken. Op 5 mei van dit jaar wilde ik mezelf uit die mal bevrijden. On-normaliseren, noemde ik dat. En dat begon met de taal. Zo lang ik mezelf voorstelde als Ryanne – een naam die nu al als een echo klinkt – bleef ik in de ogen van mijn omgeving een vrouw. Daarom besloot ik voor een andere naam te kiezen, een naam die bij mij past en die dat ook uitdraagt naar de wereld.

Eigenlijk zou iedereen zijn eigen naam moeten kunnen kiezen, niet alleen mensen die met gender en geslacht spelen, maar ook mensen die zichzelf op een andere manier opnieuw uitvinden, overwinnaars, klaar voor een volgende periode in hun leven. Zoiets. Gandolf the Grey uit Lord of the Rings ging zich op een gegeven moment toch ook Gandolf the White noemen? Dat bedoel ik.

En ik maakte op Instagram bekend dat ik voortaan Raven heette en zei dat ik het tof zou vinden als men mij niet meer in de vrouwelijke vorm maar met ‘die’ of ‘hen’ wilde aanspreken. Het werd onmiddellijk opgepikt. In de media – links en rechts – wordt nu iets langer nagedacht voordat er iets over geslacht en gender gezegd of geschreven wordt. Ik heb een steen in de vijver gegooid en het rimpelt al een tijdje lekker door.

Natuurlijk, er zijn mensen die hier niet in mee willen gaan, die tegenstribbelen, eng, eng, eng, wat de boer niet kent dat vreet ‘ie niet, prima, is je goed recht, maar er wordt in ieder geval over gepráát en dat vind ik al heel cool. Het heeft mij ook een beetje rust gegeven. Ik voel me vrijer, opener. Het is niet meer nodig om overal tegen aan te schoppen. Ik geloof dat ik mijn blik een beetje van buiten naar binnen heb gedraaid.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Nog meer spullen? Ik wil er juist vanaf! Ik hou niet van rommel, ik hou niet van ruis, voor mij moet alles een beetje overzichtelijk zijn. Materie leidt alleen maar af. Ik wil toe naar een leven waarin ik alleen de dingen bezit die ik nodig heb om mijn creativiteit te kunnen uiten.

Ambities heb ik zat, wat dat betreft wil ik misschien wel weer te veel, maar het is niet zo dat ik iets begeer wat een ander al heeft. Weet je wat ik misschien wel lekker zou vinden? Dat ik iets kon gaan doen waarbij ik niet na hoef te denken, dat ik een knop zou hebben waarmee ik al die gedachten uit kan zetten in mijn hoofd, want dáár word ik wel eens gek van, maar goed, zo’n ding willen we allemaal wel hebben… Toch?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden