null Beeld

ColumnLoethe Olthuis

Zo zorg je dat vlinders voldoende ‘fastfood’ in de tuin kunnen snacken

Loethe Olthuis

Vanmorgen vloog er een fantastisch ­fabelbeest in mijn tuin. Was het een enorme zweefvlieg? Een exotisch vogeltje? Een Russische drone? Het had een groot, behaard, zwart-wit gedessineerd lijf, flinke voelsprieten en een onwaarschijnlijk lange tong. En oranjebruine vleugels die zo snel bewogen, dat ik alleen een waas zag: natuurlijk, een kolibrievlinder! Die slaat wel zeventig tot tachtig keer per seconde met zijn vleugels, net als een echte kolibrie. Ik rende er hijgend achteraan, want hij (of zij) helikopterde pijlsnel van bloem tot bloem.

Vlinderdip tussen half mei en half juni

Ik had ze hier nog nooit gezien, maar toch schijnen kolibrievlinders regelmatig in Nederland rond te vliegen. Het zijn trekvlinders, net als de atalanta, en met dank aan klimaatverandering komen ze elk jaar vroeger uit Zuid-Europa en Noord-Afrika hier naartoe. Soms overwinteren ze hier zelfs, maar één flinke nachtvorst en het is afgelopen. Andere vlinders kunnen beter tegen de kou en blijven ’s winters altijd hier, zoals de citroenvlinder, of overwinteren als ei, rups of pop.

De meeste vlindersoorten leggen in het voorjaar eitjes en sterven dan. Dat zorgt voor een vlinderdip tussen half mei en half juni. Dan zijn er vlindereitjes en rupsen, maar nog geen volwassen vlinders. Tot ze, alsof het is afgesproken, eind juni massaal tevoorschijn komen. Slim, want nu bloeien de meeste nectarplanten.

Terug naar de kolibrievlinder. Die legt eitjes tussen mei en september, pas als het koud wordt vliegen de jonge vlinders naar het zuiden. Het zijn nachtvlinders, maar net als veel nachtelijke collega’s zijn ze dagactief. Dat betekent dat ze eten als ze honger hebben, ongeacht het tijdstip, zoals pubers ’s nachts een broodje shoarma halen.

Kolibrievlinders zijn lekker kieskeurig

Zorg dus voor genoeg vlinder­-fastfood in je tuin: koninginnekruid, lavendel, marjolein en vlinderstruik. Nachtvlinders snacken ook graag op avondgeurders als flox, kamperfoelie, siertabak, spoorbloem en valeriaan. Zet ze bij je terras, dan ­geniet je er zelf ook van.

Maar als ik kolibrievlinders wil hebben, zal ik ook voor kraamkamers moeten zorgen: waardplanten, waar de rupsjes kunnen opgroeien. Kolibrievlinders zijn lekker kieskeurig. Ze leggen ­alléén op geel walstro of op ­meekrap, waarvan de wortel vroeger voor rode kleurstof werd gebruikt. U begrijpt het al: ik heb ze allebei gekocht, walstro als plant, meekrap als zaad. Want dit fabeldier wil ik vaker tegenkomen.

Loethe Olthuis schrijft wekelijks een column over tuinieren. Lees hier eerdere afleveringen terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden