Déjà Vu Bedelaars

Zelfs wie aalmoezen gaf, kon ooit een boete krijgen

“Aan menschlievenheid en vlijt” en “Tot belooning” “Maatschappij van Weldadigheid” staat op deze medaille tot beloning van goed gedrag uit 1918. Beeld Kolonien van Weldadigheid

Detailhandel Nederland wees deze week op toenemende overlast en een aanhoudende stroom van bedelaars uit Oost-Europa. De brancheorganisatie wil een landelijk verbod. En dat is niet voor het eerst, ziet Paul van der Steen in deze rubriek.

Kranten klaagden al in de Franse tijd over zwervers en landlopers die misbruik maakten van gasthuizen voor armen. Leeglopers en uitvreters waren het, die er bewust voor kozen om zich ‘aan de schandelykste luiheid overtegeeven’.

Kort daarna, in de eerste jaren van het koninkrijk der Nederlanden, werd in een rapport de vrees geuit voor de veiligheid van plattelanders: “De eenzaamheid der woningen van de meeste landlieden, de afwezigheid van de bewoners, die met hunnen landbouw bezig zijn, de onbeschaamdheid en zelfs de bedreigingen der bedelaars, dwingen de te huis gebleven personen giften af die zij vrijwillig niet zouden hebben gegeven.”

Stroom van bedelaars uit Oost-Europa

Anno 2019 wijst Detailhandel Nederland ook op toenemende overlast en een aanhoudende stroom van bedelaars uit Oost-Europa. De brancheorganisatie wil een landelijk verbod.

Geluiden over ‘de schandelykste luiheid’ klonken rond 1800 niet voor de eerste keer. Al langer geloofden velen dat ledigheid des duivels oorkussen was. Van niks doen kon alleen maar narigheid komen. Ga werken en je zult je kost wel verdienen, luidde het devies.

Die houding ten opzichte van bedelaars werd in de zestiende en zeventiende eeuw strenger, mogelijk onder invloed van het calvinistische denken. Middeleeuwers ging­en doorgaans coulanter met de allerarmsten om. Ook die maakten deel uit van de gemeenschap. Het geven van wat geld hoorde bij je christelijke naastenplicht. En wie op aarde oog had voor de zwaksten, vergrootte zijn of haar kansen op toelating tot de hemel. Om de zaak enigszins onder controle te houden, verstrekten de autoriteiten in veel plaatsen in dit deel van Europa bedelpenningen, een soort vergunning avant la lettre.

‘Maar Moffen, Poep en Knoet, dat syn troggelaars tot bedelen opghevoet’

Voor behoeftige vreemdelingen, de landlopers, waren de middeleeuwers minder schappelijk. Later jaren groeide die afkeer van armetierige vreemdelingen alleen maar. Met drie weinig vleiende bijnamen en een kort zinnetje werd in Bredero’s blijspel ‘Spaanschen Brabander’ (1617) bijvoorbeeld een oordeel geveld over immigranten uit Duitsland: “Maar Moffen, Poep en Knoet, dat syn troggelaars tot bedelen opghevoet.”

In veel gevallen kregen opgepakte bedelaars via een soort snelrecht hun straffen: een flinke tijd in cel, brandmerken en/of verbanning kwamen geregeld voor. Wie een stad of streek werd uitgejaagd, mocht zich daar soms voor eeuwig niet meer vertonen. Zelfs wie op ongeoorloofde wijze aalmoezen gaf, kon rekenen op een boete.

Na 1794 en zeker na 1815 werd steeds meer nagedacht over een centrale aanpak. Niet iedereen zocht het uitsluitend in repressie. “Men vestige slechts het oog op de duizenden van ongelukkigen, die in weerwil hunner bekwaamheid en bereidwilligheid om te werken, inderdaad honger en dorst lijden”, schreef oud-militair en bestuurder Johannes van den Bosch. Het kon volgens hem niet zo zijn dat de ‘paupers’ slechts door de dood verlost konden worden van een uitzichtloos bestaan in armoe, kou en onzedelijkheid.

Bedelaars werden opgevoed tot zelfredzame burgers

De door Van den Bosch opgerichte Maatschappij van Weldadigheid met haar koloniën in Ommerschans en Veenhuizen is misschien wel de bekendste exponent van dat nieuwe denken. In het verlengde van de bestaande tuchthuizen kwamen er nu speciale dorpen onder toezicht van het Rijk, waar bedelaars onder meer via werk werden opgevoed tot zelfredzame burgers. De opbrengsten van hun arbeid zouden de kosten dekken.

In de praktijk viel dat tegen. En zogenaamd heropgevoede bedelaars raakten buiten de koloniën toch vaak weer aan de bedelstaf. Was er trouwens geen sprake van besmettingsgevaar, als je zoveel onaangepasten liet samenleven, vroegen criticasters zich af.

Ommerschans en Veenhuizen kregen op den duur andere bestemmingen. Het landelijk bedelverbod werd in 2000 pas opgeheven. Diverse gemeenten, waaronder Amsterdam en Rotterdam, hebben wel eigen regels die het hand ophouden om geld verbieden.

Paul van der Steen bekijkt wekelijks het nieuws door een historische bril.

Lees ook:

De detailhandel wil een landelijk verbod op bedelen

Dat niet alle gemeenten hetzelfde beleid hebben ten aanzien van bedelaars zorgt voor een waterbedeffect, aldus Detailhandel Nederland. Die pleit voor een landelijk verbod nu steeds meer georganiseerde Oost-Europese bedelaars naar de Nederlandse steden trekken.

Daklozen hebben allereerst een dak nodig, daarna volgt de rest

Het aantal daklozen in Nederland neemt sterk toe, de opvang in steden is vaak overvol. Daklozen hebben er baat bij eerst een huis te krijgen en daarna geholpen te worden met problemen als verslaving en schulden. Maar die huizen zijn er vaak niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden