null

EssayCharlot Verlouw

Zelf kleding maken geeft voldoening, onderstreept je identiteit en de planeet heeft er ook wat aan

Experimenterend met naald en draad, merkt Charlot Verlouw hoe nuttig het is om te kunnen naaien. ‘Wie ooit iets zelfgemaakts over het hoofd trok, grist nooit meer een goedkoop shirt uit een rek.’

Hoe het precies zover is gekomen dat ik op een zwoele zomeravond in augustus vorig jaar de loodzware, ruim dertig jaar oude naaimachine – Made in West-Germany staat erop – van mijn tante de trein in sleepte, weet ik niet meer. Wanneer ik begonnen ben met me uren en uren laven aan YouTube-filmpjes over halsboorden, spoelhuizen, bovendraadspanning en biasbanden: ik kan er geen datum op plakken.

Wat ik nog wel heel precies weet, is de eerste keer dat ik achter de naaimachine ging zitten. Na een opknapbeurt bij de naaimachinewinkel – ik wist niet dat die bestond en had al helemaal niet gedacht dat die zo druk bezocht werd – en een bezoekje aan de fourniturenwinkel – idem dito – was ik er klaar voor. Ik had een oud laken aan stukken geknipt om weer aan elkaar te naaien. Bovendraad, onderdraad, nieuwe naald, stikken maar. Ze bleven aan elkaar hangen, dat wel, maar het zou nog even duren voor het stiksel er echt netjes uit zou zien.

Charlot Verlouw (1993) is werkt sinds 2017 bij Trouw, nu als redacteur online. Ze studeerde taal- en cultuurstudies aan de Universiteit Utrecht en journalistiek en media aan de Universiteit van Amsterdam. Haar naaiavonturen deelt ze via haar Instagramaccount @scrapupsewist. Ook verkoopt ze tassen gemaakt van restjes stof.

Inmiddels heb ik een naaicursus gevolgd en heb ik het naaien aardig onder de knie. Terwijl ik dit schrijf wordt mijn haar bij elkaar gehouden door een zelfgemaakte scrunchie en doe ik dagelijks boodschappen met een zelfgemaakte tas. Op de paspop hangt het eerste jasje dat wél gaat lukken, in de kast liggen al diverse rokken en een enkel shirt. Al knippend, stikkend en rekenend vraag ik me af: waarom leer ik dit pas in mijn 28ste levensjaar?

Naaien is hip, ziet trendwatcher Nanon Soeters. Zij onderzocht met haar bureau Rozenbrood in opdracht van creatieve vakopleidingen hoe de toekomst van het ambacht eruitziet. Zij ziet een toenemende waardering voor oude werktuigen en ambachten, ook handwerken. “Kijk naar de tentoonstelling Haute Bordure in het Fries Museum en naar vakbeurzen. Mensen willen weten hoe een hoefijzer van een paard wordt ingezet, hoe een schoen vanaf het begin wordt gemaakt.”

Waar de kunst van het naaien en breien vroeger werd overgedragen van ouder op kind, leer je nu hoe je een vierkante halslijn afwerkt via YouTube of online leerplatforms als Domestika en Skillshare. Soeters: “Zelf iets maken, geeft een gevoel van autonomie, je hebt volledig de controle over wat je in je handen hebt, daar hebben mensen tijdens corona behoefte aan. En het geeft voldoening.”

Zelf kleding maken onderstreept bovendien je eigen identiteit, zegt Soeters. Naaicafés en cursussen spelen in op wat we nu belangrijk vinden: “Creativiteit, identiteit en ook duurzaamheid. Tien jaar geleden had je nog weinig naaicafés, toen was het nog truttig.”

Met dat truttige, een woord dat ook bij mij opkwam, blijkt het reuze mee te vallen. In mijn klasje zat een divers gezelschap, zelfs een man, merkte de naaijuf op. Dat had ze zelden meegemaakt. Wie wat rondkijkt op YouTube en Instagram ziet de ene na de andere hippe naaister, man én vrouw, die oude kleding nieuw leven inblaast of zichzelf de uitdaging heeft gegeven een voltallige garderobe in elkaar te zetten.

Ik weet nu dat dit nog niet zo makkelijk is. Vouw een naaipatroon open en het duizelt je. Naaien is wiskunde, schrijft wiskundige Evelyn Lamb in een blog waarin ze uitlegt hoe ze biasband maakt, voor mooi afgewerkte naden en zomen. “Stof meten, de graden van hoeken, naadtoeslag berekenen. Maar het gaat veel dieper, je gebruikt platte stukken stof om iets te maken dat flatterend om iets driedimensionaals zit. Naaisters krijgen hier nauwelijks de erkenning voor die ze verdienen. Misschien omdat traditioneel vrouwelijke beroepen nou eenmaal niet als wiskundig worden beschouwd?”

De naaimachine was een populairder huwelijkscadeau dan de wasmachine

Historisch gezien is het helemaal niet gek dat Lamb die vraag opwerpt. Naaien is in de afgelopen honderd jaar onlosmakelijk verbonden geweest met het huishouden, zegt Sjouk Hoitsma, conservator bij het TextielMuseum in Tilburg. “In het lager onderwijs werd naaien onderdeel van het huishoudonderwijs. Meisjes leerden naaien, jongens niet. De naaimachine stond in de jaren vijftig in de top-drie van populairste huwelijkscadeaus, nog boven de wasmachine.”

Ook voor de industriële revolutie gold er voor kleding maken een strikte verdeling tussen man en vrouw, zegt Hoitsma. “Het maken van wollen, of bovenkleding, was gebonden aan een gilde en dus voorbehouden aan mannen. Vrouwen mochten nacht- en onderkleding maken, zij waren de linnennaaisters.”

null Beeld

Handwerkles werd tijdens de emancipatiegolf van de jaren zeventig afgeschaft. De vaardigheid om te naaien, te repareren en te herstellen zijn we sindsdien massaal verloren, zegt conservator Hoitsma. Er kan maar beter geen textielschaarste ontstaan. “Ik heb kleding uit de Tweede Wereldoorlog onderzocht; een perfect genaaid jongenskostuum, gemaakt uit een oude mannenjas, twee jurken vermaakt tot één. Dat kunnen we allemaal niet meer.”

Volgens de Feministische Handwerkpartij (FHP), opgericht door kunstenaars Emmeline de Mooij en Margreet Sweerts, wordt naaien en kleding repareren nog steeds als minderwaardig vrouwenwerk beschouwd. “Het is zorgdragen voor je materiële omgeving”, zegt Sweerts. “Onze verhouding met die omgeving is verstoord en op zorgen kijken we neer. Een handwerkende vrouw is klein, stil en bezet weinig ruimte. Ze is ongevaarlijk. We willen haar weer stoer maken.”

De Mooij: “Nog niet zo lang geleden waren handwerken en textiel vervaardigen een groot onderdeel van het dagelijks leven, vrouwen waren er eeuwenlang meer mee bezig dan met de rest van het huishouden. Nu is er een opleving in de interesse in handwerk, maar ik vraag me af hoe lang die standhoudt. Bij het grote publiek zie je het niet, onderhoud is niet echt sexy.”

Met de FHP willen De Mooij en Sweerts handwerk uit de huiselijke sfeer halen. Soms door letterlijk in de openbare ruimte te gaan zitten handwerken, maar ook door naaikransen te organiseren, in samenwerking met Atria, kennisinstituut voor vrouwenemancipatie. Tijdens die bijeenkomsten gaat het onder andere over de relatie tussen feminisme en handwerk.

Immers: naaien werd gezien als huishoudklus, als een vorm van zorgen, een idee waar feministen zich juist van los wilden maken. Waarom zouden zij zich weer voegen in die rol? De Mooij: “De zelfmaaktrend lijkt zich vooral onder vrouwen af te spelen, dus het wordt pijnlijk duidelijk dat het wéér de vrouwen zijn die de duurzame, verzorgende rol op zich nemen.”

Fast fashion-kleding is na twee jaar hopeloos ouderwets. Zelfmakers bepalen zelf wat mode is.

Een beetje meer waardering – in geld en aandacht – voor het vak en voor textiel zou niet alleen goed zijn voor jezelf en degene die de een kledingstuk in elkaar zet, ook de planeet heeft er wat aan. Miljoenen kilo’s textiel worden jaarlijks weggegooid, kleding van fast fashion-merken is na anderhalf seizoen versleten en collecties van grote merken volgen elkaar zo snel op dat sommige bloesjes en rokken na twee jaar alweer hopeloos uit de mode zijn. Door zelf kleding te maken, ontstijg je die cyclus en bepaal je zelf wat in de mode is. En wat je repareert, hoef je niet nieuw te kopen. Wat je hergebruikt of aanpast, hoef je niet opnieuw aan te schaffen.

Naaisters op YouTube en Instagram verbinden hun hobby dan ook vaak aan een egalitaire missie: tegen fast fashion, voor tweedehands, voor duurzaamheid, voor reparatie. Zich maar al te bewust van het feit dat zij de luxe hebben van het naaien hun hobby te maken, terwijl anderen lange dagen maken onder tl-buizen voor een mager loon.

Want ook de textielwerkers worden ondergewaardeerd, ver buiten ons zichtveld in fabrieken in Bangladesh en India, waar managers de productielijn zo efficiënt mogelijk maken. De lonen zijn laag, de arbeidsomstandigheden vaak slecht. Gemiddeld 56 procent van de Aziatische naaisters is vrouw, in sommige landen ligt dat percentage op 80. Ze verdienen structureel minder dan hun mannelijke collega’s.

Zelf maken en repareren verandert je relatie met je kleding. Wie ooit een zelfgemaakt kledingstuk over zijn hoofd heeft getrokken, zal nooit meer een T-shirt van een paar euro uit het rek van de fast fashion-gigant grissen.

Met de toenemende populariteit van het zelf-maken, groeit hopelijk ook het bewustzijn dat kleding maken een vak is en niet enkel een klusje voor de huisvrouw van weleer. En het besef dat een kledingstuk niet voor een appel en een ei gemaakt hoort te worden.

Lees ook:

Een T-shirt, wie verdient er wat aan?

Als wij 29 euro betalen voor een T-shirt, wat houdt de katoenboer daar dan aan over? En de naaister? Kenners over de verdiensten van de hoofdrolspelers in de productie van onze kleding.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden