Relatie-DNAHet verhaal van Lisa

Ze was altijd maar bezig met het oordeel van die rotfamilie

Beeld Brechtje Rood

Tijdgeest verkent het DNA van de liefde: hoe werkt de relatie van je ouders door in je eigen relatie? Vandaag: Lisa (53), die verliefd werd op Bart, een kunstenaar. ‘Hij deugt niet, zeiden mijn ouders. Terwijl hij er juist altijd voor me was.’ 

Mijn vader was een echte pater familias: alles draaide om hem. Het gezin was zijn theater. Als hij dronk kwam zijn valse kant naar boven en kregen mijn ouders ruzie. Mijn moeder kwam dan huilend de trap op. ‘Je moet weg bij die man’, zei ik op mijn tiende al tegen haar.

Ze leerde hem kennen toen ze 35 was. Het was haar eerste relatie, omdat ze altijd voor haar broertjes en zusjes had moeten zorgen - haar moeder stierf jong. Mijn vader was gescheiden en had behoefte aan een nieuwe vrouw, voor z’n natje en z’n droogje. Mijn moeder wilde graag kinderen. Dus dat was de deal.

Intiem heb ik mijn ouders nooit gezien. Ik kreeg ook nooit een arm om mij heen.

Ik weet nog dat ik bij de begrafenis van mijn opa vreselijk moest huilen. Als enige. Ik was elf. Niemand troostte mij. Eenmaal thuis zei mijn vader: ‘Niet huilen, we gaan allemaal dood’. Maar ik was verdrietig. Als straf werd ik een week genegeerd - dat kwam vaker voor. Na een week zei mijn moeder: ‘Ga het maar goedmaken met een kusje.’ Om vervolgens van mijn vader te horen: ‘Denk niet dat het nu ook écht goed is’.

Mijn broer kreeg thuis alle erkenning. Voor zijn intelligentie, voor wie hij was. Want hij was de man. Rechtlijnig. Rationeel. Ik wilde naar een andere middelbare school dan mijn broer, maar dat mocht niet. Het was een kakschool. Ik was anders. Creatiever.

Ik paste me aan, maar ik was niet onderdanig, zoals mijn moeder. Dus was er vaak ruzie. Ik zie nog de priemende ogen van mijn vader voor me. Hij sloeg nooit, maar verbaal kon hij me echt kapotmaken. Ik heb hém wel een keer geslagen. Uit pure frustratie. Recht in zijn gezicht.

Toen ik achttien was, ben ik vertrokken. Met ruzie. Ik wilde eigenlijk gaan reizen, maar besloot te gaan studeren in Amsterdam.

Onderbuurman

Vlak voor mijn afstuderen – ik deed een kunstopleiding - moest ik mijn huis uit, maar er was geen woning te krijgen. Juist op dat moment werd de onderbuurman verliefd op mij: Bart, een kunstenaar. Hij had echt zijn zinnen op mij gezet.

We gingen weleens wat drinken. Op een avond liep hij na afloop mee naar boven, zo mijn kamer in. Ik dacht: ‘Prima, wil jij graag een nacht met mij? Dan doen we dat. Ik ben hier binnenkort toch weg’. Ik was 22, ik voelde me stoer, maar ondertussen wist ik niet wat me overkwam. Er was iemand die om mij gaf.

Ik mocht een tijdje bij hem komen wonen. Na een half jaar verhuisde ik alsnog. Ik wilde zelfstandig zijn. De benedenbuurman in mijn nieuwe woning bleek een dealer: een grote, donkere man met cokeogen. Hij stond me altijd op te wachten. Hij klopte bij me aan. Naakt. In vol ornaat. Ik was als de dood voor ’m. Ik kreeg angststoornissen. Ik wilde maar één ding: terug­­ naar Bart.

Ondertussen deed ik in de ogen van mijn ouders altijd alles fout. Als ik bij ze was geweest, kwam ik vaak terug met tranen. Ik had een boek gemaakt en uitgegeven. Daar waren ze ‘echt niet trots op’. Ik had vanaf dag één een eigen inkomen, ik gaf tekencursussen. Dat was ‘geen echt werk’. En Bart, die deugde niet. Hij was bovendien te oud voor me, we schelen twaalf jaar.

Ik was dol op hem - we zijn inmiddels dertig jaar bij elkaar - maar het kostte me jaren om dat gevoel echt toe te laten. Ik was altijd maar bezig met het oordeel van die rotfamilie.

Weg met het monster

Vorig jaar hoorde ik dat ik een tumor had. De derde keer kanker in vijf jaar tijd. Op dat moment wist ik zeker: het is klaar, het monster moet uit mijn systeem. De tumor én de trauma’s. Heel mijn leven heb ik mijn best gedaan: hou van mij, zie mij staan, waardeer mij, heb plezier met mij. Maar aandacht kreeg ik niet van mijn ouders. Ik was er klaar mee.

Door mijn ziekte kon ik een tijd niet bij mijn moeder langs. Ze is 88 en ligt met Alzheimer in een verpleeghuis. Ik had haar geschreven: ‘Ik heb chemo, ik kan nu niet naar je toe’. Die kaart heeft haar nooit bereikt. Een verpleegster vond het ‘te zielig’ voor mijn moeder en had ’m weggegooid. Dat deed pijn.

Mijn vader overleed twee jaar geleden. Ook hij had Alzheimer. Ik heb goed afscheid van hem kunnen nemen. Ik was voor het eerst niet meer bang voor hem. Soms denk ik: misschien is die klap toch nog ergens goed voor geweest.

Ik wil nog altijd graag een reis maken. Iets in mijn eentje doen. Ik denk dat ik ga lopen, maar bij Santiago de Compostela struikel je over de andere pelgrims. Dat wil ik niet. Ik wil rust. Misschien wordt het wel het Pieterpad.”

De namen Lisa en Bart zijn gefingeerd om privacyredenen. Hun echte namen zijn bekend bij de redactie.

Heeft u ook een verhaal over de liefde, uw relatie en uw ouders? Stuur een mail naar: relatiedna@trouw.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden