po PolskuJaap Robben

Wojtek werkt hier, de bekeuringen vallen in Polen op de mat

Tegen het eind van ­elke middag galmt er een discotheek van ringtones. ­Sommige telefoons worden in een vensterbank gezet. Andere staan boven op een trapladdertje, altijd met de ­camera op henzelf gericht. Ondertussen stukadoren ze verder. Op het schermpje van Tomasz zie ik een vrouw. Eigenlijk slechts ­flitsen van een hals, omdat de ­telefoon in haar schoot ligt en ze ondertussen een auto bestuurt. Zij praten weinig. Het lijkt er meer op dat ze vooral even naar elkaar kijken.

Uit de telefoon van Patryk kwetteren kinderstemmen, ik zie een vrouwenrug die bezig is bij een aanrecht. Blijkbaar ben ik betrapt op mijn gegluur, want de kinderen wijzen naar me. Patryk draait zich naar me om. Ik verontschuldig me. Uit Patryks Poolse zin versta ik enkel het woord Jaapoo. Vervolgens richt hij zijn camera op mijn gezicht. Ik zwaai. Het gezin zwaait terug. ‘Dzień dobry’, zeg ik. ‘Dzień ­dobry’, groet zijn vrouw verlegen en foetert dan tegen de kinderen. ‘Dzień dobry’, mompelen die gedwee.

Uit onze gang klinkt het gebrom van Wojtek. Een vrouwenstem kibbelt terug. Zo gaat hun gesprek een tijdje heen en weer. Terwijl ik onze kozijnen afplak met tape, zoek ik oogcontact met Tomasz en Patryk. Die werken stoïcijns verder. Misschien is dit gewoon Wojteks manier van praten? De vrouwenstem propt echter steeds meer woorden in steeds kortere zinnen. Patryk en Tomasz hebben zelf ondertussen opgehangen. Het brommen van Wojtek gaat over in blaffen. De vrouwenstem keft terug. De anderen werken onverstoorbaar verder. Tot Patryk een lachje ­onderdrukt dat door zijn neus alsnog naar buiten komt. Tomasz’ rug en schouders schokken. Met twinkelende ogen kijkt hij naar me om. Met een knikje van mijn hoofd vraag ik wat er aan de hand is. Patryk grimast gepijnigd en wappert met zijn hand, blijkbaar wordt Wojtek verbaal in elkaar gerost. De vrouwenstem laat zich niet meer onderbreken. Tomasz trekt een steeds gekwelder gezicht, met zijn hand voor zijn wijd open mond. Dan klinkt aan de andere kant van de muur ineens slechts nog het driftig krassen van Wojteks pleisterspaan. Er is opgehangen.

Beeld Hanne van der Woude

Patryk maakt een grap van één woord. Tomasz’ lach galmt in ­onze vers gestuukte kamer. Met opgestoken middelvingers beent Wojtek tussen hen door naar buiten. Onder ons afdak gaat hij een pakje sigaretten leegroken.

Was ist los?’ probeer ik.

Wojtek viele Strafmandat’, zegt Tomasz. ‘Frau kriege Post von Polizei.’ Het blijkt dat de vrouw van Wojtek alle bekeuringen ontvangt die hij hier maakt. Hij reed al drie maanden zonder rijbewijs. Zonder dat hij dat thuis had verteld.

Und jetzt?’ vraag ik.

Wojtek zuhause nicht will­kommen’, grinnikt Tomasz.

Na een kwartier breng ik Wojtek een mok koffie. Met een brom zegt hij bedankt. Wij begrijpen geen enkel woord van elkaars taal, dus sta ik er zomaar even en ga dan weer naar binnen. ­‘Jaapoo’, roept hij me na en wijst naar de hemel. ‘Gęsi!’ Er vliegt een V van zacht gakkende ganzen over. Onderweg naar ergens ver weg.

Schrijver Jaap Robben zoekt in dit feuilleton contact met de Poolse klussers in zijn woonboerderij net over de Duitse grens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden