ColumnBert Keizer

WO II is met het sterven van de laatste getuigen voorgoed in andere handen gevallen

Selma van de Perre, 97 jaar oud, schreef een boek over haar belevenissen in de oorlog onder de titel ‘Mijn naam is Selma, het uitzonderlijke verhaal van een joodse verzetsvrouw’. Ze krijgt veel publiciteit, het boek verkoopt uitstekend en ze kreeg een vol uur de knetterende aandacht van Matthijs. Of misschien andersom, eerst Matthijs, toen de verkoop. Geeft niet. Ze bleef wonderwel overeind in het gesprek. 

Ze heeft een krachtige stem en een zeldzaam heldere oogopslag voor iemand van haar leeftijd. We kijken met ontzag naar mevrouw Van de Perre, want zij is een van de laatst levenden die het nog uit de eerste hand kan vertellen. Daarmee is één vorm van verslaglegging van de Holocaust voorgoed ten einde gekomen. Ik ben van 1947 en dus opgegroeid met een over de jaren groeiend besef dat de moord op de Joden het ergste is dat ooit op aarde is gebeurd. Het mag dan ook nooit vergeten worden. Mijn generatie zal nooit zonder de nodige omzichtigheid durven te spreken over de Holocaust.

De generatie na ons wel, denk ik. Althans, dat las ik in de recensie van ‘Mijn naam is Selma’ in de NRC. Jeroen van der Kris, NRC-redacteur, schrijft over het boek: ‘… een bijzonder gegeven. Maar de manier waarop dat gegeven is uitgewerkt, is niet bijzonder genoeg om te kunnen beklijven. Het is een wat onaangename vaststelling, maar om nog op te vallen in de aanhoudende stroom verhalen en films over de Holocaust, is meer nodig. Meer details bijvoorbeeld. Een beter verteld verhaal ook.’

Een goed verhaal

Ik dacht eerst: hoe durft hij zoiets te zeggen? Maar je kunt er ook uit lezen dat we opschuiven in de tijd. De Holocaust is niet meer dat Altaar waar je je niet bij in de buurt durfde te wagen zonder meteen te knielen. Tot nog toe was alles wat men schreef over de Holocaust leesbaar, omdat het zo erg was. Van der Kris is niet langer tevreden met de feiten. Hij wil een goed verhaal.

Maar dan dreigt er literatuur. ‘Dreigt’? Ja, want als we op leesbaarheid aansturen dan … dan wordt de Holocaust naar een heel ander domein verplaatst. De recensent voelt zelf nattigheid in de constatering: ‘Het is een wat onaangename vaststelling’.

Ik krijg nogal eens teksten aangeboden van lezers die iets vreselijks hebben meegemaakt. De dood van een kind bijvoorbeeld. Ze schrijven daarover een tekst die strak om de feiten heen zit. Liefst zo strak mogelijk. Die instelling levert bijna altijd een verslag op dat voor de lezer vrijwel ondraaglijk is. Je kunt over een dergelijk geschrift niet zeggen: ‘Ik zou van je schoonvader een buurman maken dan kun je die hele scène op de luchthaven schrappen. Wel vasthouden aan de woede-uitbarsting van je vrouw want dat is een gouden greep, maar hij moet korter. De begrafenis duurt ook veel te lang. Al die namen, ik zie de lezer al gapen, minstens de helft kan eruit. Denk erom, de lezer wil ups en downs, een lach, een traan, beetje romantiek, snap je? Zoals het nu leest is het één doffe dreun, niet om door te komen.’

Dit is harteloos. Elk kritisch commentaar klinkt als: u huilt niet goed. Van der Kris beschrijft zijn kritiek zelf als ‘een wat onaangename vaststelling’ en het klinkt inderdaad alsof iemand een botte uitspraak doet die voor sommige aanwezigen erg pijnlijk is.

Hitler als engelbewaarder

Dat we wegreizen van de Holocaust blijkt ook uit de film ‘Jojo Rabbit’. Een klein nazi-jongetje heeft Adolf zelf als een soort engelbewaarder. Zijn moeder verbergt een Joods meisje op zolder. Er ontspint zich nu een even tragische als komische intrige waarin Jodenvervolging, onderduik, verzet, een inval door de Gestapo, een struikelende Wehrmacht en de idiote Hitler allemaal door elkaar wervelen. De ellende van die jaren komt evengoed prima aan de orde. Ik denk dat Selma van de Perre deze film onverteerbaar zou vinden. Hitler was geen lachwekkend driftige mafketel, hij was een massamoordenaar. Maar we zijn de opsomming van feiten voorbij. ‘Dat weten we nou wel.’

WO II is met het sterven van de laatste getuigen voorgoed in andere handen gevallen, en die maken er ‘meer verhaal’ van. Ik vind het erg gewaagd, doodeng eigenlijk maar ook enigszins onweerstaanbaar.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden