De zintuigen vanKiran Badloe

Windsurfer Kiran Badloe: Met mijn lichaam wek ik plank en zeil tot leven

Kiran Badloe, wereldkampioen windsurfen, op het strand van Scheveningen.Beeld Patrick Post

Kiran Badloe (26) is tweevoudig wereldkampioen windsurfen. Bij de Olympische Spelen in Tokio hoopt hij voor Nederland goud te winnen. Als ambassadeur van de Dutch Wavemakers probeert hij daarnaast jongeren bewust te maken van het wereldwijde plasticprobleem in de oceanen.

VOELEN - Wat geweest is, is geweest, er volgen altijd nieuwe kansen

‘Als ik op mijn surfplank sta, overheersen twee gevoelens die eigenlijk tegenovergesteld aan elkaar zijn. Ik krijg niet alleen adrenaline, het werkt voor mij ook medi­tatief. Ik wil van punt A naar B en zorg dat ik met de hoogst mogelijke snelheid over het water ga. Het board begint tegen te werken en de wind wil mijn zeil alle kanten op slingeren. Met mijn lichaam moet ik alles onder controle houden. Dat geeft een kick.

Mijn lichaam is de schakel tussen het materiaal en de natuur. Ik moet de plank en het zeil tot leven laten komen zodat ze gaan werken: het zeil omhooghouden en dichttrekken, het board een richting op duwen en de juiste fysieke krachten leveren om de wind en stroming optimaal te gebruiken. Het voelt alsof je iets vasthoudt wat je constant naar voren wil trekken en dan weer naar links of rechts. Ik geef constant tegenkracht.

Bij het olympische windsurfen, de RS:X, kan ik met mijn zeil en board overleven tot windkracht acht of ­negen. Natuurlijk heb ik weleens gedacht: ‘oef, deze wind, deze kracht, daar heb ik nog nooit mee gevaren’. Maar ik had geen echte angst, ik voelde wel vaak een ­gezonde spanning. Ik ben het altijd aangegaan.

Als ik vanaf mijn plank naar de horizon tuur, heb ik het idee dat ik overal heen kan, dat ik verder kan gaan dan wat ik zie. Dat is heel meditatief en geeft een gevoel van ultieme vrijheid, een soort zen-moment. In mijn hoofd kom ik dan echt tot rust. Dat vind ik zo mooi aan deze sport, dat twee uitersten kunnen samenkomen.

Tijdens wedstrijden verdwijnt dat zen-gevoel naar de achtergrond en komt het competitieve omhoog. Dan ben ik gewoon bezig met topsport. Met wat er in de ­wedstrijd gebeurt, rondom mij. Daar komt wedstrijdspanning bij kijken, de druk om te presteren, de alertheid om de juiste beslissingen te ­maken.

Als ik vroeger in een race zat en ik nam een foute ­beslissing, kwam ik vaak in een neerwaartse spiraal terecht. Samen met mijn coach Aaron McIntosh heb ik een soort ‘resetknop’ weten te vinden om die spiraal te ­doorbreken. Daar heb ik lang over gedaan. Tegenwoordig kan ik op zo’n moment denken: ok, ik heb een fout ­gemaakt, ik lig slecht, maar dat geeft niet. Wat geweest is, is geweest, ik begin vanaf nul. Er zijn altijd nieuwe kansen.”

Wie is Kiran Badloe?

Kiran Badloe is geboren op 13 september 1994 in Almere. Hij heeft een Surinaamse vader, een Nederlandse moeder. Op zijn zesde verhuisde hij samen met zijn ouders en zus naar Bonaire, waar zijn vader een baan kreeg. Daar nam hij zijn eerste windsurflessen. Op zijn tiende keerde Badloe terug naar Nederland. In Lelystad ging hij naar de middelbare school.

In 2012-2013 studeerde Badloe lifestyle coaching aan de Hogeschool Inholland. De opleiding brak hij af om zich op zijn topsportcarrière te kunnen richten. Vanaf 2013 traint hij samen met windsurfer Dorian van Rijsselberghe, onder leiding van de Nieuw-Zeelandse coach Aaron McIntosh.

Kiran Badloe werd in 2019 en 2020 zowel wereldkampioen RS:X als Europees kampioen RS:X. Hij doet voor Nederland mee aan de Olympische Spelen in Tokio die in juli 2021 beginnen.

INTUÏTIE - Met vier ogen zie je meer dan twee

“Ik werk sinds 2013 samen met Dorian van Rijsselberghe, tweevoudig olympisch kampioen windsurfen én tweevoudig wereldkampioen. We zijn zowel trainingspartners als vrienden. Hij was al aan de top toen ik bij hem aanschoof, ik werd zijn ‘pupil’. Dat heeft gewerkt. De afgelopen jaren zijn we echt aan elkaar gewaagd ­geraakt. Dorian besloot dit voorjaar een punt te zetten achter zijn topsportcarrière.

Je leert enorm veel als je iemand naast je hebt die op de juiste momenten de goede beslissingen maakt. ­Dorian is een ‘meester van de zee’. Door tijdens trainingen naar hem te kijken, ben ik gaan zien wat ik niet goed deed. Ik ben gaan begrijpen hoe hij de juiste stroming herkende en waarom hij sneller ging. We deelden ­observaties met elkaar. Daardoor keek ik niet met twee ogen, maar deed ik met vier ogen informatie op.

Nog steeds kom ik tijdens wedstrijden situaties ­tegen waarbij ik moet teruggrijpen op de kennis die ik zo opdeed: welke situatie lijkt hier op en hoe ging ik daar toen mee om? De beslissingen die ik vervolgens neem, maak ik dus niet zozeer op gevoel, maar op basis van waarnemingen en constateringen.

Beeld Patrick Post

Hoe ik mijn materiaal afstel, bepaal ik wel op gevoel. Dat werkt intuïtiever. Ik kan mijn plank en zeil op allerlei manieren aanpassen om zo hard mogelijk te gaan. Daar zijn allemaal theorieën over, maar voor mij is op dat punt altijd de rode draad geweest: voelt het goed?

Toen ik net zo goed werd als Dorian zijn we observaties blijven uitwisselen, maar gestopt met het delen van onze strijdplannen. Onze tactiek houden we voor onszelf. Maar omdat we zo nauw samenwerken, maken we in de praktijk vaak dezelfde beslissingen.

Deze manier van werken heeft ons allebei naar een volgend niveau gebracht. We zijn ieder zelfverzekerd ­genoeg om te denken: als ik hem tips geef, gaat hij harder en moet ik ook extra aan de bak, maar uiteindelijk versla ik hem toch wel. We stuwen elkaar constant op.”

KIJKEN - De natuur is mijn speelveld

“Mijn eerste surfles vond ik vreselijk. Ik was negen en woonde met mijn ouders op Bonaire. Het strand was ­super mooi, het water helder blauw. Voor de kust lag een rif, met wat zeewier en zee-egels tussen het koraal. Het lukte me om vooruit te gaan, maar ik ging recht op het rif af. Van schrik liet ik boven het koraal mijn zeil vallen. Ik durfde niet meer van mijn plank af. Dat was les één.

Op Bonaire is windsurfen wat voetbal hier is. ­Windsurfers zijn dé grote helden van menig jongetje. Mijn ­ouders gaven mij dan ook een aantal lessen cadeau. Les twee en drie kan ik me niet meer herinneren, maar ik weet wel dat ik het op een gegeven moment te pakken kreeg en dacht: dit is gaaf, hier wil ik mee door.

Driekwart jaar later verhuisde ik terug naar Almere. Het was september en bij de surfvereniging werden nog maar een paar lessen gegeven vóór de winterstop. Op ­Bonaire stond ik in m’n zwembroek op de plank, nu moest ik een dik pak aan, het water was ijskoud. En het Gooimeer was diep. Ik dacht: ik ga niet meer surfen. Maar toen het voorjaar werd, begon het te kriebelen.

Het speelveld van een surfer – ons stadion, ­onze ­arena – is telkens anders. Het is geen standaard voetbalveld dat overal ter wereld even groot is en altijd perfect gemaaid gras heeft. Ik kom op veel verschillende plekken, die vaak dagelijks door anderen worden gebruikt. Je ­creëert een soort awareness, je kijkt automatisch om je heen. Waar ga ik racen? Wat zijn de omstandigheden?

Bij de Olympische Spelen in 2016 in Rio de Janeiro werd de Guanabarabaai aangewezen als trainings- en wedstrijdlocatie. Dat was dramatisch. Toen ik de eerste keer in het water lag, zat er al snel allemaal plastic om mijn vin. Ik ging voor geen meter vooruit. Vervolgens kwam ik een bankstel tegen, koelkasten, dode huis­dieren, noem het maar op of het dreef in die baai.

Rio was uitzonderlijk, maar ik ben me wel gaan ­realiseren hoeveel plastic en ander afval er in de zeeën terechtkomt. En hoeveel rotzooi er op stranden ligt. Overal ter wereld. Via mijn sociale media-kanalen ­probeer ik mensen daar bewuster van maken. En als ­ambassadeur van Dutch Wavemakers geef ik gastlessen op scholen over het belang van schoon water.” 

PROEVEN - Geef mij maar de bami met kip van mijn moeder

“Sinds 2012 ben ik nooit langer dan twee maanden ­achter elkaar thuis geweest. Tot maart, toen alles stil werd gelegd. Ik was net terug van de wereldkampioenschappen in Australië, met een gouden medaille én een ticket voor de Olympische Spelen in Tokio op zak. ­Eenmaal thuis werd al snel een lockdown afgekondigd vanwege de corona-uitbraak. Mijn vriendin zei: “Laten we maar bij elkaar gaan zitten.” Dus sinds maart woon ik samen, vlakbij Scheveningen.

Dat was wel even wennen. Ik kon opeens veel tijd met m’n vriendin doorbrengen, terwijl we het voorheen moesten hebben van hooguit een of twee weken samen, daarna moest ik vaak weer weg. We kregen een thuisgevoel, een ‘normale mensenleven’. Het geeft rust. Mijn vriendin grapt weleens: “Je gaat toch niet meer weg?

Omdat ik windsurf – zij heeft een echte baan, ik een ‘neppe’ – ben ik wat flexibeler. Ik kan makkelijker eerder naar huis. Dan begin ik alvast met koken. Met aandacht eten maken, vind ik belangrijk. Ik kook van alles, van ­Indonesische en Thaise gerechten tot Italiaanse lasagna.

Het lekkerste gerecht vind ik misschien wel bami met kip, zoals mijn moeder die maakt. Het is een Surinaams gerecht – mijn vader is Surinaams. De eerste keer dat ik het at, dacht ik: o, dit is zo heerlijk. Dus als ik bij mijn ouders langsga en er wordt op de app gevraagd ‘wat wil je eten?’ dan weet ik wel wat mijn antwoord is.”

Beeld Patrick Post

RUIKEN - Mijn neus werkt, gelukkig

“Geur speelt niet zo’n belangrijke rol in mijn leven, ik ben er niet zo bewust mee bezig. Alleen als ik sta te ­koken, dan ruik ik even boven de pan. En zojuist was ik in de auto ontbijtkoek aan het eten. Ik rook heel duidelijk die geur en dacht in een flits: ‘Hé, mijn neus werkt nog. Dan heb ik dus geen corona’. Gelukkig maar.”

HOREN - Het moment dat je in stilte terechtkomt, is magisch

“In Tokio wordt voor de laatste keer tijdens een olympisch toernooi met de RS:X gevaren, een relatief logge plank die al jaren de standaard is. Ik hoop natuurlijk goud te winnen, daar werk ik naartoe, maar met één oog kijk ik al naar de Olympische Spelen van 2024 in Parijs. Daar zal worden gesurfd op een foilboard, een ander type plank, die sneller en eigentijdser is.

Aan de onderkant van een foilplank zit een mast die het water in loopt met daaraan twee kleine ‘vliegtuigvleugels’. Als je met dit board snelheid maakt, gebeurt iets soortgelijks als bij een vliegtuig: er ontstaat opwaartse druk. De plank komt los van het water en zweeft vervolgens een halve meter boven het oppervlak. Ondertussen ga je razendsnel vooruit.

Foilen is bijna een soort ballet op het water, je moet heel exact je zeil vasthouden. En je moet precies genoeg druk geven om het board zo efficiënt mogelijk te laten glijden. Het is technischer en luistert nauwer. Bij de RS:X gaat het meer over brute kracht en zorgen dat je je materiaal goed vasthoudt.

Een foilplank ‘zweeft’ en hoor je dus niet op het ­water klappen. Wat rest is het geluid van de wind. Op het moment dat je draait om wind mee te krijgen, gebeurt er iets wonderlijks. Vergelijk het met een fietstochtje ­waarbij je plotseling met de wind in de rug heuvel af gaat en met trappen stopt. Opeens hoor je bijna niets meer. Alsof je in een soort stilte beland. Dat is magisch. Dat is voor mij nou echt zo’n zen-moment.” 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden