Wilfried de Jong: ‘Door te niksen is er ruimte voor dat andere leven dat ik leid, waarin ik heel hard werk en perfectionistisch ben’.Beeld Arie Kievit

InterviewWielrennen

Wilfried de Jong is een fantast: Ik fantaseer niet alleen mijn verhalen bij elkaar, maar mijn leven

Dertig jaar lang schrijft theatermaker, presentator, muzikant, columnist en hobbyfietser Wilfried de Jong (62) al over wielrennen. Columns, korte verhalen, lange verhalen. Het beste daarvan is gebundeld in ‘De man en zijn wielerverhalen’. Marijn de Vries, columnist van deze krant én oud-collega bij ‘Holland Sport’, sprak met hem.

Al tien jaar stond de afspraak. Zo’n afspraak die je maakt als je afscheid neemt. In dit geval verliet ik de redactie van ‘Holland Sport’, het televisieprogramma van Wilfried de Jong, om profwielrenner te worden. We gaan nog eens een rondje Rotte fietsen, hè, beloofden we elkaar. Zo’n afspraak die je herhaalt als je elkaar in de jaren daarna nog eens tegenkomt. Rondje Rotte, hè! Ja, doen we. Binnenkort. Zo’n afspraak die bijna nooit nagekomen wordt. Bijna nooit.

We fietsen weg langs de Kralingse Plas, door het Kralingse Bos. Meteen in het groen. Tempo vogels kijken, hebben we afgesproken. Erg on-Wilfried de Jongs, want hij rijdt nog steeds graag hard. En zo ziet hij er ook uit. Om door een ringetje te halen. Geschoren benen. Azuurblauwe wollen wielertrui met witte letters. Zwarte broek, zoals het hoort. En zijn prachtige Pegoretti-racefiets. Een echt pronkstuk: handgemaakt door de Italiaanse fietsenbouwer Dario Pegoretti, beschilderd met verwijzingen naar de jazzmuziek van Thelonious Monk, en saxofonisten van wie Wilfried zo houdt. Een fiets om nooit meer weg te doen.

Een fiets die nog steeds graag vooruit wil. Of is het De Jong zelf? “Op dit rondje wordt veel gefietst, en ik durf eigenlijk wel te zeggen dat ik nog nooit zoek ben gereden hier. Misschien een keer door iemand met een tijdritfiets, met zo’n gek stuur, die zo hard voorbij zoefde dat ik geen zin had om er achteraan te gaan. Maar meestal probeer ik groepjes bij te houden. En op een gegeven moment rij ik van ze weg. Dan kijk ik achterom. Gaan er twee met me mee, en vier roepen er ‘verdomme’.

“Er zit iets onverzettelijks in mij dat ik dat nog steeds elke keer doe. Ik wil laten zien hoe hard ik fiets. Niet aan anderen, maar aan mezelf. Daar word ik heel ontspannen van, ik voel me er gezond door. Ik ben onverzadigbaar als het gaat om me goed voelen, en stevig kunnen doorrijden. Dan kijk ik op het klokje op mijn stuur en zie ik dat ik bijvoorbeeld veertien seconden sneller ben dan de vorige keer. Dat gaat natuurlijk nergens over, en het zijn ook geen legendarische snelheden of afstanden die ik rij, maar voor mezelf is het heel prikkelend.”

Rauwe spruitjes

De smalle weg slingert, de uitzichten zijn oer-Hollands. Molens. Velden. Het gras is op sommige plekken al gemaaid. Achter ons de skyline van Rotterdam. De Jong kent elke meter hier. In alle weersomstandigheden reed hij langs deze rivier. Al veertig jaar peddelt hij langs de Rotte heen en weer, en door het achterland van Rotterdam. “Ik heb weleens een hongerklop gehad die zo erg was dat ik spruitjes uit het land langs de weg heb gegraven. Het regende, ik spoelde ze af met regenwater en heb ze toen zo rauw opgegeten.”

We nemen een afslag voor een kleine omweg, langs de Willem-Alexander Baan, een wedstijdroeibaan die nooit echt populair is geworden. Het waait. De wind blaast korte, dikke rimpels in het water. De Jong knikt naar de golfjes: “Als hier nu een boot zou varen, zo’n binnenvaartschip met een auto op het dek, dan is dat al het begin van een verhaal. Een verhaal over een echtpaar in die auto, een ruziënd echtpaar, waarvan de vrouw opeens van de boot springt.”

Dit heeft hij opgeschreven in zijn boek, maar het kan ook zomaar zijn dat het verhaal enkel in zijn hoofd leeft. “Ik ben een fantast. Ik fantaseer niet alleen mijn verhalen bij elkaar, maar mijn leven. Ik ben daardoor vaak ­afwezig, ook thuis. Dan roepen ze: hallo, hé, hoi! Waar zit je! Maar ik hoor het niet, zit helemaal in een stemming waarin ik dingen combineer en wegdroom. Daar heb ik niet veel voor nodig. Een bril die ik zie liggen, bijvoorbeeld, kan al genoeg zijn. Die bril doet me denken aan een tante met eenzelfde soort bril. En dat doet me weer denken aan een plek waar ik was, en voor ik het weet ben ik aan het fantaseren. Zo gaan mijn uren en mijn dagen vaak op. Soms blijft het bij een gedachte, maar heel vaak leidt het wel tot iets. Een column, een filmpje, een programma-idee.”

Dichter bij de hemel

In het Hoge Bergse Bos leggen we onze fiets in het gras. De Jong strekt zich uit op zijn rug. Trekt een halmpje uit de grond en kauwt er een beetje op. Kijkt rond en begint meteen te schetsen met woorden: “Kijk, die uitzicht­toren daar. Het verlangen om boven de wereld te willen zijn. Twintig meter, of vijftig, of honderdzeventig in het geval van de Euromast. Wat is dat voor behoefte? En ben je daar eenmaal, dan voel je een moment van bevrijding, van dichter bij de hemel zijn. Maar dat duurt niet lang. Want het is ook heel snel weer aards. En teleurstellend. Dat zie je ook als je op de Mont Ventoux staat en kijkt naar de mensen die boven komen, met van die lelijke koppen omdat ze zo moe zijn. Mensen die dan allemaal heel hard ‘yes’ roepen. Dat vind ik verschrikkelijk, dat ‘yes’. Dan drinken ze uit zo’n vieze bidon en maken ze een foto van dat bord met al die stickers erop. Dat is toch niet een van je mooiste momenten. Dat vond ik niet. De weg ernaartoe is interessanter.”

De mooiste momenten zijn simpel. En dicht bij huis. “Het zijn de momenten waarop ik fiets in het achterland van Rotterdam op een zonnige dag, tevreden met hoe het met me gaat en met wie ik ben. Ik ben een echte stadsjongen. Maar ik hou ook heel erg van de natuur. Ik stop op een plek met veel weidevogels, en zie een grutto. Dan maakt zich iets heel eenvoudigs van mij meester. Dan ben ik gewoon gelukkig met een slok water uit een bidon, met het kijken naar een grutto en weer terug naar huis fietsen. Dat is genoeg. Echt genoeg. Dat is ook onthaasting, natuurlijk. Ik zie veel mensen op drift raken, altijd druk zijn. Mensen denken dat ik het ook altijd druk heb, maar mijn geheim is veel ‘nee’ verkopen, waardoor ik ruimte hou. Ruimte om te fietsen, om te niksen, om een uur lang een plaat te luisteren zonder ook maar een vinger te bewegen. Door te niksen is er ruimte voor dat andere leven dat ik leid, waarin ik heel hard werk en perfectionistisch ben, of soms heel wild kan zijn: om één uur ‘s nachts nog de stad ingaan, het heel laat maken.”

De making-of van een massasprint

We stappen weer op voor het laatste stukje langs de Rotte. Sinds corona heeft De Jong nog meer tijd om te niksen. Hij mist de sport op televisie niet echt. Hoewel, de grote wielerrondes als de Giro d’Italia en de Tour de France… “Ik vind het zo lekker om dan in de namiddag de televisie aan te zetten en een wedstrijdverslag te zien. Al is het alleen maar om bij dat kabbelende geluid in slaap te vallen, of de hele krant spellen. Soms is het ineens een spannende etappe, die gigantisch uit de hand loopt. Dat vind ik ook heel fijn. Of de making-of van een massasprint. Ik hou ontzettend van massasprints, dat nerveuze gedoe eromheen.” Nu er niks op tv te zien is, blijft het bij fantasie.

Wat hij mist, zijn zijn twee theatervoorstellingen: met Martin van Waardenberg speelde hij als het duo Waardenberg & De Jong al de hele maand januari in het Luxor, en dat zou hij nog een keer doen in juni. En met de Vlaming Wim Opbrouck zou hij in april en mei de voorstelling ‘Jungfrau’ spelen.

Het is jammer dat die voorstellingen nu niet doorgaan, maar echt treuren doet hij niet. “Ik denk dat een tijd van bezinning wel goed is. Van wat soberder leven. Dit wordt voor iedereen een jaar dat we moeten uitzitten. Ik hoop natuurlijk wel dat het financieel voor iedereen goed geregeld wordt, maar ik denk niet dat het erg is dat we allemaal even pas op de plaats moeten maken.”

Want een beetje proeven aan de kunst van het niksen, een rondje fietsen en naar grutto’s kijken doet niemand kwaad.

Wilfried de Jong

Wilfried de Jong werd eind jaren tachtig bekend met het theaterduo Waardenberg & De Jong; hij werkte daarin samen met Martin van Waardenberg. De cabaretiers stonden bekend om hun acrobatische sketches en slapstickachtige humor. Nadat hij de samenwerking (voorlopig) had beëindigd legde De Jong zich toe op het maken van tv-programma’s. Hij maakte onder andere ‘Sportpaleis De Jong’ en later, met Matthijs van Nieuwkerk, ‘Holland Sport’.

Columnist van deze krant Marijn de Vries was daar van 2008 tot 2010 redacteur. Ook maakte De Jong programma’s als ‘24 uur met’ waarin hij zich 24 uur lang liet opsluiten met een bekende Nederlander. In 2013 presenteerde hij het tv-programma ‘Zomergasten’ en in 2017 sprak hij met koning Willem-Alexander.

De Jong schrijft daarnaast veel over sport, hij heeft onder andere een column in NRC Handelsblad. Afgelopen januari keerde hij ook weer terug als cabaretier samen met Martin van Waardenberg. Die voorstellingen zijn vanwege corona voorlopig geannuleerd.

Lees ook: 

Een lockdown? Néé, maak het leven niet onleefbaar

Niemand is een binnenmens. Dat hebben we dit weekend gezien. Zelden leek de natuur meer gewaardeerd dan gisteren en eergisteren. Zelden leek wandelen, fietsen, schommelen, voetballen, ravotten, bootcampen, zonnen, een biertje drinken, proosten, de lente vieren en na ons de zondvloed het aantrekkelijkste om te doen. Als je de media mocht geloven, dan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden