Oorlogsgeschiedenis

Wie waren de buren van Anne Frank? Historica Rian Verhoeven zocht het uit

Anne Frank (midden met witte muts), haar oudere zus Margot (achteraan met hoedje) met buurtgenootjes op het Merwedeplein in Amsterdam, 1935. Beeld Anne frank Fonds, Bazel

Historica Rian Verhoeven verdiepte zich in de buurtgenoten van Anne Frank, in de tijd vóór haar onderduik. Wie woonden er nog meer aan het Merwedeplein?

Het idee krijgt historica Rian Verhoeven in 2005 bij de onthulling van een beeldje in het plantsoen tegenover haar huis aan het Merwedeplein in de Amsterdamse Rivierenbuurt. De historica woont daar nog steeds. Het beeldje van Anne Frank kan ze vanaf haar voordeur zien.

De Joodse familie Frank huurde aan dit plein, in de schaduw van de bekende hoogbouw De Wolkenkrabber, vanaf 1933 tot 1942 een appartement op nummer 37-II. De Franks waren Duitsland, waar Hitler aan de macht was gekomen, ontvlucht en leefden de eerste jaren relatief prettig in Nederland. Tot de nazi’s in mei 1940 Amsterdam bezetten.

In 1942 doken ze onder in het Achterhuis op de Prinsengracht, waar Anne haar beroemde dagboek schreef. Daar werden ze in 1944 verraden en alsnog gedeporteerd naar concentratiekampen. Alleen vader Otto Frank keerde in 1945 terug uit Auschwitz. Zijn vrouw en dochters Anne en Margot waren omgekomen, ontdekte hij toen. Hij verhuisde uiteindelijk naar Zwitserland.

Rian Verhoeven: “De toenmalige burgemeester Job Cohen hield een toespraak bij dat nieuwe beeld van Anne. Ik vroeg me opeens af, al turend naar al die andere voordeuren: wat zou zich dáár allemaal hebben afgespeeld, in de periode dat de Franks hier woonden?”

‘Dit plein was een soort duiventil’

Zo begon haar jarenlange zoektocht naar informatie over de buurtgenoten van Anne Frank. Vandaag wordt ‘Anne Frank was niet alleen’ gepresenteerd.

Verhoeven koos voor haar boek een aantal hoofdpersonen die ze chronologisch volgt. Ze interviewde vele getuigen, bezocht archieven, las privébrieven en dagboeken. “Dit plein was een soort duiventil, huurders en onderhuurders wisselden elkaar snel af. Precieze cijfers zijn er niet, maar ik schat dat er in de periode 1933 tot 1945 enkele duizenden mensen hebben gewoond.”

In 1933 is zo’n 20 procent van de bewoners van de 122 luxe-appartementen aan plein Nederlands-Joods, blijkt uit gegevens van het Amsterdamse Stadsarchief. Zo’n 10 procent van de bewoners is dan al van Duits-Joodse afkomst. In 1941 is meer dan de helft Joods en van hen weer ruim de helft Duits-Joods, zocht Verhoeven uit. En uiteindelijk woont er formeel geen enkele Jood meer op het plein. Op 8 oktober 1943 wordt Amsterdam ‘Jodenvrij’ verklaard.

Van circa 200 mensen die hier gewoond hebben, weet de schrijver dat ze in 1945 dood zijn, meestal vermoord in een concentratiekamp. Verhoeven schreef al verschillende boeken over de Tweede Wereldoorlog en werkt geregeld voor onder meer de Anne Frankstichting. Verhoeven: “Verzet, collaboratie, onderduik, Jodenvervolging: op het Merwedeplein voltrok zich de oorlogsgeschiedenis op postzegelformaat.”

Rian Verhoeven, ‘Anne Frank was niet alleen. Het Merwedeplein 1933-1945’. Prometheus, 350 blz, 24,99 euro.

Verhalen van het Merwedeplein

Wie waren de mensen die samen met de familie Frank op het Merwedeplein woonden? Hieronder enkele van hun verhalen. 

Het Merwedeplein in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Beeld Louman & Friso Nijmegen

Geregeld paradeerde hij in zijn zwarte uniform over het plein 

NSB-familie De Jager
Merwedeplein 14-III

De NSB-familie De Jager woont vanaf 1936 op het Merwede­plein. Vader des huizes, een handelaar, leeft er met zijn tweede vrouw en een zoon op puberleeftijd, Maurits, uit een eerder huwelijk. Al in 1935 sluit De Jager zich bij de NSB aan, zijn vrouw volgt in 1940.

De Jager is van gereformeerde afkomst, stemde ooit op de ARP, maar hoopt dat zijn lidmaatschap van de NSB hem maatschappelijk verder zal brengen. Dat blijkt uit verschillende brieven die hij onder meer aan NSB-aanvoerder Rost van Tonningen schreef. Hij bedelt daarin om baantjes.

Geregeld paradeert hij in zijn zwarte NSB-uniform over het plein, vertellen buurtgenoten. Hij hangt affiches van de partij op zijn raam en leest het NSB-lijfblad Volk en Vaderland. ­Regelmatig komen ook groepjes NSB’ers in uniform bij hem over de vloer.

Velen aan het plein verhuren een kamer om de hoge kosten te drukken. Dat deed ook het echtpaar De Jager. Zo is een Duitse typiste een tijd hun onderhuurster. Een aan haar geschreven briefkaart die onderzoeker Rian Verhoeven via internet vond, toont aan hoezeer ze Hitler bewondert.

Het NSB-lidmaatschap van zijn vader zorgt ervoor dat zoon Maurits geen vrienden maakt op het plein. Iedereen laat hem links liggen.

Na de bevrijding worden De ­Jager en zijn vrouw opgepakt. Ze belanden in een interneringskamp. Maurits woont dan al bij zijn moeder. Mevrouw De Jager komt in juli 1946 vrij, haar ­echtgenoot in november. Ze gaan in de nabijgelegen Waalstraat wonen. Verhoeven: “Het waren echte nationaal-socialisten. Maar hebben ze mensen aan het plein verraden? Ik heb daar geen bewijzen van gevonden.” De Jager is overigens op verzoek van nabestaanden een gefingeerde naam in haar boek.

Rudolf Nelson (de vader van Herbert) achter de piano in de Hollandsche Schouwburg, 1941. Beeld Joods historisch museum, privécollectie

Het illegale zondagmiddagcabaret, zo stil mogelijk en achter verduistering, ging tot de bevrijding door

Herbert Nelson
Merwedeplein 19 hs en 23-I

Herbert is een Duits-Joodse journalist en zoon van Rudolf Nelson, beroemd vanwege zijn Nelsonrevue op de Kurfürstendamm in Berlijn. De plek waar Marlene Dietrich debuteert als revuemeisje. Als Rudolf na de machtsovername door Hitler in 1933 de mogelijkheid krijgt om in Oostenrijk op te treden, raadt zijn zoon Herbert in Berlijn hem al dringend af om naar Duitsland terug te keren. Rudolf vertrekt naar Nederland en zet zijn populaire cabaret voort in Amsterdam, waar hij verder blijft. Zoon Herbert, die veel van zijn vaders teksten schrijft, volgt later en betrekt dan een appartement aan het Merwedeplein.

Nadat Nederland in mei 1940 is gecapituleerd, willen Rudolf Nelson en zijn echtgenote een eind aan hun leven maken. Herbert weet hen er met moeite van te weerhouden.

In 1941 krijgt Herbert toestemming van de Duitsers om zijn vader en de Nelson Revue weer op te laten treden. In de Hollandsche Schouwburg, die daarvoor wel moet worden omgedoopt tot ‘Joodsche Schouwburg’. Alleen Joden mogen optreden en toekijken. Tot in de zomer van 1942 de schouwburg het verzamelpunt wordt van de deportaties naar Westerbork. Dan is het ook afgelopen met de optredens.

De moeder van Herbert is niet Joods, maar heeft in Nederland niet de papieren om dat te bewijzen. De zoon dient daarom een verzoek in bij Hans Calmeyer, een Duitse ambtenaar in Den Haag, om zijn ouders als ‘gemengd-gehuwden’ te erkennen. Dat kan voorkomen dat ze gedeporteerd worden. Het lukt, maar net te laat. Zijn vader is tijdens de grote razzia van juni 1943 opgepakt en naar Westerbork afgevoerd. Verhoeven: “Na die brief van Calmeyer is Rudolf een paar weken later inderdaad vrijgelaten uit Westerbork.”

Herbert raakt bevriend met verzetsman Herman Waage die ook aan het Merwedeplein woonde en onderduikers in huis had. Eind 1943 vraagt Waage Herbert een optreden te regelen voor zijn onderduikers, die het zo zwaar hebben. Het gebeurt achter verduistering en zo stil mogelijk. Het brengt Herbert op het idee om een eigen cabaret in zijn eigen appartement te gaan organiseren. Zo ontstaat een ondergronds theater waar op zondagmiddagen gespeeld wordt, uiteraard geheel in het geheim. Het gaat tot de bevrijding door. Na de oorlog verhuizen de Nelsons naar Amerika.

Regina Cosman met haar zoontje Hugo op het Merwedeplein, 1940. Beeld Privécollectie H. Cosman

Zoontje Hugo ontsnapte aan razzia 

Regina en Karl Cosman met zoontje Hugo
Merwedeplein 24-I

‘Een van onze succesvolste bridgesters, die al talrijke prijzen won’, staat er onder de foto van het huwelijk van de Joodse Regina Cosman in De ­Telegraaf in december 1936. De hele bridgewereld lijkt uitgelopen om aanwezig te zijn bij haar huwelijksvoltrekking in de synagoge aan het Daniël Meijerplein. Sinds die dag woont Regina op het Mer­wedeplein met haar Duitse echtgenoot Karl, afkomstig uit Keulen.

Na de geboorte van hun zoontje Hugo, een jaar later, blijft Regina op hoog ­niveau bridgen. Haar Duits-Joodse schoonmoeder en zwager zijn naar Brazilië gevlucht, maar Karl en Regina voelen daar niets voor.

Op 6 augustus 1942 gaat zoon Hugo, vier jaar oud, zoals wel vaker een dagje naar zijn ­grootouders van moederszijde, die ook in Amsterdam wonen. Terwijl hij aan het spelen is, ­arriveren overvalwagens bij De Wolkenkrabber. In de Rivierenbuurt volgt een grote razzia. Agenten bellen huis aan huis aan en voeren Joodse bewoners af, onder wie Regina en Karl Cosman. Ze worden kort daarop in Auschwitz vermoord.

Hun vriend Paul Lemberger haalt direct na de arrestatie zoontje Hugo op bij zijn grootouders en brengt hem naar een onderduikadres in Haarlem. Enige tijd later moet deze onderduikmoeder opeens bij de Gestapo komen, Hugo is verraden. Net op tijd weet Lemberger het jongetje weer op te halen. Hij brengt hem nu naar een boerderij in het Gelderse Voorst, waar hij tot de bevrijding blijft. Na de oorlog gaat Hugo naar een oom in Brazilië. Daar woont hij nog steeds.

Ilse Karlsberg op jonge leeftijd. Beeld Privécollectie mw. E. Karlsberg

Na een gefaalde roeitocht terug op het plein

Ilse en Bernhard Karlsberg
Merwedeplein 23-III

De Duits-Joodse Ilse en Bernhard ­Karlsberg uit Hamburg – beiden welgesteld en ­hoogopgeleid – zijn overtuigde communisten. Van hun joodse achtergrond nemen ze afstand. Ze doen na de machtsovername van Hitler in 1933 verzetswerk. In 1935 krijgt Bernhard de tip dat er een arrestatiebevel tegen hem is uitgevaardigd. Hij vlucht halsoverkop naar ­Nederland. Pas na drie jaar lukt het Ilse en hun drie ­puberkinderen ook naar ­Amsterdam te komen. Bernhard huurt een woning aan het Merwedeplein.

Als de Duitsers in mei 1940 Nederland binnenvallen, koopt de familie Karlsberg een grote roeiboot van een visser in IJmuiden. ‘Koers tot de middag op de zon, roei daarna van de zon af’, ­krijgen Bernhard en Ilse als advies mee. Het roeien in de zee mislukt totaal, de golven zijn te hoog. Ze keren terug naar het Merwedeplein.

Bernhard vreest dat de ­Duitsers op hem zullen jagen vanwege zijn verzetsver­leden in Hamburg. Hij duikt daarom direct onder. Inderdaad staat enkele maanden later de Gestapo op de stoep. Omdat ze Bernhard niet te pakken krijgen, wordt Ilse afgevoerd naar een Amsterdamse gevangenis. Enkele maanden later wordt ze als politiek ­gevangene overgebracht naar Hamburg . Uiteindelijk ­spreken ze haar vrij, maar ze mag niet terug naar Amsterdam. Ze komt onder huis­arrest in een joods tehuis in Hamburg, waar ze in de verpleging werkt. Later wordt ze vandaar gedeporteerd en vermoord.

De kinderen en hun vader overleven de oorlog. Bernhard blijft de rest van zijn ­leven in Amsterdam wonen.

Tijdlijn Merwedeplein

1930 Eerste bewoners

Een deel van de woningen op het Merwedeplein is klaar, terwijl de bouw van De ­Wolkenkrabber op de kop nog in volle gang is. De eerste bewoners trekken in de appartementen op het plein.

1933 Duitse vluchtelingen

In Duitsland is Hitler aan de macht gekomen. De eerste Duits-Joodse vluchtelingen huren aan het plein, onder wie de familie Frank. De vluchtelingen komen uit alle delen van Duitsland.

1938 Kristallnacht

Grote bezorgdheid onder vooral Duits-Joodse bewoners van het plein over het lot van familie en vrienden na 9 november. In heel Duitsland vond die nacht een pogrom (Kristallnacht) plaats.

1940 Na de capitulatie

Na de Duitse inval in Nederland probeert een aantal Joodse bewoners tevergeefs via IJmuiden naar Engeland te vluchten. Dat mislukt, ze keren weer terug naar hun appartementen.

1941 Razzia

Op 11 juni vindt er een razzia plaats op het Merwedeplein en in andere delen van Amsterdam-Zuid. Circa 300 jonge Joodse mannen worden naar concentratiekamp Mauthausen gedeporteerd.

1942 Oproepen

Op 5 juli bezorgen politieagenten de eerste op­roepen voor ‘tewerkstelling in Duitsland’ bij tenminste 22 ­bewoners, onder wie ­Margot Frank. Angst overschaduwt daarna het plein.

1943 Grote razzia

Tijdens de grote razzia van 20 juni arresteert de bezetter veel Joodse pleinbewoners. In Amsterdam worden die dag ruim 5500 Joden opgepakt. In oktober wonen er formeel geen Joden meer.

1944 Verzet

Een aantal Joodse en ­niet-Joodse bewoners van het plein is actief in het verzet. In april wordt een verzetsgroep verraden. Een ­ondergronds cabaret gaat juist door.

1945 ‘Bevrijding’

Op het Merwedeplein wordt wekenlang gefeest. De ­weinige Joodse overlevenden op het plein leven lange tijd in grote angst en on­zekerheid over het lot van hun familie en vrienden.

Lees ook:
Anne Franks verhaal is niet veranderd, de manier waarop het verteld moet worden wel

Zonder op enig moment de deuren helemaal te sluiten, is het Anne Frank Huis verbouwd. De voorzieningen zijn gemoderniseerd, maar belangrijker: het verhaal over het achterhuis wordt anders verteld.

‘Illegaal een pakje bezorgen? Och, dat doet ons Marie wel’

Het is dit jaar 75 jaar geleden dat het Brabantse Vught werd bevrijd. Daar bevond zich tijdens de oorlog een berucht concentratiekamp. Marie Verbraeken-Blommaart (toen 24, nu 98 jaar oud) zat er wegens haar verzetswerk in 1944 gevangen. Wat ze daar meemaakte, krijgt ze ook na driekwart eeuw niet van haar netvlies, vertelt ze.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden