Beeld Loek Buter

Column Renske Jonkman

Weet je dat we nog steeds dezelfde prijs voor onze aardappelen krijgen als veertig jaar geleden?

In de felle najaarszon zet buurman Willem zijn aardappelsoorteermachine buiten. Geknield zit hij naast het apparaat, bijna vier meter lang en twee meter hoog, en snijdt met een zakmes driftig de strotouwtjes doormidden.

Zodra ik met de kinderwagen voorbijloop, kijkt hij op en groet me. Hij draagt bergschoenen en een oude schipperstrui. “Ik ga hem verkopen”, zegt hij en ik blijf staan bij de wat sjofele machine, die de tand des tijds net niet helemaal heeft doorstaan. “Ze komen hem straks ophalen.” Wie ‘ze’ zijn, vraag ik maar niet, want hij kijkt erbij alsof hij z’n kind moet afstaan aan een stel adoptieouders. “Hoelang heb je hem al?” vraag ik. “Al vanaf het begin”, zegt hij.

Hij stopt met boeren. De opslagschuur is eerder dit jaar verkocht. Willem woont hier samen met zijn twee broers, van wie één de hele dag op z’n fiets rondjes door het dorp rijdt en met een hoop geschreeuw het geluid van een brommer nadoet. Schijnt te komen door een ernstig brommerongeluk op jonge leeftijd. De andere broer is ernstig ziek.

Met z’n drieën wonen ze in het huis aan het begin van onze polderweg. Naast de oprit staat een houten bordje ‘Doré aardappels te koop’. De laatste keer toen onze dochters met Sint-Maarten zingend voor hun deur stonden, wisten ze zich geen raad met de situatie. Ze trokken snel een zak mandarijnen open en gooiden de rugtassen van onze kinderen zo vol met mandarijnen dat we net zo goed meteen naar huis konden gaan.

Mooi geweest

Hij knoopt de roosters van de sorteermachine aan elkaar met de strotouwtjes. Die grote roosters zijn voor de aardappels en voederbieten, laat hij trots zien, de kleine roosters voor de krielaardappeltjes. Onze jongste, een baby van negen maanden, kijkt hem doordringend aan, zoals ze wel vaker kijkt en waar sommige mensen heel ongemakkelijk van worden. Hij niet. In het koeterwaals begint hij tegen haar te praten waar ze heel leuk op reageert.

Waarom ermee stoppen, vraag ik hem en hij zegt dat het zijn eigen keuze is, dat hij nooit groter wílde worden. “Dan moet je gaan investeren. Daar heb ik helemaal geen zin in. Weet je dat we nog steeds dezelfde prijs voor onze aardappelen krijgen als veertig jaar geleden?” Dat weet ik niet. En dan is zijn broer ook nog eens ziek. Nee, hij vindt het wel mooi geweest.

Hij kijkt opzij naar de opslagschuur naast zijn huis. “Daar komt straks een schepenbouwer in”, zegt hij. “Dat is ook leuk”, probeer ik. “Hopelijk krijgen we niet al te veel overlast”, zegt hij en snijdt met z’n zakmes het laatste strotouwtje doormidden. “Vast niet”, zeg ik en wens hem succes.

In de warme herfstzon loop ik met de kinderwagen terug naar huis terwijl Willem in zijn schipperstrui nog een laatste keer naast zijn machine knielt en, misschien wel in het koeterwaals, z’n kind gedag zegt.

Renske Jonkman schrijft over haar leven op het platteland, tussen boeren en natuurbeschermers.  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden