Klein verslagWim Boevink

We zijn nog geen Italië. Nog niet.

20.00 uur. Mijn zolderraam stond open. Eerst weerklonk vooral het carillon, maar bij het wegsterven van de klanken werd geklap hoorbaar. Ik zag uit over de verlaten markt beneden mij, maar het geklap leek vanuit een zijstraatje te komen.

Het klonk als het klepperen van paardehoeven op klinkers, ook met de echo ervan. Het paste bij deze oude, middeleeuwse binnenstad.

Ik luisterde, maar klapte niet mee. Niet dat ik geen waardering heb voor de mensen in de zorg, maar het leek me nog vroeg voor een heldenverering, nu we nog maar net aan de beproeving van de crisistijd waren begonnen, een tijd die weken, maanden zou gaan duren.

En toch. Er volgden filmpjes. Uit diverse steden, Rotterdam, Utrecht. Amsterdam. Daar stonden een zoon en een broer van mij bij het OLVG. Mensen applaudisserend op stoepen, op balkons, uit ramen. Emokitsch, oordeelde iemand. Matthijs van Nieuwkerk had eerder de Troost-tv gelanceerd, feelgood- tv uit het archief, elke nacht.

Pathetisch, oordeelde een ander. Net zo pathetisch als die eerste avond van de noodmaatregelen, toen een paar mensen in de Amsterdamse Jordaan vanuit hun open ramen liederen begonnen te zingen, een Italiaans fenomeen citerend. Een beetje gelijk hebben ze wel, de critici. We zijn nog geen Italië.

Spookbeeld

Nog niet. We spreiden het virus, we scheppen groepsimmuniteit. We weren het niet uit alle macht, zoals in Italië, door mensen op te sluiten in hun huizen. Grootste onzekerheid: hoeveel mensen gaan voor die virusspreiding de hoofdprijs betalen?

Nog diezelfde dinsdagavond, de avond na zijn veelgeprezen toespraak tot het volk, liet de premier weten dat ook de zogenaamde ‘lockdown’ tot de mogelijkheden behoorde. Een land op slot, zijn burgers wekenlang opgesloten in hun huizen. Een spookbeeld.

Mijn verkouden tienerdochter, die mij weer had doen uitwijken naar die zolder in Z. – ‘ik wil je niet besmetten, papa!’ – werd na drie dagen thuisisolatie al bijna gek.

Vreemd en verwrongen

De wereld is ook nu al vreemd en verwrongen. Die van mij gekrompen tussen gangen naar de biosupermarkt en de gewone supermarkt, en bepaald door die merkwaardige choreografie van afstand houden, tussen benauwde, achterdochtige omstanders en bang personeel. Nauw geluisterd wordt er naar kuchjes of het ophalen van neuzen, een nies is een aanslag met een kleine neutronenbom. Als ik iemand van dichterbij moet passeren houd ik mijn adem in.

In mijn dakwoning koester ik het idee van de immuniteit, alsof ik te hoog woon voor het virus, een virus dat geen trap kan lopen. Er is zon, er is een klein balkon. Via de bezorgdienst was een pakket gekomen met drie mini-stamrozen, wit, roze en rood. Ik plant ze in een pot, de stakerige planten met minuscuul uitbottend blad. De wind is vlagerig en fris. Ik draag een T-shirt.

Die avond voel ik een verkoudheid opkomen. Een hoestje. En lichte hoofdpijn.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden