In de vijftig jaar dat ze samen waren heeft Rob Mieke vaak geschetst, hier terwijl ze met een naaiklusje bezig is. Beeld Rob Maarleveld

Over de liefde

‘We waren kinderen met kinderen’

Wat trekt mensen in elkaar aan en waarom blijven ze bij elkaar – of niet? Iris Hannema tekent verhalen op over het raadsel van de liefde. Vandaag: Rob en Mieke Maarleveld, geboren op dezelfde dag in 1943. 

Hoe begon het?

Rob: “Mieke en ik zaten tussen 1960 en 1965 op de Koninklijke Academie in Den Haag. Zij deed de Nijverheidsakte voor tekenen en kunstgeschiedenis en ik zat op de afdeling tekenen en schilderen. Ik zag haar vaak door de gangen lopen, klik, klak, klik, klak, op haar hoge hakken en met een grote bos zwart haar dat wijd uitstond. Je móest wel naar haar kijken, ze was een opvallende verschijning, altijd uitbundig gekleed, iets wat ze haar hele leven is blijven doen. Mieke genoot van aandacht, maar was er ook verlegen onder en ik vond haar mooi, leuk en grappig.

Ons eerste directe contact hadden we in het lithografie­lokaal van Aart van Dobbenburg, dat zal in juni 1964 zijn geweest. Ze kwam binnen in haar zwarte jurk met een grote rode bal erop en gaf me een pakketje dat mijn moeder Beppie voor mij naar de academie had gestuurd; bleek schoon ondergoed in te zitten. Ik vond haar leuk, maar weet niet of het verliefdheid was, ik reageerde nogal secundair. Mieke zei later dat zij meteen een vonk van verliefdheid voelde. 

Daarna spraken we elkaar in de kantine en bij de poffertjeskraam op het Malieveld. We hebben voor het eerst gezoend in café Sport, waar we uitbundig rond het biljart hebben staan dansen en ik haar uiteindelijk meevroeg naar mijn ‘romantische’ onbewoonbaar verklaarde woning aan de Zoutkeetsingel. Ze moest van haar ouders met haar broer bespreken bij wie ze bleef slapen en hij zei: ‘moet je doen’, maar ze heeft het niet gedaan en ging naar huis.

Haar vader was furieus

Later nodigde ik haar uit voor een feestje in mijn krakkemikkige woning en toen is ze blijven slapen. Tegen haar ouders zei ze dat ze bij haar hartsvriendin was. Haar ouders kenden haar en het gaf haar veel spanning om het geheim te houden. Mieke was meteen heftig verliefd, bij mij kwam de verliefdheid naar mate we elkaar vaker zagen, samen naar concerten en tentoonstellingen gingen en ze vaker bij me bleef slapen.

Van het een kwam het ander. Toen Mieke zwanger raakte, heb ik haar een grote bos rode rozen gegeven en dat was voor haar de bevestiging dat we zouden trouwen en het kind wilden ontvangen. Wel was het heel moeilijk om het nieuws aan haar ouders en mijn ouders te vertellen. Ik was pas drie keer bij Mieke thuis geweest. Haar vader was furieus, wat ik kon begrijpen. Hij werkte als referendaris op het ministerie van justitie met als portefeuille verdovende middelen en zedendelicten en had voor zijn dochter een betere echtgenoot dan een kunstenaar in gedachte. Haar moeder trok zich huilend terug. 

Mijn ouders reageerden ook geschokt maar ze steunden ons wel. Voor mijn moeder was het heel emotioneel, ze vertelde voor het eerst dat ze in de oorlog abortus had laten plegen. Ik ben in 1943 geboren, altijd enig kind gebleven en mijn moeder was zó trots dat ze mij ruim een jaar borstvoeding had kunnen geven; ik was een blozende baby die zo de Hongerwinter was doorgekomen.

Mieke en ik zagen allebei op 4 februari 1943 het levenslicht. Mieke was anderhalf uur ouder dan ik en als we dat in gezelschap vertelden, was mijn terugkerend grapje: ‘Dat kun je wel zien, hè?’ Mieke deed eindexamen met een dikke buik en slaagde met de Essoprijs voor de beste leerling, waar ook een geldbedrag aan vastzat dat heel welkom was. Onze dochter Erline werd op 16 juni 1965 geboren, we waren allebei tweeëntwintig, en wat waren mijn ouders, de ouders van Mieke en wij daar blij mee. Mieke zei weleens, nadat onze tweede zoon was geboren, dat we kinderen met kinderen waren. En dat waren we ook.

Als we onenigheid hadden ging het vaak over het uitgeven van geld of over de opvoeding. Soms ontaardde het in gescheld. Maar bij ‘trut’ of ‘klootzak’ wisten we dat we moesten stoppen, ging ik naar de zolderkamer en om het op te lossen, onze gevoelens te uiten, schreven we elkaar brieven. Een jaar later kreeg ik een baan in het vormingswerk voor werkende jongeren in Amsterdam en daarbij een ruime bovenetage aangeboden op de Ceintuurbaan. Ik woon er nog steeds. Daar zijn ook onze twee zoons geboren, in 1968 Oskar en dertien jaar later Daniël, in het bijzijn van zijn broer en zus.”

Hoe is het nu?

“Mieke is op 10 maart 2014 met een glimlach om haar mond overgegaan van het tijdelijke naar het eeuwige, in aanwezigheid van haar geliefde kinderen en mij. Het was een zonnige lentemorgen met op het balkon bloembolletjes die net hun kopjes lieten zien. Vlak voor haar overlijden zei ze tegen mij: ‘Wij zullen altijd samen zijn’. En zo voel ik dat ook. Een van de zinnen die haar in haar laatste levensfase richting gaf, was: ‘Het belangrijkste in het leven is dat je leert hoe je liefde moet geven en hoe je liefde moet ontvangen.’

Ik mis haar, maar voel mij niet droevig. Haar sfeer hangt in en om mij heen in de vorm van foto’s en haar werk, thuis en in mijn atelier. Als ik ’s morgens wakker word, zie ik een paar prachtige kleurige pastels van haar en dat zien geeft me de kracht om op te staan en aan een nieuwe dag te beginnen. Ik heb in de laatste jaren dat we samen waren veel van haar geleerd: hoe te sterven en het leven los te laten, haar omgang met mensen, de complimenten die ze gaf. Ik merk dat ik dat van haar aan het overnemen ben. Ik onderhoud onze gezamenlijke contacten, nodig vrienden uit om bij mij te komen eten en dan hebben we het vaak over Mieke.

Als ik jarig ben, wil ik geen cadeaus

De afgelopen vijf jaar zonder Mieke staan in het teken van het opruimen van de verzamelingen van Mieke en mij. Haar kleding, vier verhuisdozen met schoenen, de zesenzeventig vaasjes, de zestig theedoeken, de liefdesbrieven die we elkaar schreven en de notitieboekjes waarin ze teksten schreef die haar inspireerden.

Als ik jarig ben, wil ik geen cadeaus. Mijn cadeau is dat familie – we hebben zeven kleinkinderen – en vrienden iets meenemen uit de verzamelingen van Mieke en mij. In de vijftig jaar dat we samen waren, heeft Mieke weinig voor mij geposeerd. Als ik haar vroeg om te poseren en één of twee uur stil te zitten, had ze vaak bezwaren: te druk, of ze moest dit of dat nog doen. En als ze dan toch kwam zitten, merkte ik dat ze zich niet op haar gemak voelde. Ze kon niet stilzitten. Ik werd er zelf ook nerveus van. Toch heb ik haar veel getekend en geschilderd: in huis, op terrassen en aan zee, bij café de Ysbreeker, in Chevigny, Bussare, Bergen, Bussum en in de vakantiehuizen waar we op pasten. Het boek met een selectie schetstekeningen die ik van haar heb gemaakt, ‘Ode aan Mieke’, is daar het resultaat van.”

In haar laatste levensfase heeft Mieke veel gehad aan het boekje met levenslessen ‘Mijn dinsdagen met Morrie’ van Mitch Albom, over een stervende universiteitsprofessor.

Lees ook:

‘Ik ben best lomp, Simon vindt dat prima’

Wat trekt mensen in elkaar aan en waarom blijven ze bij elkaar – of niet? Schrijver Iris Hannema tekent verhalen op over het raadsel van de liefde. Aflevering 8: het verhaal van Rob.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden