Column Bert Keizer

We lachen om Ruttes vergeetachtigheid maar in feite is het verontrustend

Meneer J. zit aan tafel te praten met zijn demente vrouw. Hij haalt een herinnering op aan het sterfbed van haar zus, nu vijf jaar geleden. “Ze is bij ons komen sterven, weet je dat niet meer? De laatste drie weken hebben we samen voor haar gezorgd.” Ze begint te huilen, zich te verontschuldigen, en zegt hoe erg ze het vindt, ook voor haar man, dat ze dat niet meer weet. “Ik schaam me zo, Jacques, hoe kán ik dat nou vergeten?” Wat mij zo treft is dat ze zich er voor schaamt dat ze dat was vergeten. Sommige dingen mag je niet vergeten, is de gedachte.

Rond het gevoel dat herinneren een ethische component bevat schreef de Israëlische filosoof Avishai Margalit ‘The ethics of memory’. Margalit beschrijft een situatie waarin dat ethische aspect heel anders doorklinkt dan bij mevrouw J. Het betrof een kolonel onder wiens bevel een van zijn mannen omkwam door zogenoemd ‘friendly fire’, kogels van je eigen kant in plaats van afkomstig van de vijand. Een tragisch incident.

Tijdens een radiointerview bleek dat de kolonel zich de naam van de omgekomen soldaat niet kon herinneren. Het gevolg was een golf van diepe verontwaardiging in de media.

Hij had die naam niet mogen vergeten. Of liever, hij had die jongen niet mogen vergeten. Als hij iets had gezegd in de trant van: “Ik weet zijn naam niet meer precies, maar hij droeg graag een geel sjaaltje onder zijn uniform en had een ongelooflijk geheugen voor poëzie,” dan was hij nog goed weggekomen. Maar hij wist niks meer.

Margalit’s punt is dat je voelt dat hier iets niet goed gaat. Wil je als soldaat dienen onder een bevelhebber die zijn geheugen ‘schoon’ houdt als het op dit soort ellendige feiten aankomt? Wil je als land dat een dergelijk iemand een heel leger gaat aanvoeren?

Bij Rutte is er iets ernstigers aan de hand

Het koesteren van de herinnering aan de doden heeft een bijzondere ernst in Israël. Margalit’s moeder zei over de joodse taak na de Holocaust dat de schamele resten van het joodse leven tot herinneringsgemeenschap zouden moeten worden, waarin ze als ‘zielkaarsen’ zouden dienen zoals je een kaars aansteekt ter nagedachtenis aan de doden. Zijn vader vond dat de overlevenden niet alleen maar moesten leven ter herinnering aan de doden, maar dat ze naar de toekomst moesten kijken en zich niet laten regeren vanuit massagraven.

‘Vergeten’ heeft gelukkig niet altijd de loodzware dimensie die het onvermijdelijk aankleeft rond de Holocaust. Maar in ons dagelijks leven bestaan er vele vormen van vergeten die allemaal een eigen context hebben. Zo mag je de verjaardag van je grootvader best vergeten. Van je vader niet. Van je man en kinderen helemáál niet! Wat je ook niet mag vergeten is dat een trouwe vriend je zijn droevigste hartsgeheim heeft geopenbaard. Als je dat bij een volgende gelegenheid niet meer blijkt te weten dan gaat er onherroepelijk iets stuk tussen jullie.

Recentelijk hebben we prins Andrew en premier Rutte zien jongleren met ‘vergeten’. Wat ze daarbij vergaten is dat jongleren met balletjes leuk is maar als je het met brandende fakkels doet dan landt zo’n ding geheid een keer op je kop en dat doet zeer. Of zou zeer moeten doen. Andrew beseft niet dat het feit dat hij zich niets kan herinneren van een foto waar hij op staat met zijn arm rond een zeventienjarig meisje bij het huis van de heer Epstein iets is dat hij niet had mogen vergeten. Hij deed naar het zich laat aanzien (wij waren er niet bij) nog meer met dat meisje, waarvan we denken dat hij het evenmin had mogen vergeten.

Bij Rutte is het ernstiger. Hij meent, en hij meent dat op zijn bekende doodleuke wijze, dat er geen probleem meer is als hij zegt dat hij de melding van burgerdoden vergeten is. Maar dat is nu juist waar het wringt. We lachen wel om zijn teflonwezen maar in feite is het verontrustend dat onze eerste minister ethisch gesproken zo stomp is dat hij meent hier mee weg te komen. Dat contrasteert pijnlijk met de ethische finesse die mevrouw J. nog altijd bezit in haar dementie: ze schaamt zich ervoor dat ze iets vergat.

Dat kan Rutte, met een goeddeels intact brein, niet opbrengen.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden