null Beeld Marc Brester
Beeld Marc Brester

ColumnRosita Steenbeek

We kunnen altijd nog onder een berg gaan wachten op een betere wereld

Rosita Steenbeek

Op een krantenfoto herkende ik het standbeeld van David van Sassoen dat ik zag op het centrale plein van Jerevan. Ik herlas het gelijknamige Armeense epos over deze legendarische held die zich evenals zijn bijbelse naamgenoot stort in een ongelijke strijd. Voor de Armeniërs is David, met zijn veulen Jalali en zijn sabel Bliksemschicht, het symbool van vrijheid en gerechtigheid.

Sinds de achtste eeuw zijn de avonturen van David mondeling overgeleverd totdat ze in 1874 werden geboekstaafd door schrijver Nairi Zarjan. Het epos van dit oudste christelijke volk vertoont meer parallellen met het Oude dan met het Nieuwe Testament. De Armeense helden keren geen andere wang toe maar maken korte metten met de zich voortdurend aandienende vijanden en veranderen hele strijdmachten in ‘rietmatten van lijken’.

Generatieslang neemt de familie van Sassoen het op tegen legers soldaten, talrijker dan sterren aan de hemel en grassprieten in het veld. Soms wordt hun land verwoest, de bevolking gedecimeerd, maar telkens slaan ze terug, zo hard dat koppen scheef op nekken blijven staan waarna een kalief verzucht: ‘Het is toch godgeklaagd?! Die kleine christenhondjes verminken onze zonen steeds.’ De heetgebakerde helden worden ook wel ‘Sassoense stijfkoppen’ genoemd. Wanneer een zonnestraal de kinderkamer van de kleine David binnenvalt, stort hij zich erop om deze indringer uit de weg te ruimen. Als de runderen waarover hij waakt ontsnappen, gaat hij ze vangen maar komt hij terug met leeuwen en tijgers.

Bij het zien van een mooie vrouw vallen de stoere binken in katzwijm

Ook de vrouwen weren zich. Behalve beeldschoon en zelfs lichtgevend zijn ze sterk, ondernemend en intelligent. Ze bestijgen paarden, gehuld in mannenkleren, en trekken ten strijde. Een van hen schiet beter een pijl door een verlovingsring dan haar geliefde die wordt afgeleid door haar wimpers, zo zacht als dons van een patrijs. Bij het zien van een mooie vrouw vallen de stoere binken in katzwijm of krijgen spontaan een bloedneus.

Wanneer David het zoveelste leger ziet opdoemen, nu van zijn halfbroer, slaat de vertwijfeling even toe. ‘Ach, al waren zij een veld vol klaver en ik had een zeis dan nog zou ik dat alles niet kunnen maaien.’ Natuurlijk stuift hij er weer op af en behaalt de overwinning.

Als Davids zoon Mehèr volwassen is staan er opnieuw legers klaar. Aan het slot van het verhaal maakt de humor plaats voor melancholie. Mehèr is zo zwaar geworden dat de aarde hem niet meer kan dragen. Hij verdwijnt onder de Ravenberg en zal pas terugkeren om koning te worden als er een nieuwe wereld is geboren. Je zou er inderdaad moedeloos van worden. Nu storten de Armeniërs zich met eenzelfde hartstocht in een ongelijke strijd.

We kunnen altijd nog onder een berg gaan liggen wachten op een nieuwe wereld maar laten we hopen dat die aan een onderhandeltafel spoedig dichterbij komt.

Rosita Steenbeek is schrijfster en woont deels in Rome. Meer van haar columns leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden