Erik Jan HarmensBeeld Jörgen Caris

ColumnErik Jan Harmens

Wat zou ik dat graag doen nu, in iemands armen vallen

Na wat voelt als duizend, wat zeg ik, een miljárd weken van anderhalve meter afstand houden, is mijn huidhonger inmiddels overgegaan in huidhongersnood. Gelieve daarbij het woord nood met klem uit te spreken, want ik wil nú aangeraakt worden. Dat is een opvallende uitspraak voor iemand met autisme en derhalve een overgevoeligheid voor zintuigelijke prikkels, maar overgevoelig zijn voor aanrakingen betekent nog niet dat je zonder kan.

Als aanraken weer mag, vind ik het ondanks mijn huidhongersnood wel fijn als iemand aankondigt dat hij dat gaat doen. Dat mag ook non-verbaal, als iemand met uitgestoken hand op me afloopt snap ik de bedoeling en steek ik die van mij ook uit. Op natuurlijke wijze passen ze ineen, iets waar ik me altijd weer over verwonder. Doe je echt je best, dan mislukt het en zijn de handen net twee stukken van verschillende puzzels. Als iemand in de lucht een halve omhelsbeweging maakt snap ik ook wat de bedoeling is en hoef ik alleen nog maar met de armen wijdgespreid naar voren te stappen.

Wat zou ik dat graag doen nu, in iemands armen vallen, mits hij niet naar oud zweet ruikt. Mijn kieskeurigheid is niet helemaal verdwenen, al ligt de lat wel laag. Vanmorgen nog keek ik in het winkelcentrum begerig naar de armen en romp van de bakkersvrouw.

Raakt iemand me onaangekondigd aan, dan is het andere koek. Het voelt als een aanslag op mijn incasseringsvermogen, alsof er zeg maar één krijtstreepje wordt gezet op het leibord in mij. Er passen er tien op en raakt daarna nóg iemand me onaangekondigd aan, dan knapt er iets. Meestal implodeer ik en wankel ik als een zombie naar huis om daar op bed te gaan liggen tot ik met een veger weer wat streepjes van dat leibord in mij weg kan wissen.

Een keer op een galadiner bij een bruiloft zat ik voorovergebogen aan een van de tafels naar een speech te luisteren. Mijn jasje en overhemd waren zodanig naar boven gekropen dat er een stukje onderrug was komen bloot te liggen. Een van de gasten achter me dacht lollig te zijn door me in mijn naad te kietelen. Ik draaide me om, zag het olijke gezicht van de mij onbekende man en zwiepte vanuit het niets met mijn platte hand over zijn kruin. Daarna keek ik hem zo emotieloos aan dat hij half struikelend opstond en het hazepad koos.

Schrijver en dichter Erik Jan Harmens over de prikkels die het druk maken in zijn hoofd. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden