null

InterviewNalatenschap

Wat moet er gebeuren met de spullen van moeder Jo nu ze er niet meer is? Een jaar lang met haar kinderen

Beeld Verse Beeldwaren

Ruim een jaar volgde journalist Dick Wittenberg de kinderen van een Brabantse moeder als ze na haar overlijden het ouderlijk huis leegruimen. In het mooie Wat doen we met de spullen? beschrijft hij hoe ze omgaan met de nalatenschap.

Nicole Lucas

Vier weken na het overlijden van de 90-jarige Jo van Overdijk-van de Ven wordt journalist Dick Wittenberg gebeld door de uitvaartbegeleidster. Enkele jaren eerder heeft hij haar benaderd met een vraag om assistentie; Wittenberg is op zoek naar een familie die hem getuige wil laten zijn van het afwikkelen van de nalatenschap als de ‘laatste ouder’ is gestorven. Na al die tijd heeft hij eigenlijk de hoop al opgegeven dat iemand hem deelgenoot wil maken van de periode na de begrafenis of crematie, waarin het echte afscheidnemen begint met het opruimen van de spullen en het regelen van de erfenis. Tot hij dat telefoontje krijgt: de kinderen – zeven in totaal – uit het gezin Van Overdijk willen wel met hem praten, hoort hij. “Ik heb meteen alles uit mijn handen laten vallen.”

Dertien maanden lang zal hij de twee dochters en vijf zonen van Jo en haar 35 jaar eerder gestorven man Sjef volgen bij het opruimen van hun ouderlijk huis. Hij reist op en neer naar Brabant, kijkt mee als kasten worden leeggeruimd, leest oude brieven en dagboeken, ziet hoe kleine en grote dingen worden verdeeld en is aanwezig als de erfenis wordt berekend. Van het hele proces doet hij verslag in het heel zorgvuldig en met mededogen geschreven Wat doen we met de spullen? Dinsdag 2 november, op Allerzielen, wordt het gepresenteerd.

Vanwaar dit thema?

“Ik kwam op een leeftijd dat steeds vaker laatste ouders van vrienden of kennissen overleden. Meestal ging ik naar het afscheid. Later informeerde ik dan hoe het ermee ging: wat hebben jullie in het huis van vader of moeder aangetroffen, wilde ik graag weten, wat roept dat op, hoe is het contact met broers en zussen, zijn jullie het eens geworden over de verdeling? Maar vaak stuitte ik op een muur van stilte, een muur die ik niet begreep en die ik van bepaalde vrienden ook helemaal niet gewend was. En een verklaring voor die stilte kwam er meestal ook niet. Dat maakte me steeds nieuwsgieriger.”

Omdat het, zo schrijft u, een belangrijke periode is.

“Het is een kantelmoment. Het confronteert je met je eigen sterfelijkheid. Nu is er geen generatie meer na je, je bent nu zelf de oudste generatie, niet langer kind. Er is geen ouderlijk huis meer. Bezig zijn met de nalatenschap geeft je de kans om die vader of moeder nog een beetje beter of anders te leren kennen dan je tot nu toe deed. Om vragen te stellen over je relatie met die ouder; wat had ik nog willen zeggen, wat heb ik in die ouder gemist. Maar ook over je plaats in het gezin, waar had ik zelf behoefte aan, hoe zat het met mijn broers en zussen?”

null Beeld Verse Beeldwaren
Beeld Verse Beeldwaren

Om u een beeld te vormen van Jo van Overdijk sprak u met haar kinderen. En u mocht alles zien in haar huis, kasten opendoen, haar dagboeken lezen. Voelde dat niet ongemakkelijk?

“Ja, soms wel. Dat gold niet alleen voor mij. Het was hetzelfde voor haar oudste dochter die het op zich had genomen alles wat er in huis was te inventariseren, ik hield haar vaak gezelschap. In het begin durfde ze nauwelijks een kast open te doen – zou moeder dat wel goed hebben gevonden?

“De eerste keer dat ik het huis binnenkwam ging ik plompverloren zitten in de relaxfauteuil waar moeder altijd zat, dat was een ongelukkig moment. Maar het wende, ook het lezen van de dagboeken. Ik weet ­natuurlijk niet hoe het was gegaan als ik op echte geheimen was gestuit of heel gênante passages, maar dat is niet gebeurd. Er stonden dingen in die ook voor blijdschap zorgden. Zo had de oudste dochter vaak het idee gehad dat ze het voor haar moeder nooit goed of goed genoeg kon doen. Maar uit het dagboek bleek dat haar moeder vaak ook blij met haar was.”

Iedere nalatenschap, ieder nalatenschapsverhaal is anders, schrijft u. Maar tegelijkertijd geven de spullen die Jo van Overdijk achterliet ook een algemener beeld.

“Ja, het geeft een beeld van een generatie, ze was een kind van de crisisjaren en van de oorlogstijd. Ze bewaarde alles; bankafschriften van jaren her, garantiebewijzen van alle apparaten die ze ooit had gekocht. Geen mens die na 1960 geboren is doet dat nog. We vonden de rekening van de eerste auto, een kinderwagen, het eerste tv-toestel. En alle kaartjes die ze ooit had gekregen: ansichtkaarten, rouwkaarten, verjaardagskaarten. Ze liet een propvol huis achter. Dat toont ook hoe welvarend Nederland in de afgelopen decennia is geworden.”

En wat zeiden de spullen specifiek over haar?

“Na de dood van haar man heeft ze nog een grote liefde gekend, de kinderen wisten daar min of meer van, maar ze heeft er nooit over gesproken. Ik vond het mooi en verrassend dat er zoveel dingen waren in huis die naar die liefde verwezen. Op basis van die spullen, maar ook op basis van het dagboek dat ik las, kon ik reconstrueren: die mevrouw heeft nog een bloeitijd gehad nadat ze weduwe werd. Ze heeft nog liefde geproefd, allerlei interesses ontwikkeld, ze ging naar concerten, reed als chauffeur op de buurtbus.

“De kinderen herinneren zich vanuit hun jeugd vooral iemand die vaak boos was, voor wie het vaak te veel was, die altijd onder hoogspanning stond, onder meer door financiële problemen. Uit de nalatenschap kun je opmaken: moeder heeft ook een andere periode gekend, waarin ze ontspannen was, genoot van het leven. Dat lijkt mij heel troostrijk.”

null Beeld Verse Beeldwaren
Beeld Verse Beeldwaren

Het overgrote deel van de spullen uit het huis van Jo van Overdijk, de meubels, de boeken, de kleding, belandde op de stort of bij de kringloopwinkel. Wat namen de kinderen mee?

“Allemaal namen ze een stukje moeder mee in de vorm van een voorwerp dat hen aan haar deed denken. Voor de een was dat een secretaire, voor de ander een schilderij dat moeder ooit had gemaakt. En ze wilden graag die dingen hebben waarmee ze zelf ooit moeder hun liefde hadden betoond.

“Wat opviel was dat bij sommige kinderen het verdriet om hun al zoveel langer geleden overleden vader weer naar boven kwam. Zij namen spullen mee die juist aan hem deden denken. Bij het opruimen dook ook een rekening op uit de tijd rond het overlijden van haar man Sjef. Moeder had in de kantlijn een zin geschreven waaruit bleek dat ze veel van hem had gehouden. Dat was een mooi en verdrietig moment.”

Het was een onzeker avontuur waar u aan begon, want het kon natuurlijk heel goed dat een of meer kinderen op een gegeven moment zouden zeggen: we hebben toch liever geen pottenkijker in huis.

“Daar heb ik voortdurend rekening mee gehouden, maar het is niet gebeurd. Het gekke is dat het het er eerst op leek dat ik degene zou zijn die het af liet weten. Ik liep op een gegeven moment vast bij het schrijven, het leek dat het boek er niet zou komen. En dat vond ik vreselijk. Ik had verwachtingen gewekt, was ruim een jaar met de kinderen opgetrokken en nou kregen ze niet wat ik ze had beloofd.

“Ik was bang dat ze boos zouden zijn. Maar dat was niet zo. De twee zussen zeiden: het boek zit wel in ons hoofd, we hebben gesprekken gevoerd die we niet zouden hebben gehad als jij er niet bij was geweest.”

Het boek is er nu toch.

“Ja, en ik ben er blij mee. Maar helaas is in het laatste stadium toch een probleem ontstaan, toen de laatste drukproeven al waren gecorrigeerd, en de oudste zoon de tekst aan het inlezen was voor de luisterversie van het boek. Een van de kinderen was bij nader inzien toch niet blij met publicatie van het verhaal, het was te privé. De tekst is iets aangepast en hij heeft uiteindelijk ingestemd. Komende dinsdag wil ik alle kinderen een exemplaar overhandigen in het café waar destijds na de begrafenis van moeder de koffietafel werd gehouden.”

null Beeld Verse Beeldwaren
Beeld Verse Beeldwaren

Uw ervaringen met de familie brachten u er ook toe zelf na te denken over de periode rond uw dood.

“Ik heb een niet-reanimatiepenning besteld, en opgeschreven wie medische beslissingen mag nemen als ik daar zelf niet meer toe in staat ben. Ik heb een euthanasieverklaring opgesteld, waarin ik ook heb opgeschreven waar ik allemaal blij mee ben; mijn vrouw, mijn kinderen. Ik ben 68, ik heb een mooi leven gehad. Natuurlijk wil ik graag nog een paar jaar mee, maar ik wil dat mooie leven eigenlijk niet besmeuren met iets waarin ik me niet herken en wat hen alleen maar last zou berokkenen.”

En als het om de spullen gaat?

“Ik ben begonnen om eens goed rond te kijken in mijn huis. Wat zijn de dingen waar ik dol op ben, die echt betekenis voor me hebben. Dat wil ik ook graag met mijn kinderen doen, zij het mondjesmaat. Als er iets bij is dat ze heel mooi vinden, ja, misschien geef ik het dan nu vast mee.

(Lachend): “Bij een eerste voorzichtige test bleken ze overigens weinig interesse te hebben. De animo was beperkt, zelfs voor twee lampen en een paar schilderijen die ik heel mooi vind.

“Ik heb ook een aantal richtlijnen op ­papier gezet wat te doen met al die brieven die ik ooit heb gekregen en die ik nog steeds netjes opberg, mijn dagboeken enzovoorts. Als ze er er belangstelling voor hebben, mogen ze ermee doen wat ze willen, maar voor mij mag het weg.”

U heeft er geen moeite mee als ze die gaan lezen?

“Nee, dan stuiten ze vast op passages die minder aangenaam zijn, maar dat hoort allemaal bij mijn leven.”

Heeft u zelf nog iets meegekregen uit de nalatenschap?

“Nee, maar ik heb wel een bijzonder cadeautje gekregen.”

Wittenberg loopt weg om het te halen. Hij toont een kleine lijst met daarin, in doek geprikt, een veiligheidsspeld en een naald en draad. Voor de zoons en dochters Van Overdijk en voor hem heeft het geen uitleg nodig. Ze verwijzen naar een (andere) speld en naald die de kinderen na het overlijden aantroffen naast de deur van moeders slaapkamer. Niemand die het ooit eerder was opgevallen, niemand die begreep waarom ze in het behang waren gestoken. Maar ze lieten ze zitten tot het huis te koop werd gezet. Pas toen heeft iemand ze weggehaald.

Dick Wittenberg (1953) is journalist. Hij werkte lange tijd voor NRC en is tegenwoordig verbonden aan De Correspondent. In 2008 schreef hij Binnen is het donker, buiten is het licht (over een dorp in Malawi) waarvoor hij, met Jan Banning, de Bob den Uyl Prijs kreeg. Later volgden Prikkeldraad en Het gezicht van de armoede.

null Beeld

Dick Wittenberg
Wat doen we met de spullen? Een portret van Nederland in één nalatenschap.
De Correspondent; 240 blz; € 22,50

Lees ook:

Rust en orde op het Berlijnse kerkhof

Na de dood van haar man leert Annemieke Hendriks de geschreven en ongeschreven regels kennen van het kerkhofje waar hij ligt, een Berlijnse microkosmos waar de planten niet al te veel hun eigen gang mogen gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden