Column Rob Schouten

Wat deed ik hier, wachtend op groen, de wereld om mij heen één groot ondoordringbaar raadsel?

Voor het stoplicht op de hoek van de Van Baerlestraat en het Concertgebouwplein had ik afgelopen zondagmiddag een regenboogervaring, zoals ik het maar zal noemen. Ik noem het adres en het moment erbij, omdat ik na afloop er achter probeerde te komen of het door de plaatselijke omstandigheden kwam of helemaal uit mijzelf voortkwam.

Bij het Concertgebouw in Amsterdam is het altijd een drukte van belang, ook op zondag, met vooral veel buitenlanders die daar rondlopen in de buurt van de grote musea, op zoek naar Ruysdaels wolken en Van Goghs zonnebloemen. Een internationale, tamelijk Babylonische plek. Buitenlanders verstoren en vergroten je eigen wereld, die er dit keer vooral uit bestond dat ik, weggerukt uit een stukje dat ik zat te schrijven, opeens naar Albert Heijn was gefietst om een vergeten ingrediënt voor mijn Thaise maaltijd in spe te halen.

Ik stond te wachten om de Van Baerlestraat over te steken toen opeens het raadsel van het bestaan in al zijn hevigheid tot mij doordrong. Hoe was het mogelijk, hoe kon het dat die middelbare vrouw op die fiets volkomen vanzelf, helemaal op eigen houtje, zo te zien zonder enige aansturing van buitenaf, door groen reed. En dat bestelbusje, net als ik stilstaand, met die onbekende chauffeur erin, waar kwam dat vandaan en waar ging het heen? Op een bord langs de weg stond een aankondiging dat de pianist Boris Giltburg in het Concertgebouw kwam spelen, ik had nog nooit van hem gehoord maar daar was hij, uit het niets zijn hele leven en carrière met zich meeslepend.

De verre landen, zonder oog voor mij

En direct daarop volgde het besef van alles wat er achter die gemiddelde verkeersdrukte nog meer schuilging, de immense rest van de wereld, de verre landen met hun eigen bezigheden zonder oog voor mij, de oorlogen, natuurrampen, bruiloften, de dieren met hun grotendeels onbekende ervaringswereld, de altijd en overal aanwezige insecten, de wetenschap, het nieuws, waar kwam het allemaal vandaan en wat deed het? Hoe was het in vredesnaam mogelijk dat dit hele complexe stelsel dat toch op een of andere manier goed functioneerde, dat alles uit die eerste mens of dat eerste eencellige wezentje (daar wilde ik af wezen) was ontstaan en zich hier aan mij voordeed?

En wat deed ik hier zelf, wachtend op groen, de wereld om mij heen als een groot ondoordringbaar raadsel ervarend? Mijn oog werd getrokken door de gouden harp bovenop het Concertgebouw en ik dacht aan de god der winden die dat ding zogenaamd aan moest blazen. Wat een kitschgedachte, dacht ik bij mijzelf, maar ik kon er niks aan doen, alles gebeurde maar.

Een minuut of zo stond ik mij daar te verbazen over al het vanzelfsprekende om mij heen en over wat mijn verbeelding er allemaal aan toevoegde, toen sprong het stoplicht ook voor mij op groen en doofde de regenboog even snel als hij opgekomen was. Ik loste weer op in de alledaagse realiteit, ‘en het universum/ Kreeg voor mij zijn vorm weer zonder hoop noch ideaal’ zoals de verbijsterend ontnuchterde dichter Fernando Pessoa ergens schrijft. Het enige wat er van de regenboogervaring restte is dit stukje.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden