Nieuwe ervaring2019

Wanneer deed ik voor het laatst iets voor het eerst?

Christianne van LeestBeeld Hanne van der Woude

Op de valreep van het nieuwe jaar is terugblikken een fijn gezelschapsspel. Wat deed u het afgelopen jaar voor het eerst? Een nieuwe ervaring, ontdekking, vaardigheid? Journalist Eke Mannink zocht en vond zes mensen die in 2019 heel uiteenlopende nieuwe ervaringen opdeden.

‘Dansen in stilte vertraagt de tijd’

Danseres Christianne van Leest maakte voor het eerst een ‘stille’ choreografie. 

Ik verzon een dans op stilte voor een voorstelling door dichters, verhalenvertellers, een zangeres, musici én een danser. Die danser, dat ben ik dus. Mensen associëren dans altijd met muziek. Logisch.

Op verzoek heb ik een choreografie zonder begeleidende muziek gemaakt. Dat was eigenlijk makkelijker dan ik van tevoren dacht. De vraag ontstond tijdens een brainstorm over de verschillende ideeën van de spelers bij het begrip winter – de voorstelling heette ‘Winterverkenningen’. Vervolgens liep ik door de kou naar het station en trok ik mijn schouders op tot aan mijn oren. Op het perron ben ik dit concept gelijk gaan doorvoeren en voordat ik in Arnhem stond, was het eerste deel in mijn hoofd al gemaakt. Op school ben ik nu bezig met het ontwikkelen van een solo waarbij het publiek aan mij vastzit met elastiek. Ook hier dans ik deels in stilte. Het publiek ervaart een tweede verrassend element, namelijk het feit dat ze me kunnen manipuleren door aan de elastieken te trekken. En andersom.

Christianne van Leest (22) uit Arnhem is vierdejaars student docent-dans aan ArtEZ Hogeschool voor de kunsten. Ze werkt ook als model.Beeld Hanne van der Woude

Tijdens Winterverkenningen zag ik het publiek in opperste concentratie naar me kijken; ze leken bewuster bij het optreden aanwezig dan wanneer er geluid of iets anders gaande is, terwijl ik dans. Aan één kant vond ik het heerlijk bevrijdend – het ritme was van mij en ík bepaalde, in plaats van de muziek – maar deze vrijheid en controle zorgde ook voor een grotere kwetsbaarheid. Omdat er niets anders was dan ikzelf. Normaal gesproken beschermt de muziek mij als danser, ik kan mezelf er als het ware in of achter verstoppen. Die mogelijkheid was er nu niet.

Ken je het gevoel wanneer je valt en de tijd lijkt te vertragen? Zo ervaarde ik het. Alles leek zich langzamer af te spelen. Minieme details vielen op. Soms vergat ik even adem te halen en dat merkte ik omdat het geluid uitbleef. Of ik ademde juist heel zwaar. Als danser wil je dat de geluiden kloppen met je bewegingen. Oké, soms hoor je het knakken van mijn enkels of vingers, daar heb ik helaas geen controle over. Maar ik was dus hyperbewust, ik geloof dat je het zo het best kunt noemen.

Ik werd afgekondigd als de verpersoonlijking van stuifsneeuw. Dat vind ik een compliment.”

‘Binnen een minuutje was Charlie een stipje aan de horizon’

Peter van Bruggen liet voor het eerst zijn angstige hond los. En kreeg haar niet meer te pakken. 

Het klinkt misschien raar, maar ik heb een hond die niet los kan. Dan krijg ik haar nooit meer terug, als ik pech heb. Charlie van anderhalf is een Roemeense straathond, ze was zo’n vijf maanden oud toen ze in mijn leven kwam. Coco was toen net dood. We waren veertien jaar onafscheidelijk. Coco kwam óók van de straat, en was óók lief en zwart. Toen Coco overleed, miste ik haar zo dat ik niet lang daarna Charlie in huis heb gehaald.

Maar Charlie is Coco niet. Ze is schichtig, op het bange af, en niet gewend om bij mensen te zijn. Het wordt erger. Inmiddels is ze ruim pup-af, maar ze wordt angstiger. Heel gek. Het lijkt psychisch.

Peter van Bruggen (71) is radioprogrammamaker en voormalig presentator bij de KRO, onder meer van ‘Het weeshuis van de hits’.Beeld Hanne van der Woude

Onlangs wandelde ik door een bos en dacht: vandaag doe ik het gewoon. Ik laat Charlie even los. Kijken wat er gebeurt. Het was een rustig stuk, we waren geen wandelaars of fietsers tegengekomen, dus ik waagde het erop. Rent ze onmiddellijk weg, in één rechte lijn door de weilanden. Binnen een minuut zag ik niets meer dan een klein stipje aan de horizon. Ik kon roepen, fluiten, gebaren wat ik wilde – Charlie was gevlogen.

Wat je dan doet? Ik werd steeds radelozer. Na anderhalf uur ijsberen ben ik doorgereden, parkeerde mijn auto langs een provinciale weg en liep een weiland in. Toen ik terugkwam, zat Charlie doodleuk naast de trekhaak. Maar ze liet zich niet pakken. Zodra ze de riem zag, vluchtte ze. Het was gevaarlijk met die langsrazende auto’s. Een aantal voorbijgangers probeerde te helpen om haar te pakken te krijgen. Charlie werd steeds banger.

Gelukkig stopte er een jonge vrouw die haar eigen hond mee had. Mijn hond vergat de stress, liep op die van haar af. Toen kon ik Charlie aanlijnen. Om haar nooit meer los te laten, vrees ik. Dit was de eerste en tegelijkertijd ook de laatste keer.

Nu eerst naar de hondenfluisteraar. Kijken of die haar rustig kan krijgen.”

‘Die grond was nat, glad en slijmerig’

Dide maakte op schoolkamp in de Ardennen voor het eerst kennis met speleologie. 

In het derde jaar van het gymnasium krijg je een nieuwe klas. Daarom gingen we op kamp, dan kun je elkaar beter leren kennen. We werden tijdens de les voorbereid op wat speleologie inhoudt. Onze mentor vertelde dat je niet per se mee hoefde als je last had van claustrofobie; als je niet goed tegen kleine ruimtes kunt. Het trok mij niet echt, maar omdat er een oefengrotje zou zijn, dacht ik: dan kijk ik wel hoe ik dat vind en kan ik altijd nog besluiten om niet te gaan. Maar, heel stom, er was helemaal geen oefengrot. We gingen meteen de echte in.

Onze klas werd in tweeën gedeeld, we waren met twaalf leerlingen plus twee begeleiders. We kregen een nummer. Ik was nummer vijf. We moesten een overall aan. De kleinste maat die ze hadden was M. Toen ik aan de beurt was, was alleen L nog over. Veel te groot, maar ja, er was niets anders. We kregen ook een helm met een lampje op.

Dide van Lubek (13) uit Amersfoort zit in de derde klas van het gymnasium. Beeld Hanne van der Woude

Eerst moesten we naar beneden, het paadje was nat, glad en slijmerig. Ik vond het eng. Nummer vier, degene voor mij, liep behoorlijk snel, zodat het voelde of ik in mijn eentje op kop liep. Mijn lichtje deed het niet zo goed, ik denk dat het oud was. Toen we in de eerste kamer kwamen – zo noem je een ruimte die wat groter is – heb ik gewisseld van plek: ik ben naar de eerste positie gegaan. Zo kon ik direct achter de leider lopen. En ik kreeg een nieuw lampje. Dat scheelde, de rest van de tocht vond ik minder eng. We gingen verder naar beneden en hoorden dat er onderduikers in de grot hadden gezeten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Die hadden geen elektriciteit natuurlijk. Iedereen moest even zijn licht uitdoen om te zien hoe dat was. Heel erg donker.

We klommen langs een touw omhoog. Mijn nieuwe lampje werkte beter, maar alles zag er grijs uit. Dat grijze en slijmerige had ik me niet zo voorgesteld. We zagen stalagmieten en stalactieten, van die staande en hangende stenen. Aan sommige zaten nog druppels. De grootste kamer vond ik indrukwekkend. Voor onze voeten ging het naar beneden. We moesten om beurten van die best wel steile wand afglijden. Dan kwam je op een stuk met aan beide kanten een soort kloof. Het was hoog; je kon het dak niet zien.

Al met al is speleologie niet echt iets voor mij. Het pak zat niet fijn en de meeste ruimtes waren toch wel erg klein. Gamen vind ik leuker.”

‘Net als de wind gaat muziek door alle kieren’

Mariëtte Hehakaya hielp met haar pianospel voor het eerst eenongeneeslijk zieke vriend het leven los te laten. 

Ruim een jaar geleden speelde ik in het kerkje in Almen en ik wist dat Ton Witsiers, zelf therapeut, in het publiek zat. Naderhand belde hij me op om te zeggen dat hij bij alle concerten wilde zijn die ik zou geven. Ik organiseer af en toe huiskamerconcerten waarbij mijn pianoklanken voor frequenties zorgen die je meenemen naar je eigen essentie. Ton kwam die avond bij mij thuis luisteren. We leerden elkaar kennen, het ging snel. Hij sprak mijn naam uit als Marie-Yet, waarbij de laatste lettergreep heel melodieus de hoogte in ging.

Ik ben synesthesist, ik zie vaak kleuren bij klanken en mensen. Bij Ton zag ik dat zijn kleuren vertroebelden. Zijn paars ging naar bruin, ik zag vlekken. ‘Gaat het wel goed met je?’ vroeg ik. Hij vond het lastig toe te geven dat-ie zich niet lekker voelde, maar ging toch naar de huisarts. Daarna belde hij me. Hij moest onder de scan. ‘Neem Brahms mee’, raadde ik aan. Brahms was kapot van zijn grote onbeantwoorde liefde voor Clara Schumann, zijn hartzeer hoor je terug in de muziek. Ton begreep dat. 

Mariëtte Hehakaya (56) uit Zutphen is beroepspianist en componist. Zelf heeft ze sinds 20 jaar geheugenproblemen na een herseninfarct.Beeld Hanne van der Woude

Ton bleek ongeneeslijk ziek. De scan had aangetoond dat zijn lichaam vol kanker zat.

Toen ik van de zomer asperges bij hem ging eten, werd hij boos uit het niets. Hij kon de lepel niet vinden, die bij de boter hoorde die hij gesmolten had. Zijn onmacht werd zo duidelijk. ‘Ton, ik kan hier helemaal niets mee’, zei ik. Op zulke momenten knuffelde ik hem.

Het ging snel, zijn ziekte. Hij kon al gauw niet meer thuis wonen, logeerde enige tijd bij zijn dochter en kwam daarna terecht in het hospice hier in de stad. Ik heb daar veel voor hem gespeeld, er stond een piano in de gemeenschappelijke huiskamer. Hij was gek op mijn compositie ‘The Wind’. Net als de wind gaat muziek door alle kieren, door alles heen. Op een gegeven moment liep het personeel ook te huilen in de gangen. Dat is de kracht van muziek. Daar leef ik voor.”

‘Nu ik granddad ben, sta ik anders in het leven’

Ric Stokes ging voor het eerst naar de Apenheul, met zijn kleinzoon Jimmy Lee.

Mijn kleinzoon, Jimmy Lee, is nu twee, bij de apen was hij bijna twee. Ik wandel sinds mijn kleinzoon bestaat veel met hem door de stad, we rotzooien in de kleine speeltuin hier achter het huis en we kijken naar planten.

Hij raakt alles aan, is heel nieuwsgierig. Het uitstapje naar het apenpark was op een van de laatste zomerdagen, met mijn zoon, schoondochter en mijn vrouw Marianne. Jimmy in zijn wagentje, wij erachteraan. Hij vond het geweldig. In die tijd zat hij net in zijn poep- en piesfase; hij riep soms lachend ‘Poop!’ of ‘Pee!’ Niet zozeer wanneer hij iets zag, maar gewoon, als hij daar zin in had.

Ik probeer hem tweetalig op te voeden, ik las laatst ergens dat je daar niet vroeg genoeg mee kunt beginnen. In zijn blokkendoos wijs ik dan bijvoorbeeld een blokje aan en zeg: ‘Blauw, blue…’ En even later laat ik hem alle blauwe blokjes eruit halen. Bij de apen was hij niet zo spraakzaam, hij was vooral onder de indruk.

Amerikaan Ric Stokes (72) uit Zutphen is muzikant. Hij speelt saxofoon en dwarsfluit, componeert en geeft muziekles. Beeld Hanne van der Woude

De kleinste aapjes zijn daar los, dus daar heb je het meeste contact mee. Die kun je aaien en whatever. Dan zijn er ook nog de gorilla’s, die bekijk je meer vanuit de verte. En sommige apen zitten achter een window. Zo nu en dan tilde ik Jimmy uit de wagen en drukte ik hem met zijn neusje tegen het glas om de dieren beter te kunnen bekijken.

Sinds ik granddad ben, sta ik anders in het leven. Nog nooit ben ik zo bezorgd geweest als nu. Toen ik van Marianne hoorde dat ik vader werd, had ik geen seconde het idee dat er iets mis kon gaan. Ik was jong, ik was naïef. Ik dacht: de hele wereld krijgt kinderen, waarom wij niet?

From the moment dat ik hoorde dat onze schoondochter zwanger was, maakte ik me al zorgen. Over haar, over de baby – and so on. Het is mooi om te zien hoe goed het nu gaat. Hij is blij, en kan steeds meer als peuter. In de Apenheul had hij dan wel niet zoveel tekst, maar op het laatst liep Jimmy zelf op handen en voeten. Onze eigen kleine aap.”  

‘Er zijn vast zat mensen die het nooit leren’

Truus Krijnen maakte dit jaar voor het eerst geld over met haar mobiele telefoon. 

Met een vijf-cijferige code maak ik sinds kort geld over met mijn mobiele telefoon – een heel gedoe. Mijn dochter heeft het me geleerd, omdat het binnenkort niet meer kan op de oude manier, met zo’n TAN-code. Dus ik heb nu de nieuwe methode uitgeprobeerd. Inmiddels heb ik mijn schoonzoon ook alweer moeten inschakelen, want je vergeet het toch. Het was me weer ontschoten hoe ik die app kan terugvinden… dit soort dingen moet me twee of drie keer worden verteld eer ik het doorheb.

Vroeger schreven we cheques uit, dat was nooit een punt. Het verschil is dat je die nog op de brievenbus moest doen. Dit gaat sneller. Klaar is klaar. En dat ik er wat langer mee bezig ben dan de jeugd, nou, dat zij zo. Er zijn vast zat mensen die het nooit leren. Dan vraag ik me af: wat doet de bank daar dan mee? Toevallig zag ik laatst in de krant een advertentie van een bank die juist riep: bij ons kan het allemaal nog op de ouderwetse manier. Daar scoor je mee.

Ach, alles heeft zijn voor- en nadelen. Ik sta wel open voor moderne dingen.

Truus Krijnen (99) uit Doetinchem hoopt op 13 maart 100 jaar te worden. Ze woont tijdelijk bij haar dochter en schoonzoon. Binnenkort gaan ze met z’n allen in een klimaatneutraal huis wonen. Beeld Hanne van der Woude

Vroeger hadden we één rekening, mijn man en ik. Bij de Postbank, de voorloper van de ING. Ik kreeg wel huishoudgeld. Kan me niet meer herinneren hoeveel dat was. Wel weet ik dat ik af en toe méér nodig had. En ik zei op een gegeven moment tegen mijn man dat ik ook zakgeld wilde hebben, om dingen voor mezelf te kopen. We hadden daar weleens meningsverschillen over, hoor.

De grootste discussie is mijn rijbewijs geweest. Toen ik vijftig werd, zei ik tegen hem: ‘Ik wil voor mijn verjaardag een rijbewijs.’ Dat zag hij niet zitten. Op mijn eenenvijftigste vroeg ik het weer. Geen sjoege. Het jaar daarop heb ik toen maar zonneschermen gevraagd. Maar ik wilde dat rijbewijs. Ook de kinderen vonden dat ik een punt had. Ze praatten op hun vader in. Toen ik drieënvijftig werd zei hij: ‘Vooruit dan maar.’

Ik heb het toen meteen in één keer gehaald. Bijna vijftig jaar gereden. Maar dat is meteen het laatste dat ik voor het laatst heb gedaan: autorijden. Ik stond afgelopen voorjaar opeens in de berm en wist niet hoe ik daar was beland. Ik keek mijn dochter aan, die naast me zat, en zei: ‘Dit doe ik liever niet meer.’ Nu is ze mijn chauffeur.”

Wanneer deed u voor het laatst iets voor het eerst? Mail ons, in max. 120 woorden, met uw naam en woonplaats: tijdreacties@trouw.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden