CoronavirusLiefde

Wachten, tot aanraken weer mag: schrijfster Maartje Wortel zit alleen thuis

Beeld Getty Images/EyeEm

Hoe wrang is het als je je net verworven geliefde ineens niet meer kan beminnen? Schrijfster Maartje Wortel werd ziek, vertrok naar haar eigen huis, en leeft nu in haar verbeelding vanuit haar bed.

Graag begin ik, want waarom ook niet, dit stuk met een gedicht van Wislawa Szymborska. Ik had ervoor kunnen kiezen om een paar regels uit het gedicht te citeren, maar ik doe niemand – en zeker geen gedicht – graag geweld aan. Dus bij dezen:

De plas

De angst herinner ik me goed van toen ik klein was.

Ik liep om de plassen heen,

vooral om de nieuwe, na een bui.

Eentje zou weleens geen bodem kunnen hebben,

ook al zag hij eruit als elke andere.

Ik zou een stap doen en opeens helemaal wegzinken,

ik zou de diepte in vliegen,

en nog dieper, steeds dieper,

naar de weerspiegelde wolken toe,

misschien zelfs verder.

Daarna zou de plas opdrogen,

hij zou boven mij dichtgaan,

maar ik zou voor altijd ingesloten zitten – waar? –

met een kreet die de oppervlakte niet had gehaald.

Later pas kwam het inzicht:

dat niet alle slechte avonturen

binnen de regels van de wereld passen

en kunnen gebeuren,

zelfs al zouden ze het willen.

Deze woorden las ik drie dagen geleden in bed. Ik was, net als de meeste mensen, al dagen alleen. Ik zat, net als de meeste mensen, binnen; moe van het nieuws, moe van mijn plafond, moe van statistieken en toekomstscenario’s. Gelukkig was er een pot koffie over de krant gevallen en had ik mijn plafond wel uitgelezen, dus ik pakte een dichtbundel en las precies dit gedicht en bedacht dat de meeste woorden altijd op het juiste moment op hun plek vallen.

Hoewel je dit gedicht op meerdere manieren kunt interpreteren, koos ik ervoor dat niet alle slechte avonturen vallen binnen de regels van de wereld, veel van wat je kunt bedenken wordt niet waar. Maar ondertussen is het overduidelijk dat wat gebeurt kan, want ja; het gebeurt, dus het kan. We zitten allemaal thuis. (Mag ik toch hopen. Wie niet thuis is en wél een huis heeft: blijf thuis. Wie wel een huis heeft, maar nooit meer naar huis wil: geef je huis weg; er zijn mensen die het kunnen gebruiken.)

Gruwelijk besef

Aangenomen dat we uiteindelijk op een bepaald punt toch (ergens) thuiszitten, is de waarheid binnen die vier muren helaas dat een aanzienlijk deel van hen alleen is; mensen die niet aangeraakt worden en misschien wel nooit meer aangeraakt zullen worden. Ik weet dat er nog wredere dingen bestaan, ik ken de geschiedenis, maar nooit meer aangeraakt worden, weten dat je nooit meer aangeraakt ­zal worden, blijft alsnog een gruwelijk besef, een slecht avontuur waarvan je hoopt dat het niet zal gebeuren.

Ikzelf ben, wat aanrakingen betreft, nogal een geprivilegieerd mens. Op elke foto die ik afgelopen week van mezelf zag, ligt er een mens of dier op mijn schoot, zie je een hand in mijn nek, of kus ik een paar lippen. Ik aai vrienden, collega’s, boeken, mijn eten, dieren, auto’s, kleding, potloden en uiteraard en met extra aandacht mijn geliefde. Eigenlijk raak ik de hele wereld aan in een verwoede poging contact te maken, soms op het ziekelijke af.

Drama

Het is nu twee weken geleden dat ik in bed lag met mijn vaste verkering, we dronken wijn en keken gelukzalig uit haar raam toen ik ineens ziek werd. Voor de zekerheid vertrok ik naar mijn eigen huis. Ik maakte er, tot haar grote plezier, eerlijk gezegd nogal een drama van toen ik voor haar deur afscheid van haar nam. Ik had me ingebeeld hoe het zou zijn om elkaar nooit meer aan te raken en wist dat deze mogelijkheid met gemak tot de regels van de wereld kon behoren.

Door een overvolle en onbezorgde stad fietste ik naar mijn huis. Ik wilde dat ik iets origineels dacht op dat min of meer historische moment, maar ik bleef net als de meeste mensen hangen bij de gedachte dat ik veel boeken zou kunnen lezen. In plaats van te lezen, lag ik in mijn bed. In principe was dat legitiem, want ik was dus ziek. Maar ook had ik het gevoel dat ik simpelweg lag te wachten tot ik nooit meer aangeraakt zou worden. Over het vervolg kan ik kort zijn. Ik dacht dat ik gek werd.

Het had, net als vrijwel altijd als je doordraait, eigenlijk niet eens zoveel te maken met de werkelijkheid – de regels van de anderhalve meter waren nog niet eens doorgevoerd toen ik het dreigde te verliezen van mezelf – maar met mijn fantasie, waarin iedereen voortaan alleen nog maar in zijn eigen huis bleef zitten wachten. Op niets. Alleen. Enkel wachten. Alsof ik in een verhaal van Sartre terecht was gekomen (Ik weet het: wij allemaal! En voor schrikbarend veel mensen is dit überhaupt – ook in het gangbare scenario – de realiteit).

Warm lijf

Mijn broer leende me nog na de eerste gekmakende nacht zijn kat, zodat ik een warm lijf tegen me aan kon voelen, zodat er een mogelijkheid bestond dat er een ander kloppend hart tegen het mijne lag. Dat verlangen naar aanraking deed spastisch vlug z’n intrede door het besef dat alles zo snel veranderde, dat eigenlijk iedereen, hoe hard we ook voor elkaar klapten, er nu toch echt alleen voor stond. Lichamelijk dan.

Want over de poëzie, of zelfs God zul je mij niet horen. De truc is misschien om jezelf op een andere manier te laten aanraken. Een leerling van de Rietveld Academie, Sanne van Balen, schreef: we moeten ons nu tot elkaar verhouden zoals we ons normaal gesproken tot kunst in een museum verhouden – voorzichtig, met respect en gepaste afstand, met besef van waarde en schoonheid. Drie weken geleden had ik dit wellicht een pathetische gedachte gevonden, maar vandaag laat ik me graag aaien door de wind, al heb ik dan liever dat het gaat stormen; een zeiknat gezicht, dat lijkt me wel wat.

’s Nachts voor het slapengaan belde mijn vaste verkering mij op. Ik luisterde naar haar stem. Ik hoorde haar stem. Ze zei me dat ze me de volgende keer als we elkaar zien, zal vertellen hoe ik heet, dat ze me zou aanraken vanaf mijn voeten tot mijn kruin, zodat ik weer weet waar ik begin en eindig. Dat ik een lichaam heb, net als u, en dat lichaam is, net als dat van u, niet alleen. Het begint ergens. En ja: het eindigt ook.

Lees ook:

Te moe om te veranderen

Het gezin van Sofie Govaert uit Breda raakte besmet met het coronavirus. Ze houdt voor Trouw een dagboek bij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden