null

EssayZing

Waarom zingen gelukkig maakt (en doodeng is)

Beeld Van Santen & Bolleurs

Tijdgeest-redacteur Rick Pullens gaf zich acht jaar geleden in een opwelling op voor een cursus kleinkunst-zang. Dat smaakte naar meer, hij besloot zelfs een opleiding te doen, want iets maakte hem gelukkig als hij zong. Maar wat?

Misschien komt het door Mercedes Sosa. In de auto op weg naar een camping in Zuid-Frankrijk, ergens op de Route du Soleil, zette ik een van haar cd’s op – de ‘stem van de hoop’, ik neem haar altijd mee op reis. Bij María, María, het tweede nummer op het bewuste album, gebeurde er iets wonderlijks: mijn kinderen, op dat moment vijf en twee, begonnen spontaan vanaf de achterbank mee te zingen. Net als mijn vriendin – zij reed – en ikzelf.

Voor wie dit lied niet kent: in het eerste couplet slaakt de Argentijnse slechts een paar basale klanken uit – in opzwepend tempo, voorafgegaan door een vrolijk akoestisch gitaartje. De songtekst vermeldt: ‘Ae aea ae’ (te zingen als: a-hé, met het accent op de é) en ‘pa, pa, pa’. En dat riedeltje herhaalt zich dan. Simpel, maar aanstekelijk. Alsof Mercedes Sosa je toeroept: ‘Hé, zing mee!’ En dat deden we dus met z’n vieren.

Gooisch accent

Misschien komt het ook wel door Louise Korthals, de cabaretière die dat jaar toerde met Vlieguur, een voorstelling waarvoor mijn vriendin kaartjes had gekocht. Eerlijk gezegd dacht ik niet dat de show me zou bekoren, want mevrouw Korthals straalde iets uit wat ik associeerde met parelkettingen, een studie rechten en de VVD – al kwam dat laatste vooral door haar achternaam. Haar Gooise accent strookte nog met mijn vooroordelen, maar toen ze begon te zingen (en dat was vrij snel) wist ik: ik heb het mis. Deze vrouw had iets te vertellen, en dat deed ze zingend.

‘Ik zou de wereld willen vangen in dit lied’, maakte Korthals duidelijk, op zigeunerachtige wijze begeleid door piano en viool. In één groot crescendo, met telkens weer een versnelling, werkte ze naar de climax van het nummer toe: ‘Ik heb een grenzeloos verlangen in dit lied. Want iemand moet voorkomen dat we niet meer durven dromen, en daar zal ik niet voor schromen in dit lied.’ Kers op de taart: een vocale grand finale op één klank: ‘Ooooo’. Ze raakte me.

Over de auteur

Rick Pullens (1977) is journalist en theatermaker. Hij werkt sinds 2007 voor Trouw, eerst als eindredacteur, nu als redacteur Tijdgeest. Pullens studeerde sociale geografie aan de Universiteit van Amsterdam en rondde drie jaar geleden een (deeltijd) kleinkunstopleiding af bij Studio Selma Susanna in Amsterdam.

Enfin, door wie het komt maakt eigenlijk niet uit, maar na die vakantie, deze zomer acht jaar geleden, zag ik mezelf telkens dezelfde woorden intikken op Google: ‘cursus zingen’. En telkens klikte ik op dat ene zoekresultaat: ‘basiscursus zang, kleinkunst-repertoire’. Daar heb ik me dus voor opgegeven. Of er een verband was tussen deze keuze, die avond met Louise Korthals en het meezingen met Mercedes Sosa, is niet hard te maken. Maar iets in mij was wakker geschud: een verlangen waarvan ik niet wist dat het in me zat. Het verlangen om te zingen.

Zondagse mis

Poesje Mauw was het favoriete liedje van mijn ‘Ome Kees’, hij zong het altijd in traag tempo, overtuigend vals en met lange uithalen. Hij was geen echte oom van mij, maar de lichamelijk en verstandelijk beperkte broer van mijn oma. Ome Kees had als kind de Engelse ziekte gehad en woonde bij mijn opa en oma in. Als we op zondagochtend in Brabant arriveerden, zat hij vaak in zijn stoel, pal naast de Philips-tv (met zo’n reusachtige beeldbuis) waarop het staartje van de zondagse mis nog te zien en te horen was.

Ome Kees zei nooit veel, hij zong liever. Het was zijn manier om te laten merken dat hij het naar z’n zin had. Daar zit een zekere logica in, aangezien muzikaliteit volgens wetenschappers voorafgaat aan de ontwikkeling van taal. Gevoel voor ritme en intonatie is er voordat­­ een kind leert praten. Nog zo’n weetje: een foetus­­ begint al in de buik met luisteren, rond twee derde van de zwangerschap. Als de moeder dagelijks een soap kijkt, herkent het kind een eenvoudige tune zelfs nog tot drie weken na de geboorte. En liedjes die je als baby veel hoort, Slaap kindje slaap of Poesje Mauw bijvoorbeeld, blijven tot op hoge leeftijd in de hersenen ‘hangen’. Zelfs bij dementie of andere aandoeningen, zoals bij Ome Kees.

De zangtips van Margreet Honig

Sopraan en internationaal bekend zangpedagoge

Tip 1

“Zing altijd vijftien minuten in. Warm eerst het lichaam op en laat je adem rustig stromen. Hoe losser je lijf, hoe beter. Doe daarna kleine oefeningen op verschillende vocalen. Maak bijvoorbeeld eerst drie klanken op de oe, gevolgd door de u, de i en als laatste de a.”

Tip 2

“Ik wens iedereen veel plezier met zingen toe, het is het leukste wat je kan doen, maar de stem is een kwetsbaar instrument. Ga dus nooit zomaar heel veel zingen. Je kunt dusdanig met je stem op je lichaam gaan drukken dat je schade veroorzaakt aan de stembanden. Mijn tip: zoek een leraar of lerares, ook bij jazz- of pop-repertoire.”

Tip 3

“Zing nooit zomaar lekker hard. Ga niet brullen op een manier die je stem naar buiten drukt. Vraag je altijd af: wat vindt mijn stem fijn? Forceer niets, hoe leuk je zingen ook vindt. Zodra er heesheid ontstaat, is het mis. Zelfs dat ‘gekrijs’ in rocknummers kun je op een verantwoorde manier doen en leren.”

Soundmixshow

Dat ik me opgaf voor een cursus zang kwam niet helemaal uit de lucht vallen; ik was altijd al muzikaal, ik speelde piano en zong wel eens wat. Maar nooit eerder had ik overwogen om serieus iets met mijn stem te doen. Dat kwam niet in me op, ik ben niet opgegroeid in een tijd waarin je op tv wordt overladen met talentenshows – Henny Huismans Soundmixshow was in mijn jeugd het enige programma van die soort. Mijn stem zag ik niet als instrument, ik gebruikte haar puur functioneel. Ik was 35 en had het zingen inmiddels afgeleerd. Zoals zovelen.

Tijdens die cursus nam het leven een onvoorziene afslag. Misschien kwam dat wel door alles wat er plotseling in mijn hersenen gebeurde. De bekende neuropsycholoog Erik Scherder benadrukt in publicaties en tv-optredens keer op keer dat zingen niet alleen verschillende hersengebieden stimuleert (en de verbindingen ertussen), maar ook zorgt voor de aanmaak van allerlei stofjes. Zoals het ‘knuffelhormoon’ oxytocine, dat stress vermindert en voor sociale binding zorgt. En het ‘beloningshormoon’ dopamine, dat een goed gevoel geeft.

Geen idee of het misschien door die dopamine kwam, maar die cursus liep dus behoorlijk uit de hand. Kort samengevat: tijdens een pauze zag ik naast het koffieapparaat een stapel flyers liggen. Ik las: theateropleiding, auditie-weekend, gevolgd door een datum. En een paar maanden later deed ik auditie voor een theateropleiding waarin veel gezongen werd. Alsof jazz-diva Ella Fitzgerald haar bekende uitspraak in mijn oor had gefluisterd: ‘Het enige wat beter is dan zingen is méér zingen’.

Zingen op tafel

Maar wat gaf me nou dat intense gevoel van blijdschap als ik zong? Het antwoord drong pas tot me door na de auditie, die vooraf werd gegaan door een aantal proeflessen. Tijdens een van die lessen kreeg ik de opdracht een fragment te zingen uit I got life, een nummer uit de musical Hair. In de filmversie zingt acteur Treat William – ‘de hippie’ – het lied tijdens een familiediner, op tafel, tussen zilveren kandelaars, kristallen glazen en chique servetten, die hij een voor een met zijn voet opzij schuift. Ik hoefde slechts rustig door het klaslokaal te lopen en langzaam het refrein te zingen. De docente en mede-auditanten keken toe.

I got my hair, I got my head, I got my brains, I got my ears.’
‘Zak door je knieën’, riep de docente.
Dat deed ik.
I got my eyes, I got my nose, I got my mouth. I got my teeth.
‘Ga op de grond liggen.’
‘Wat?’
‘Ga liggen. En zing door.’
I got my tongue, I got my chin.’
‘Rol over de grond.’
I got my neck.
‘Raak het plafond aan.’

Ik ben blijven zingen. Ik heb staan springen. Maar ik was constant mijn tekst kwijt. In volstrekt verkeerde volgorde kwamen de lichaamsdelen mijn mond uit. Door al die bewegingen lette ik niet meer op mijn stem. En dat was precies de bedoeling, werd me later duidelijk. Zangles één was binnen: ga uit je hoofd, laat de controle los en zoek de energie in jezelf.

Wat ’s middags nog mislukt leek, gaf diezelfde avond een ander gevoel. Terug bij mijn vriendin en kinderen – ze stonden op een camping in de buurt, het was Pinksteren – zong ik tijdens de afwas opnieuw I got life, bij zo’n aanrecht tegen de muur van het toiletgebouw. Ik was alleen, dus deinde ik ontspannen mee op de klanken die uit mijn keel kwamen. Tot plotseling een kampeerster met een toiletrol in haar hand naast me stond. Ze had blijkbaar al even op de wc gezeten en keek me indringend aan. ‘Wat klinkt dat ontzettend mooi’, zei ze. Ik werd er stil van.

Eigenlijk begon het me toen pas te dagen: zingen doe je niet met je hoofd of keel (omdat daar toevallig je mond en stembanden zitten), nee, je zingt met je hele lijf. Klank komt van binnenuit. Uit je buik. Je flanken. Soms zelfs uit je tenen. En plotseling begreep ik wat me zo gelukkig maakte; als ik zong deed mijn hele lichaam mee, ook de delen die ik al jaren structureel vergeten was. Ik realiseerde me dat ik ergens in mijn leven een ‘pratend hoofd’ was geworden.

De zangtips van Bert van de Wetering

Bas/bariton, zangpedagoog en organisator van Samen online Zingen

Tip 1

“Zorg altijd voor een fysieke opwarming, want zingen gaat ook over je lijf. Maak in ongeveer twintig minuten het lichaam los. Klop op plekken waar botten zitten, zoals je bekken en ribben. Maak ondertussen een klank, zonder schroom, zodat je vrij in je lichaam komt en ‘aan’ staat.

Nog zo’n goede oefening: adem uit terwijl je met een sj-klank een stoomlocomotief nadoet. Begin rustig, maar ga steeds sneller. Dit is goed voor je middenrif en maakt je lichaam wakker.”

Tip 2

“Doe een resonantie-oefening: maak een klank en laat je stem lekker glijden (glissando’s). Durf daarbij heel laag en hoog te gaan. En dan een melodie steeds iets hoger op een tekst die tegelijkertijd een fysieke aanwijzing is, zoals ‘open je borstkas’. Dat is goed voor je ademsteun.”

Tip 3

“Hou van je eigen klank, haal het oordeel eraf. Durf gewoon eens lekker wat te zingen, het moet een spel blijven. Als je je oordeel erop zet, zet je het vast en haal je de emotie eraf. Je voelt je elke dag anders, dus elke dag brengt een ander geluid. Durf echt te voelen wat je wil zingen.”

Online tip

“Zing samen met anderen, desnoods online, zelfs dan ontstaat er verbinding. Zelf organiseer ik sinds vorig jaar elke zaterdagochtend online meezingsessies. Duizenden mensen doen daar inmiddels aan mee. Aanmelden en meer informatie via zingalsvanzelf.nl.”

Topsport

Zingen is dus loslaten, kun je zeggen. Maar dat klopt niet helemaal. Zingen is vooral gecontroleerd loslaten. Het is niet alleen (fysieke) ontspanning, je moet ook heel hard werken. ‘Wie bewust zingt, heeft het druk. Hij ademt goed in, zijn middenrif zet uit, hij focust en zodra hij begint, gaan zijn ogen zwemmen’, schrijft Barber van de Pol dan ook in haar boek Zingen is geluk. Het is net topsport. Al helemaal als een klassieke zanger zonder microfoon over een heel orkest heen moet zingen. Daar heb je adem en uithoudingsvermogen voor nodig.

Trouwens, zingen maakt niet altijd gelukkig. Als mijn zangdocente weer eens riep dat ik mijn onderkaak moest ontspannen – ‘laat de boel maar hangen’ – voelde ik me vooral lelijk. Omdat mijn tong op dat moment half buitenboord hing. Een beetje zoals op dat schilderij van Kees van Dongen, Modjesko, Soprano Singer (1908), waarop een Roemeense travestie-zanger vol overgave zingt, wat prachtig is, maar zijn mond zo ver opengesperd heeft (het moet wel een ‘ooo-klank’ zijn) dat vooral zijn onderkin opvalt.

En dan is er ook nog zoiets als ‘je eigen stemgeluid’, je timbre. Daar heb je het maar mee te stellen. Het gekke van zingen is dat je jezelf door de resonantie in je schedel niet hoort zoals anderen dat doen. Een al te star zelfbeeld is dan niet handig. Zo kreeg ik na een les van de docente­­ te horen dat mijn stem op die van Cliff Richard leek. Dat was positief bedoeld, maar wel even wennen. ‘Je hebt net zo’n warme klank, zing eens een nummer van hem’, spoorde ze me aan. Pardon? Sir Cliff Richard?

De zangtips van Annemarie Hilbrands

Geautoriseerd docent Complete Vocal Technique

Tip 1

“Zingen moet altijd goed voelen in je keelgebied. Let dus op zodra je ineens moet hoesten, schor/hees wordt of last krijgt van een kriebel of rasperig gevoel. Deze signalen kunnen duiden op geïrriteerde stembanden. Raak niet in paniek, met een halfuurtje zingen kun je je stembanden niet beschadigen, maar overweeg zanglessen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat je moet leren om meer ademsteun te gebruiken omdat je te veel spanning zet op je slik­spieren (‘knijpen’), waardoor je stembanden in de verdrukking komen.”

Tip 2

“De stembanden bevinden zich in het strottenhoofd, en dat strottenhoofd kan op en neer bewegen. Handig om te weten, omdat het je kan helpen om hele lage of hoge noten te halen. Als je gaapt, zakt je strottenhoofd en kun je makkelijker een lage klank maken. Als je glimlacht (en een kinderstemmetje opzet) komt je strottenhoofd in een hoge stand te staan. Let op: de positie van het strottenhoofd beïnvloedt de kleur van je klank. Klassieke zangers houden het strottenhoofd zo laag mogelijk voor een ‘donkere’ klankkleur, popzangers klinken vaak lichter.”

Tip 3

“Zing een toon op verschillende klinkers. Bij elke klinker wisselt je mondholte van stand. Zo wordt bij de klinker a je strottenhoofd naar beneden getrokken en wil je tong het liefst naar achteren. Het verklaart waarom de ene tekst moeilijker te zingen is dan de andere. Wees je daar bewust van en doe er je voordeel mee. Dat doen bekende zangers ook. In veel rocknummers hoor je dat een ie-klank, bijvoorbeeld in ‘baby’, meer richting een ee-klank gaat: ‘beebee’! Op de ie is het moeilijker om volume te maken dan op ee.”

Kwetsbaar

‘Het gaat erom dat je laat zien wie je bent’, hoorde ik coach Ilse DeLange onlangs op tv zeggen tegen een van de jonge talenten in haar team bij The Voice Kids. Daar heeft ze gelijk in, je zingt uiteindelijk jezelf. Daarom is zingen soms ook gewoon doodeng. Je laat los, verliest controle en komt emoties tegen. En dat maakt kwetsbaar.

Toch maakt die kwetsbaarheid uiteindelijk misschien wel het meest gelukkig. Want wie verbinding maakt met zichzelf, maakt ook verbinding met zijn publiek. De ander mag heel even hetzelfde voelen, op zijn of haar manier. Emoties worden universeel. Dat is het moment dat schoonheid om de hoek komt kijken. Het wonder van de kunst. De lach en de traan.

Kleine stappen

In de krant stond laatst een interview met een meditatieleraar. Het leek hem een goed idee als mensen elke dag een paar papieren kraanvogels zouden vouwen, voor voorspoed, blijdschap en een gelukkig leven. ‘Dat is een prachtige manier om mindfulness te beoefenen’, legde hij uit, ‘het laat je reflecteren op wat er binnenin je gebeurt’. En: ‘Het vereist je volle aandacht. Het is een reis van veel kleine stappen.’

In gedachten verving ik de woorden ‘kraanvogels vouwen’ door ‘zingen’: ‘Zingen is een prachtige manier om mindfulness te beoefenen. Het laat je reflecteren op wat er binnenin je gebeurt. Het vereist je volle aandacht. Een reis van veel kleine stappen.’

Ja, zingen is als mindfulness, maar met een uitwerking die het individu overstijgt. Het communiceert blijdschap, verdriet, woede, hoop, verlangen, of een van die vele andere emoties die iedereen kent. Het verbindt. Of het nou met een ‘Ome Kees’ voor de tv is, samen op weg naar Zuid-Frankrijk of tijdens een voorstelling in het theater. Het maakt gelukkig. Misschien moet ik dat mijn zorgverzekering laten weten. Mindfulness wordt vaak vergoed. Mijn zanglessen voortaan ook?

De zangtips van Liekje Welten

Coach op het gebied van de stem & kleinkunstenaar

Tip 1

“Oefen op simpele wijze je ademsteun door zoveel mogelijk te neuriën. Probeer het neuriën steeds iets langer aan te houden door gecontroleerd lucht uit te ademen. Terwijl je neuriet, leg je een hand op verschillende plekken van je lichaam, zoals de achterkant van je nek, de kruin van je hoofd en je borst. Voel de trilling die het neuriën veroorzaakt.”

Tip 2

“Probeer minimaal een keer per dag echt te zingen vanuit je gevoel. Maak contact met jezelf en ga na op welke plek in je lichaam je een bepaalde emotie waarneemt. Bij zingen geldt: als jij iets voelt, voelt je eventuele publiek het ook, of je nou zingt op een bruiloft van een vriend of in een theater.”

Tip 3

“Ga na welk lied je raakt en waarom. Probeer het nummer vervolgens vanuit die betekenis te zingen. Begin langzaam, alsof je alle tonen proeft en de woorden voelt. Zo maak je een lied van jou. Let niet zozeer op de goede noten. Dus doe Barbra Streisand niet na, maar weet waar jij inhaakt bij het lied.”

Tip 4

“Sta je onder de douche en heb je zin om te zingen, maar je weet niet welk nummer? Begin met je eigen naam. Verleng alle klinkers, want die moeten klinken.”

Maakt zingen u ook gelukkig? Reacties (max. 150 woorden) zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag naam en woonplaats vermelden.

Lees ook:
Een virus kreeg voor elkaar wat bommen en belegering niet lukte: dit jaar verging ons het zingen

De coronapandemie legde het muziekleven dit jaar zo goed als plat. Vooral koren hadden het nakijken.

Zin in muziek: hoe luister je naar lijflijke rituelen?

Muziek en zingeving, zijn die te combineren? Zeker wel, als je luistert naar topmusici uit alle windstreken en het begrip zin behapbaar opdeelt. Vandaag: zinnelijk. Hoe luister je naar lijflijke rituelen?

‘Schoonheid in muziek is vaak iets technisch’

Muziek en zingeving, valt dat te combineren? Zeker wel, als je luistert naar topmusici uit alle windstreken en het begrip ‘zin’ behapbaar opdeelt. Vandaag deel 2: het zintuiglijke, esthetische. Wat maakt muziek mooi?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden