(On)voltooid

Waarom praten over het levenseinde belangrijk is, maar ook gevoelig

Beeld Fenna Jensma

Het gesprek beginnen over voltooid leven: hoe doen ouderen dat? En hoeveel heeft een ander te zeggen over jouw dood? ‘Autonoom zijn betekent niet: met niemand rekening houden.’

Twee jaar geleden kroop broeder Ted van der Geest (86) achter zijn computer in een kamertje in een klooster in Vlaardingen, en schreef zijn gedachten op over voltooid leven. Het werd een brief van vijf kantjes die hij aan zijn naasten mailde. ‘Mijn achterliggende levensweg heb ik ervaren als een pad over rozen, maar toch wel, zoals iedereen, afgelegd door een wereld vol doornen’, schrijft hij.

En: ‘Er komt wellicht een tijd dat ik mijzelf en anderen alleen maar in de weg zit. Ik vind dat we de jongere generatie niet moeten opzadelen met een overvloed aan hulpbehoevende bejaarden.’ Daarom wil hij ‘mogelijk’ en ‘te zijner tijd’ een zelfgekozen dood, door een pil te slikken. Hij ziet dat niet als ondermijning maar juist als een uiting van zijn geloof, omdat hij het belang van anderen boven zichzelf stelt. De brief vormde voer voor tal van gesprekken met familie en vrienden.

Zo waren er de neefjes en nichtjes die zeiden: “Ome Ted, dit hadden we niet van je verwacht”, vertelt de broeder door de telefoon. “Als je in een klooster zit, verwachten ze toch dat je achter alle dogma’s van de kerk staat.” Een aantal collega-broeders reageerde ook verrast, of afwijzend. “Ze zijn trouw in de leer en vonden het geen katholiek standpunt.”

Van der Geest zou het iedereen die nadenkt over eigen regie bij het levenseinde – met een dodelijk middel, door te stoppen met eten of drinken, of mogelijk, als de ‘voltooid leven’-wet erdoorheen komt, met hulp van een stervensbegeleider – aanraden om het gesprek daarover op tijd te beginnen. “Autonoom zijn betekent niet: met niemand rekening houden”, zegt hij.

Hoe praat je met elkaar?

Uit het voltooid-levenonderzoek dat de commissie-Van Wijngaarden vorige week presenteerde, bleek dat veel 55-plussers met een doodswens geen ruimte voelen om hierover te praten met vrienden of familie. Ze voelen zich op zichzelf teruggeworpen en vinden het lastig om tegenover hun naasten te beginnen over hun worsteling.

“Wat mij opvalt, is het verschil tussen het gemak waarmee we over het levenseinde in de samenleving spreken, en de moeite waarmee dat in persoonlijke kring gepaard gaat”, zei onderzoeker Van Wijngaarden vorige week in deze krant. Hoe praat je eigenlijk met elkaar over de wens om te sterven? En hoeveel heeft een ander te zeggen over jouw dood?

Een kanttekening: voor heel veel senioren is praten over dit onderwerp niet nodig, omdat ze veel plezier in het leven hebben en een natuurlijke dood willen sterven. Anderen leven met een acuut of minder acuut verlangen naar de dood, maar doen daar niets mee. Weer anderen willen in de toekomst zelf kunnen beschikken over hun dood – of er nu een wet komt die dat mogelijk maakt of niet. In die categorie valt broeder Ted van der Geest.

Hij is een van de vele lezers die Trouw schreven dat ze niet morgen uit het leven willen stappen, maar op den duur wel eigen regie willen hebben. “En daar wil ik mijn naasten op voorbereiden”, zegt Van der Geest. Dat betekent niet dat hij praten over de dood gemakkelijk vindt. “Ik heb mijn brief wel vijf keer overgelezen voor ik hem verstuurde.”

Wat zit er onder?

Over doodsverlangen praten is nooit makkelijk, zegt Anne-Mei The, bijzonder hoogleraar langdurige zorg en dementie. Ze schreef veel over praten over het einde en euthanasie. “Aan de andere kant is het misschien wel makkelijker om te praten over het verlangen naar de dood, dan over wat er ónder dat verlangen schuilgaat. Over het verliezen van zingeving als je ouder wordt, over het gevoel geen waarde toe te voegen, over praktische problemen die met de leeftijd komen, over een beperktere horizon die daarmee gepaard gaat.”

Ze is bang dat ouderen zich door het debat over voltooid leven gedwongen voelen hierover na te denken: wil ik dat wel, of wil ik dat niet? “Het maatschappelijke debat gaat over juridisering; namelijk het legaliseren van hulp bij zelfdoding in sommige gevallen. Dat leidt af van het belangrijke gesprek tussen ouderen en hun naasten over waar een doodswens vandaan komt.”

Als haar eigen ouders over hun doodswens zouden beginnen, zou The zeggen: “Dankjewel dat jullie dit met mij delen, voor het vertrouwen, maar ik wil toch ook vragen: waar komt die wens vandaan? Dan wordt het voor mij als dochter begrijpelijker, en misschien kan ik er iets aan doen.” Tegelijkertijd, nuanceert ze, moeten naasten ook oppassen met ‘makkelijke oplossingen’ aandragen zoals een kopje koffie extra per week, of een vakantie. “Een doodswens is vaak existentieel, mensen gaan niet over één nacht ijs.”

Beeld Fenna Jensma

Als een oudere een doodswens met zijn naasten deelt, roept dat allerlei vragen bij hen op, zegt The. “Zoals: waarom nu, wat heb ik verkeerd gedaan, wat doe je mij aan? Dat gebeurt minder als je de gelegenheid krijgt om mee te groeien met de doodswens van je naaste. Dat je moeder of opa uitlegt: mijn wereld wordt kleiner, ik vind het allemaal minder de moeite waard, en als de dingen zich opstapelen, dan wil ik het niet meer. Als je in één keer dropt: ik ben er klaar mee, ik stap eruit, dan kunnen naasten heel erg overvallen zijn.”

Als je als oudere met een doodswens kampt, kun je daar dus het beste op tijd over praten, vindt zij. Want daardoor ontstaat er voor naasten voldoende gelegenheid om een doodswens te bevragen en te onderzoeken wat erachter zit. “Is het leven echt mooi geweest, of zit er eigenlijk onvrede onder, of onvermogen om het leven zin te geven?”

Zonder Scen-arts, maar met Drion-pil

Zo’n begingesprek over voltooid leven, hadden Margriet Versteeg en dochter Thijn Westermann (55) vorige week over de telefoon. Versteeg is bijna tachtig en wil kunnen beschikken over haar eigen einde. Haar leven noemt ze ‘bijna voltooid’. Ze hekelt het beeld dat ouderen die hun leven voltooid achten, alleen maar eenzaam zijn of andere problemen hebben.

“Ik wil dus echt benadrukken dat een persoon, net zoals een mooi borduurwerk, voltooid kan zijn”, zegt ze. “Ik buig met dankbaarheid en vooral ook met respect naar het leven dat ik geleefd heb. Ik wil gaan op mijn manier, zonder Scen-arts, maar met een Drion-pil.” Toen ze haar dochter hiermee confronteerde, reageerde die niet meteen laaiend enthousiast.

“Als kind kijk je er op twee manieren naar”, zegt Westermann. “Ik vind het goed als er iets aan de wetgeving verandert, zodat ouderen waardig en op hun eigen tijd kunnen sterven. Maar als het om je eigen ouders gaat, dan wil je toch eerst kijken: wat voor rol kunnen wij als kinderen nog spelen, hoe kunnen we het goed hebben met elkaar?”

Trouwserie

Hoeveel mensen in Nederland hebben een doodswens, zonder dat ze ernstig ziek zijn? En waarom? Een onderzoek in opdracht van het kabinet gaf eind januari antwoord op die vragen. Trouw ging de afgelopen anderhalve maand in een serie op zoek naar het antwoord, via interviews met ouderen met een doodswens en gesprekken met experts. Waarom willen sommige ouderen dood? En wat zegt het voltooid-levendebat over Nederland? Alle verhalen uit de serie zijn terug te lezen op: www.trouw.nl/onvoltooid. 

“Ik voel ook wel dat mijn moeder ons vaker zou willen zien en bellen. Ze woont in Zutphen en dat is 2,5 uur reizen voor mij. Iedereen in ons gezin gaat z’n eigen gang, dat is zo gegroeid tijdens mijn moeders actieve leven. Ze ziet nu op tegen de zomers, als wij op vakantie gaan en haar clubjes niet doorgaan. Dat mijn zus nu twee maanden in het buitenland is, vindt ze ook moeilijk.”

Aan de andere kant wil Westermann ook respect hebben voor haar moeders wensen. “We moeten haar niet koste wat het kost in leven willen houden. Ik snap ook heel goed dat je wilt gaan als de zaken ingewikkelder worden, als je aftakelt en je wereld kleiner wordt. Maar tegelijkertijd voel ik mij ook betrokken bij haar welzijn.”

Profiel van laatste levensfase

Zo’n zoekend gesprek als Westermann en Versteeg voeren, had Liebje Hoekendijk (88) niet. Zij heeft haar kinderen gewoon gezegd dat ze er op den duur uit wil stappen met een zelfdodingsmiddel. De vrouw uit Bussum heeft een profiel opgesteld van wie ze wil zijn in de laatste levensfase. Als dat profiel niet meer past, dan is dat het ‘einde’ voor haar.

Haar kinderen, vertelt ze, respecteren haar wens. “Mijn schoonzoon, die wel erg op mij gesteld is, heeft er ook op toegezien dat ik alle informatie kreeg voor de middelen die ik nodig heb.” Aan de andere kant vraagt ze zich wel­eens af hoe haar kinderen zouden reageren als ze zou zeggen: ik ga binnenkort. “Voor hun gevoel is de beslissing ver weg. Ik denk dat ze er niet zo mee bezig zijn.”

Ze slaakt een zucht. “Weet je, het leven is te mooi om op een afschuwelijke manier te laten eindigen, als dat niet hoeft. Ik wil juist dat waardige einde, om het mooi te houden, óók voor mijn kinderen. Maar de laatste tijd begin ik mij te realiseren dat ze mij zullen missen, dat maakt het moeilijker. Aan de andere kant is mijn leven mijn zaak.”

Beeld Fenna Jensma

Kinderen kunnen, zegt ze, zich ook te veel vastklampen aan ouders. Door hun leven te behouden, kunnen ze een lijdensweg naar de dood veroorzaken. Daarmee geven ze vooral gehoor aan hun eigen egoïsme, in plaats van dat ze rekening houden met wat het beste is voor hun vader of moeder, is Hoekendijks overtuiging na het zien van een documentaire over dit thema.

Wat zou zij doen als haar kinderen, op het moment dat zij er klaar voor is, niet willen dat ze gaat? “Daar zou ik verdrietig om zijn, maar absoluut aan mijn eigen standpunt vasthouden. Ik ben toch de baas over mijn eigen leven? Ik geloof niet dat ik tegen mijn zin moet leven. Ik heb het gevoel dat God één grote warme wolk van liefde is, die mij zo morgen zou kunnen opvangen.”

‘Mijn dood is niet alleen van mij’

Riet Bessels (86) uit Amersfoort denkt daar heel anders over. “Mijn dood is niet alleen van mij. Ik kan niet zomaar zeggen: het is genoeg, ik zet er een punt achter. Ik heb mijn kinderen op de wereld gezet, het is een hele egocentrische daad. Ik ga alleen als zij erachter staan. En gelukkig snappen ze mij: ik prijs mijzelf daar heel gelukkig mee.”

Eerder mailde ze al aan Trouw dat het ‘van groot belang is’ om over voltooid leven te blijven praten met je kinderen, en het niet bij één gesprek te houden. Ze heeft zelf het gevoel dat ze uit het leven groeit: “Het niet meer kunnen volgen van de wereld om je heen, een voorbeeld is internetbankieren, er verandert in een snel tempo te veel. Je wordt een achterblijver, zo voelt dat.”

“Er spelen rond zo’n doodswens zoveel subtiele dingen”, zegt Anne-Mei The. “Het is altijd een samenspel tussen je eigen overtuigingen, je sociale omgeving en de maatschappelijke context. De ogen van anderen bepalen heel erg hoe jij je voelt, en dus ook hoe snel jij je leven voltooid acht. Vanuit je omgeving kan je subtiele vormen van afwijzing voelen omdat je oud of hulpbehoevend bent.”

Het valt The op dat veel ouderen, die zij in haar werk tegenkomt, het idee hebben dat ze er niet meer toe doen. “Ze houden van lezen en schrijven, maar dat gaat niet meer zo makkelijk als vroeger. Elementen van hun bestaan vallen weg als ze ouder worden, dat kan heel moeilijk zijn. Waar onze hulpverlening vooral gericht is op praktische ondersteuning en zorg, zit dit op een andere laag. Ik zie in mijn werk dat doodswensen in ieder geval tijdelijk kunnen verdampen als het leven weer kleur krijgt. Een gesprek alleen is niet genoeg, er moet ook wat mee gebeuren.” 

Wel de moeite waard

Daar hebben we als samenleving een verantwoordelijkheid in, vindt ze. “Zodat we een context om ouderen heen creëren waarin ze wel het idee hebben dat ze de moeite waard zijn. Dat krijg je als kleindochter alleen niet voor elkaar.” Natuurlijk helpt het wel als je als familie oudere naasten het gevoel geeft dat ze worden gewaardeerd, dat ze ertoe doen, zegt The.

“Het is sowieso glad ijs om tegen een familielid te zeggen: ‘Heb je weleens aan een laatste-wil-pil gedacht’, of: ‘We moeten daar eens over praten’, dat kan enorm drukken – terwijl het misschien goed bedoeld is.” Je kunt volgens The beter vragen hoe je vader, moeder, opa of oma tegen ouder worden aankijkt, wat ze er lastig aan vinden en of het ze lukt om zingeving te ervaren.

Westermann stapt in ieder geval volgende week op de trein, om met haar moeder door te praten over voltooid leven. Wat ze gaat zeggen? “Dat ik hoop dat ze het ruim van tevoren met ons bespreekt, als ze eruit wil stappen. Dit is een proces waar iedereen aan moet wennen. En ik wil ook bespreken of het niet beter is als ze wat meer in de buurt komt wonen zodat we elkaar makkelijker wat vaker kunnen zien.”

Dit is het slot van de serie (On)voltooid. Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij de crisislijn van 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0900-0113 of kijk op 113.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden