Armoedebanken

Waarom initiatieven als de uitjes- diervoedings- en kledingbank nodig blijven

Minke Haveman (links) en Wieke Paulusma van de stichting Lutje Geluk. Beeld Reyer Boxem
Minke Haveman (links) en Wieke Paulusma van de stichting Lutje Geluk.Beeld Reyer Boxem

Speelgoed-, uitjes-, diervoedings- en kledingbanken helpen mensen met een kleine portemonnee om de eindjes aan elkaar te knopen. Waarom blijven dit soort initiatieven nodig?

Een gigantische grijs gestreepte kat springt spinnend op de bank in een kleine, maar knusse woonkamer in het Oost-Groningse Vlagtwedde. “Dat is Henk”, zegt zijn eigenaar, Hilda Knegt (65). Naast Henk wonen er nog vier poezen in het huis. Allemaal hebben ze een levensverhaal dat getekend is door pech: Senna mocht niet mee toen haar baasje ging verhuizen, It komt uit het asiel, en Muis is ‘dement’, zegt Knegt. Henk heeft jarenlang op straat gezworven. “Hij heeft geen tand meer in z’n bekkie.”

Knegt runt al zeven jaar diervoedingsbank ‘De Gouden Poot’. Mensen uit de buurt die van een minimaal inkomen moeten rondkomen, kunnen bij haar terecht voor diervoeding. Dat is nodig, zegt Knegt, want juist bij armoede is het gezelschap van een huisdier erg belangrijk. Op haar stoffen beige bank zitten Miranda Mulder (27) en Chantal Tilder (31) uit het naburige Bellingwolde. De twee zijn klant en maken graag gebruik van de steun.

Mulder, moeder van drie kleine kinderen en baasje van vijf katten, kwam al op vroege leeftijd in geldproblemen. “Ik kan niet met geld omgaan”, zegt ze openhartig. “Als ik niet onder bewind sta, dan geef ik alles weer uit. Dat gaat niet goed, dus laat het maar zo.”

Op zoek naar de goedkoopste producten

Haar vriend moest zijn huis verkopen, dat gebeurde via een veiling. Uiteindelijk bleven de twee achter met een schuld van ruim 120.000 euro. Mulder werd creatief. “Op zoek naar budgetfood, de goedkoopste producten. Naar Duitsland gaan helpt ook, de brandstof is daar veel goedkoper. ”

Tilder belandde net zoals haar vriendin ook in de schulden. “Ik kwam op straat te staan, nadat mijn moeder mij op straat zette. Ik was hoogzwanger van mijn zoontje Angelo.” Uiteindelijk moest ze ook naar de voedselbank. “In het begin wilde ik niet. Je gaat toch niet voor eten in de rij staan? Uiteindelijk had ik geen keuze. Maar na drie jaar moest ik er weer uit: dat is het maximale aantal jaar dat je van de voedselbank gebruik mag maken.” Knegt komt ertussen. “Na een jaar mag je er weer in”, vertelt de eigenaresse van de dierenvoedselbank. Tilder kijkt wat bedenkelijk. “Oh, maar dat wist ik niet.”

Hilda Knegt (links) van dierenvoedselbank de Gouden Poot in Vlagtwedde helpt twee klanten met hun spullen. Beeld Reyer Boxem
Hilda Knegt (links) van dierenvoedselbank de Gouden Poot in Vlagtwedde helpt twee klanten met hun spullen.Beeld Reyer Boxem

Knegt weet precies hoe de hazen lopen. Tot achter de komma kent ze de uitkeringsbedragen en ze weet precies waar je moet zijn voor hulp. “Ik ken alle paadjes en wijs klanten er regelmatig op. Het is ook zo ingewikkeld. Zelfs bewindvoerders weten soms niet waar ze moeten zijn.”

De kritiek dat mensen met een minimuminkomen beter hun dieren weg zouden moeten doen, wijst het gezelschap van de hand. Tilder: “Mijn kinderen zijn helemaal gehecht aan die dieren.” Mulder knikt: “Je haalt baby’s toch ook niet weg? Mijn katten hebben ook hartjes.” Knegt weet als geen ander hoe belangrijk dieren zijn. “Dat is soms het enige wat mensen nog hebben. We hebben wel een belangrijke regel: de dieren waren er al toen de schulden begonnen.”

Knegt heeft zo’n 270 klanten, verspreid over de regio. Een nieuwe loods vol voorraad laat zien hoe succesvol haar initiatief is. Duizenden verpakkingen, van hondenworst tot antivlooienmiddel voor katten. De ene keer ladingen met een klein fabrieksfoutje, de andere keer is het net over de datum.

Noodpakketten

Haar klantenbestand groeit intussen gestaag. In Oost-Groningen is dat niet zo verwonderlijk: het krimpgebied heeft samen met de grote steden de hoogste armoedepercentages. In de provincie Groningen leefden in 2018, het jaar met de meest recente cijfers, 27.000 huishoudens onder de lage inkomensgrens. Dat is ruim 1 op de 10 gezinnen. In dat jaar moesten ruim 11.000 gezinnen al minstens vier jaar op rij rondkomen van een laag inkomen. Dat is ongeveer 2000 euro per maand voor een gezin met twee jonge kinderen.

In coronatijd had Knegts dierenvoedselbank het extra druk. “We doen ook noodpakketten, voor als mensen bijvoorbeeld moeten wachten tot ze hun uitkering krijgen. Die zijn nu heel populair. Bij mensen die in de horeca werkten bijvoorbeeld.”

Knegt is niet de enige die een eigen ‘bank’ is begonnen. De laatste jaren zijn dit soort initiatieven als paddestoelen uit de grond geschoten. Sommige bieden net zoals de ‘reguliere’ voedselbank voedingsmiddelen aan, andere zijn origineler: zo zijn er al kleding-, speelgoed-, uitjes- en meubelbanken.

Het systeem is ingewikkelder geworden

Dat die banken de afgelopen jaren in opkomst zijn, is geen toeval, zegt Arjan Vliegenthart, directeur van het Nibud. “De ‘gewone’ voedselbanken worden opgericht aan het begin van het millennium. Eigenlijk zie je dat sinds die tijd het rondkomen van het bestaansminimum steeds moeilijker is geworden. En die ontwikkeling zet alleen maar door.”

Hoe komt dat? “Het systeem is steeds ingewikkelder geworden. Van mensen met schulden vragen we heel veel complexe bureaucratische kennis; voor iedereen is er wel een regeling, maar dan moet je die wel weten aan te vragen. Daarbovenop is het percentage dat mensen kwijt zijn aan vaste lasten gegroeid, dat is vooral voor huurders het geval. Daardoor hou je systematisch minder over; een buffer opbouwen voor als de wasmachine kapot gaat, is vrijwel onmogelijk. Zodoende is een grote groep mensen ontstaan die altijd op of rond de armoedegrens leeft.” Die groep bestaat vooral uit gezinnen met twee of meer oudere kinderen en mensen met hoge zorgkosten en een klein inkomen. Door een steeds flexibelere arbeidsmarkt balanceert bovendien een groep zzp’ers vaak op de rand van armoede, zegt Vliegenthart. In totaal is bijna één miljoen mensen in Nederland arm.

Veel van de nieuwe ‘armoedebanken’ hebben het kunstje afgekeken van de ‘reguliere’ voedselbank. Ze hanteren, net als Hilda Knegt bijvoorbeeld, regels over wanneer je in aanmerking komt voor hun diensten. Om fraude tegen te gaan, maar ook om mensen te stimuleren weer de draad op te pakken.

Maar er zijn ook armoedebanken die juist zijn begonnen uit kritiek op hoe de voedselbank werkt. In grote steden delen vrijwilligers, anders dan de officiële voedselbank bijvoorbeeld eten uit aan iedereen die het nodig zegt te hebben- zonder overleg van bewijs van inkomsten.

Geven zonder iets terug te verwachten

In de stad Groningen zitten Minke Haveman en Wieke Paulusma van de stichting Lutje Geluk achter een perfect opgeschuimde cappuccino. Hun uitjesbank heeft maar één regel: vertrouwen, zeggen ze stellig. Voor arme gezinnen organiseren ze ‘het perfecte dagje uit’. Bijna alles is mogelijk: van een dagje kanoën tot de Efteling. De gezinnen hoeven niet te vertellen hoe hun situatie precies in elkaar steekt. Paulusma: “Dat je gewoon geeft, zonder in te vullen wat er aan de hand is, en vooral: zonder iets terug te verwachten. Dat is belangrijk.” Haveman noemt het ‘een oefening in radicale empathie.’

Haveman, op vrolijk gekleurde sneakers onder een chique-uitziende jurk, is ‘niet geboren in het Gooij.’ Haar eigen vader was regelmatig dakloos. Bij café Knarie, een kroeg die in Groningen als louche bekend staat, leende hij geld om zijn kinderen mee naar de film te nemen. Die ene keer dat de kleine Minke wél naar een pretpark kon, staat in haar geheugen gegrift. “Die dag kan ik van minuut tot minuut navertellen.” De stichting - Lutje betekent ‘klein’ in het Gronings - heeft inmiddels tientallen gezinnen geholpen. Elk gezin krijgt behalve toegangskaarten ook vervoer en een budget voor een ijsje of patatje. De stichting bekostigt de uitjes met donaties van zowel particulieren als organisaties en bedrijven.

Een van de klanten is Esmeralda Bos, moeder van vijf kinderen. Ze had een vaste baan in de zorg. Na fysieke klachten volgde een burn-out, waarna ze ontslag nam en de schulden zich opstapelden. “Dan ga je van een fulltime baan naar een uitkering. Ik had een burn-out, kon het allemaal niet bolwerken. Het systeem werkte me ook nog eens tegen. Vervolgens werk ik uit het schuldsaneringstraject gezet en volgden nog meer schulden.”

Esmeralda Bos en haar zoontje gingen naar de Apenheul dankzij Lutje Geluk. Beeld Reyer Boxem
Esmeralda Bos en haar zoontje gingen naar de Apenheul dankzij Lutje Geluk.Beeld Reyer Boxem

Hoewel ze weinig geld heeft en recht heeft op de voedselbank, ziet Bos daarvan af. “Mijn plekje kan iemand anders misschien wel nog harder nodig hebben. Daarnaast merkte ik vaak dat ik sommige spullen niet opmaakte. Als ik de voedselbank dan zei dat ik een bepaald product niet nodig had, werd ik daarop aangesproken. Maar waarom zou je met weinig geld geen recht hebben om bepaalde dingen niet mee te nemen?”

Van de diensten van Lutje Geluk wilde ze wel gebruik maken. Ze ging bijvoorbeeld met behulp van de stichting met haar kinderen een dagje naar de Apenheul. “Een compleet verzorgde dag zonder zorgen. Het geeft een gevoel dat je meetelt. En je kinderen kunnen een keer iets anders vertellen op school dan over die wandeling in het bos, of de speeltuin.” Voor Sinterklaas zorgde de stichting voor een doos met cadeaus die waren gekocht door een ander gezin. Bos en de kinderen hoefden alleen maar een lijstje in te leveren. “Eigenlijk wilde ik geen pakjesavond vieren, het levert juist veel zorgen op. Nu kon het wel.”

Zijn banken zoals Lutje Geluk de uitkomst? Volgens Arjan Vliegenthart moet er meer gebeuren. “Of je van je sociale minimum kunt rondkomen, hangt nu te vaak af van of je geen domme pech hebt. Dat is wrang.” Het systeem geeft aan sommige mensen meer ruimte om fouten te maken dan aan andere. “Laten we het zo zeggen: als je een goede baan hebt, en je doet wat doms, dan drink je een borrel minder in het café.”

Dweilen met de kraan open

Uiteindelijk is armoedehulp een taak van de overheid, zegt hij. “Er zijn heel veel goede particuliere initiatieven om mensen te helpen: aan passie geen gebrek. Maar voor ieder individu dat geholpen is, is er ook wel een die niet geholpen is. Het blijft dweilen met de kraan open als het Rijk en de gemeenten niet iets gaan veranderen.”

Het Nibud bepleit een hoger inkomen voor minima en een hoger minimumloon. Ook moet het aanvragen van toeslagen worden versimpeld. “Wat je ziet is dat gemeenten te veel regelingen hebben gecreëerd onder het mom van maatwerk. Dat functioneerde eigenlijk steeds meer als een manier om weeffouten in het systeem te corrigeren, in plaats van hoe het eigenlijk bedoeld was: als een manier om de uitzonderingen tegemoet te komen.”

Verandering is mogelijk, meent Vliegenthart. “Het politieke debat is aan het kantelen, al helemaal nu er een zeer serieus rapport over de toeslagenaffaire ligt. Praten over een verhoging van het minimumloon was jaren taboe, maar is nu terug op tafel.” Ook moet het Rijk volgens het Nibud gemeenten beter helpen met het financieren van armoedehulp.

Terug in Groningen houdt Esmeralda Bos er ondanks alles de moed in. Ze wil zo snel mogelijk weer aan het werk. “Ik kan niet wachten tot ik mijn eigen verdiende geld heb. Ik droom ervan om uitjes voor mijn kinderen zelf te kunnen betalen.” Daarnaast wil ze graag iets betekenen voor anderen die ook in de financiële problemen zitten. “Er is heel veel verborgen armoede. Ik wil mijn verhaal graag delen met anderen, om het taboe te doorbreken. Je moet over je schaamte heen stappen, dat heb ik ook gedaan.”

Dit is het laatste deel van een tweeluik over de armoede-industrie in Nederland. Vorig week verscheen het eerste deel: een interview met de oprichters van de voedselbank.

Lees ook:

Oprichters voedselbank zien het ‘succes’ met lede ogen aan: ‘Het is volledig uit de hand gelopen’

Van een klein uitgiftepunt voor de armen van Rotterdam groeide de voedselbank uit tot een instituut met 172 vestigingen en duizenden klanten. Maar oprichters Sjaak en Clara Sies hebben gemengde gevoelens over dat ‘succes’.

Voedselbanken maken geen gebruik van miljoenensubsidie

Het kabinet maakte sinds het begin van de coronacrisis miljoenen euro’s vrij voor voedselbanken. Tot nu toe is er geen gebruik gemaakt van dat geld. Toch blijven de subsidies komen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden