Beeld Trouw

Klein verslag Wim Boevink

Waarom de schrijver Murnane me zo fascineert

Soms, als ik het niet meer weet – en dat komt vaker voor met het klimmen van de jaren – grijp ik terug naar de literatuur, naar de fictie. Nog preciezer: naar Gerald Murnane.

Over deze intussen tachtigjarige Australische schrijver schreef ik hier vaker, een hele week lang zelfs, toen ik verslag deed van mijn leeservaring met zijn boek ‘Border Districts’ dat in 2017 verscheen.

Dat ik naar hem teruggrijp heeft te maken met mijn eigen bezigheid, het schrijven van de Kleine Verslagen, die telkens weer een reflectie zijn op de actualiteit, niet meer zoals oorspronkelijk in de journalistieke zin van een verslaggeverscolumn, maar op actualiteit als zodanig: de Kleine Verslagen zijn in het heden – in het nu – geschreven, steeds vaker zonder bijzondere verwijzing naar politieke of sociale ontwikkelingen, of – om een actuele uitdrukking te gebruiken – naar het wild geraas.

Nu is negentien november 2019.

Nu is een dag van enig zonlicht, van wolken ook, van een uitzicht op bomen omkaderd door een raamkozijn, een pruim, een conifeer, een berk.

Wat me aan Murnane zo fascineert is zijn volkomen eigen manier van vertellen. Zijn boeken zijn niet eenvoudig te verstaan, ze vragen om een lezer die bereid is mee te gaan, te begrijpen.

Zelf gebruikt hij voor zijn vertelkunst de term true fiction, wat je misschien met ‘ware fictie’ moet vertalen. Murnane vertelt geen verhalen met een plot, of met karakters en personages – geen ‘filmscriptroman’ – maar hij beschrijft landschappen die zich vormen in zijn geest, bestaande en toch niet-bestaande landschappen, kleuren en beelden, voortkomend uit wat hij met een van Proust geleend begrip Le moi profond noemt, the deep self, het diepe ik.

Op YouTube is een prachtig, bijna een uur durend interview met Mur­nane te zien uit 2018, waarin hij voor een zaal met publiek zijn werkwijze toelicht, behoedzaam en precies formulerend.

“Voor u zit niet de man die de boeken schreef”, zegt hij bijvoorbeeld om onderscheid te maken tussen dat schrijvende diepe zelf, dat zijn onmetelijk geestelijke landschap verkent en de alledaagse verschijning van de figuur in dit interview, die met niet minder verwondering naar zijn boeken kijkt.

“Mijn alledaagse persoonlijkheid zou niet de boeken kunnen schrijven die ik schreef”, zegt Murnane. “Ik hoop daarmee niet pretentieus te klinken, het is gewoon een natuurlijke zaak.”

Hij spreekt ook over zijn ideale lezer – altijd een ‘zij’ want hij is een ‘hij’ – die niet weet wat ze van hem wil weten, zoals hij niet weet wat hij haar wil vertellen.

Ik voel hier een zekere verwantschap, telkens als ik het nog lege scherm open voor het Klein Verslag, niet wetend wat ik die dag zal vertellen, want ook dat niet weten is actualiteit, er is geen planning, geen agenda.

Daarmee houdt de verwantschap op, ofschoon ik graag ook de verbeelding van mijn geest volg, zij het zonder hier fictie te bedrijven, hooguit misschien poëzie. Murnane is daarin buitengewoon geoefend; nooit zat hij in een vliegtuig, nooit gebruikte hij een computer, maar wel heeft hij een ladenkast vol met teksten, gewijd aan twee niet bestaande eilandstaten die elkaar beconcurreren met paardenraces. Een volledig gedocumenteerde, imaginaire wereld. 

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden