Klein verslag Wim Boevink

Waarom de maandagen in januari het moeilijkst zijn

Het is woensdag, ik weet het, maar graag wil ik het hier even hebben over de maandag. Over maan­dagen. Er is ook een aanleiding voor. De maandag waar deze week mee begon, was de eerste van het jaar.

Er is natuurlijk iets met maandagen. Maandagen zijn moeilijke dagen. We hoeven niet eens te verwijzen naar het klassieke nummer van The Boomtown Rats. Maandagen openen het vooruitzicht op narigheid, een saaie werkweek, een week op school, een week met een afspraak met een tandarts, een week met een verjaardag waar je tegen opziet – zulke zaken.

De afstand naar het weekend is op maandagen het verst. Maandagen zijn zo erg dat in de ochtend de meeste winkels en bibliotheken weigeren open te gaan. Ze vrezen het humeur van hun clientèle. De gesloten deuren verslechteren dat humeur nog meer.

Zo komt alles moeizaam en met ­tegenzin op gang.

Maar extra moeilijk zijn de maan­dagen van begin januari. Ze openen niet alleen een week met mogelijke narigheid, maar ook een lange periode van waterkou en een donkere tunnel zonder lichtpunt – hooguit misschien een veel te dure wintersportvakantie in wegsmeltende sneeuw.

Januari, februari, maart.

Eindeloze maanden.

We stappen er huiverend in rond, in net niet warme jassen onder kale, stakerige bomen. De lucht is meestal grijs, even boven nul, het licht schemerig.

Zo was het tenminste op maandag, de zesde januari. Ik ritste mijn net niet warme jas nog wat hoger dicht, op mijn ochtendlijke wandeling naar een kiosk van Bruna, een van de weinige zaken die wel geopend zijn en die net als ontbijtcafés een prijs verdienen voor hun warmte op zulke ochtenden.

Er was op weg naar de kiosk niks ­ongewoons, scholieren haastten zich naar school, mensen haastten zich naar hun werk en ergens waren twee mannen, hun hoofden net boven het wegdek, doende om kabels te leggen.

Ik twijfelde even bij een tirade tegen hedendaags design

In de kiosk waren op dit uur nog geen klanten; ik inspecteerde het rek met de buitenlandse kranten, maar zag weinig wat me aansprak voor deze kroniek, al twijfelde ik even bij een tirade in de Frankfurter Allgemeine tegen ­hedendaags design.

Maar nee, niet boos worden om iets nu, rustig aan, het was maandag­morgen, de eerste maandag van het jaar. Ik verliet de zaak en wandelde langs gesloten winkels met onverlichte etalages. Tussen de gevels was nog kerstversiering gespannen.

In het café waar ik weleens koffie drink, redderde een jonge vrouw achter de toog. Ik groette haar, ze groette ­terug. Ik was de enige gast. 

Er speelde zachte muziek.

Toen ik een halfuurtje later vertrok, was ik nog steeds de enige gast. “Wel lekker rustig”, zei ik bij het afrekenen. “Dat is altijd zo aan het begin van het jaar”, zei ze. “Dan wachten de mensen af. Hebben ze nieuwe voornemens ­gemaakt. Het is een bekend fenomeen in de horeca.” Ik dacht aan dry January, maar dat was iets anders.

“En dan is het ook nog maandag”, zei ik. “Ja”, zei ze, “maandagen zijn ­altijd stiller.”

Buiten leek de straat van lood. De ochtend was al een eind onderweg, maar het schemerde nog steeds. Restte een kleine troost in een gezegde: na ­regen komt dinsdag.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden