null Beeld

ColumnLoethe Olthuis

Waar je op moet letten voor een goed bijenhotel

Loethe Olthuis

Dat was schrikken, toen het begin april opeens van plus 20 naar min 4 graden ’s nachts ging. Ik maakte me echt zorgen over de vlinders en bijen die al volop rondvlogen. Citroenvlinder, dagpauwoog, kleine vos en gehakkelde aurelia hebben hier overwinterd, op een beschut, droog plekje. Dat zoeken ze weer op als het opeens koud wordt. ­Honingbijen gaan knus met z’n allen in de kast of korf zitten, maar wilde bijen verstoppen zich weer in holle stengels, onder dode bladeren, in de grond of in dor hout. Vlinders en bijen kunnen zo een paar nachten vorst en regen wel overleven.

Maar hommels zijn het gevoeligst voor een weersomslag. Al vroeg in het voorjaar gaan de jonge koninginnen op zoek naar een plek om een nest te bouwen. Vliegen, bouwen, eieren leggen, dat kost heel veel energie. Een hommel kan zelfs bij zonnig weer maar 20 minuten vliegen op een volle ‘nectartank’. Plotselinge kou is dan te veel. Een verkleumde hommel knapt vaak wel op als je haar op een beschut plekje zet (niet binnenshuis!) met een paar druppels suikerwater.

TIPS

Gegarandeerd ­goede insecten- en bijenhotels koop je (ook als doe-het- zelfpakket) bij het Bijen Educatiecentrum (bijenlint-shop.nl), Natuurmonumenten (natuurmonumentenshop.nl) of het IVN (winkel.ivn.nl). Op naturetoday.com kun je precies lezen waar een goed bijenhotel aan moet voldoen en op bestuivers.nl staat hoe je een bijenhotel kunt ­maken.

Weer of geen weer: wat kun je doen om bijen, hommels, vlinders en andere insecten te helpen? Maak je tuin niet te netjes! Een (beetje) rommelige tuin is bij- en vlindervriendelijk. Liever geen of weinig tegels, maar wel gevarieerde beplanting met veel inheemse planten en bloemen. Hang een insecten- of bijenhotel op. Dat kan ook in een kleine tuin of op een balkon. Hommels gebruiken ze niet, maar zo’n 30 procent van de wilde bijen maakt er gebruik van. Er zijn ook vlinderhotels, maar daarover later meer.

Niet alle aangeboden bijen­hotels zijn even goed. Het is belangrijk dat de buisjes of gaten goed glad zijn, om vleugels niet te beschadigen. De openingen moeten variëren van 2 tot maximaal 9 mm doorsnede, zodat er verschillende bijensoorten in kunnen nestelen. Groter heeft geen zin. Maak de buisjes minstens 10 tot 20 cm lang, zodat er meerdere nestcellen achter elkaar in kunnen. De achterkant van de buisjes moet dicht zijn, anders komt er geen bij. Hang het bijenhotel in de buurt van voedselrijke bloemen op een zonnige, beschutte plek: een ­waterdicht afdakje houdt regen buiten. Een heuveltje blote aarde, zand of leem levert ‘metselspecie’ waarmee de bijen de nestgangen kunnen afsluiten. Als je bijenhotel minder bezoek krijgt, kan het toch bewoond zijn. Niet schoonmaken! Hang er liever een dependance naast.

Loethe Olthuis schrijft wekelijks een column over tuinieren. Lees hier eerdere afleveringen terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden