NaschriftReid de Jong (1934-2020)

Vuurtorenwachter Reid Jelles de Jong (1934-2020) wist wat hij wilde en volgde onverzettelijk zijn eigen pad

Reid Jelles de Jong Beeld Johan Witteman Driehuizen
Reid Jelles de JongBeeld Johan Witteman Driehuizen

Reid Jelles de Jong was de laatste vuurtorenwachter van Workum en had zijn hart verpand aan de Friese wateren en het omliggende land. Daar creëerde hij een eigen leefwereld zonder verspilling van energie en grondstoffen. Ook zette hij zich met grote gedrevenheid in voor het behoud van historische zeilvaart.

Met zijn gebeeldhouwde kop met volle baard, pijp en gebreide muts en truien van zelfgesponnen wol was Reid een opvallende verschijning. Markant en eigenzinnig waren woorden waarmee hij steevast werd getypeerd, in geen enkel opzicht doorsnee. Zeker, hij kon heel innemend zijn, maar makkelijk was hij niet: zijn stellige opvattingen lieten geen ruimte voor concessies. Hij zag de dingen vaak anders dan anderen, letterlijk ook leek het, vooral toen hij zichtproblemen kreeg en zijn blik zich soms richtte op onbekende verten. Misschien had hij dan een visioen van een wereld waarin verleden en toekomst zijn veiliggesteld. Een maatschappij die zich rijk weet als (im)materieel erfgoed bewaard blijft en een duurzaam leven met eerbied voor de natuur prioriteit is.

Reid de Jong als peuter in Steenwijk Beeld
Reid de Jong als peuter in SteenwijkBeeld

Principieel als hij was trok hijzelf zonder aarzelen de consequenties. Omdat hij veel belang hechtte aan het behoud van oude zeilende ambachten begon hij in het Friese plaatsje Workum de Singlehanded en Driehoek Noordzee-wedstrijden te organiseren, waarbij gezeild moet worden zonder motor en met zo min mogelijk technische snufjes. Al gauw initieerde hij ook de Strontweek met de jaarlijks druk bezochte strontrace, beurtveer, visserijdagen, liereliet en klompzeilen. Met historische zeilschepen die zonder moderne hulpmiddelen van Workum naar Warmond varen en weer terug, wilde hij een gebruik uit vroeger tijden in ere houden, toen zeilende vrachtschepen mest naar de bollenstreek vervoerden.

Anderzijds spande hij zich in voor het milieu en stelde hij onze consumptieve levensstijl die de aarde uitput ter discussie. Zijn eigen antwoord daarop was een zelfvoorzienend bestaan dat hij realiseerde in en om de oude vuurtorenwoning op de dijk van Workum naar Hindeloopen, waar hij 53 jaar woonde.

Als hij en zijn eerste vrouw en vier kinderen er in 1967 hun intrek nemen zijn de geleidelichten op de dijk nog voorzien van gaslampen. Tweemaal daags klimt hij naar boven om ze aan en uit doen, tot elektrische lampen – en later zonnecellen – die taak overbodig maken. Veel energie steekt hij in het verwaarloosde woonhuis naast de witte vierkanten toren en brengt het in authentieke staat terug. Beneden aan de dijk verovert hij in de loop der tijd met een zeis een grote lap grond op het oorspronkelijke rietland. Ze scheppen er een vredige biotoop met schapen, geiten, ganzen, kippen en een moestuin.

Iedereen draagt een steentje bij

Om te kunnen leven van de eigen opbrengsten moet er hard gewerkt worden, vanzelfsprekend draagt ieder zijn steentje bij. Na school helpen de kinderen met hooien en de dieren verzorgen, ze leren spinnen en weven. Voordat hij rond zijn 43ste last krijgt van slechtziendheid, is hij uiterst vaardig met zijn handen. Alles wat hij maakt en opknapt, zoals de Wieringer aak waarmee hij de jeugd nautische kennis en kunde wil bijbrengen, is tot in de puntjes afgewerkt. Zijn ontwerpen zijn mooi, praktisch en functioneel: van zijn grote timmerwerkplaats tot het luikje voor de telefoon dat hij vanuit zijn bedstee kan openschuiven. De telefoonkabel lag er al: het is een van de weinige eigentijdse gemakken waarover ze beschikken. Stromend water is er niet, er staat een aggregaat voor een beetje stroomvoorziening.

De basis voor deze sobere leefwijze ligt in zijn jeugdjaren. Aanvankelijk woont het gezin in bij Reids grootouders, in hun boerderij in Wanneperveen. Een paar jaar later betrekken ze een huisje met een moestuin en een punter in Giethoorn. Er wordt flink aangepakt en ambachtelijk gewerkt. Dat laatste leert hij van zijn beide opa’s: de ene is schoenmaker, de andere smid. Handvaardig is ook de buurman, een horlogemaker. Wanneer hij klokken uit elkaar haalt zit Reid er met zijn neus bovenop, soms mag hij het motortje hebben dat hij gebruikt voor zelfgebouwde opwindbootjes.

Reid de Jong Beeld
Reid de JongBeeld

Bij het buitenwerk helpt hij dikwijls mee: punters teren is een kolfje naar zijn hand, wanneer de aardappels gerooid worden, vaart hij mee naar de akker. Zijn vader is schoolmeester, maar van diens bescheiden salaris komt het gezin met zes kinderen moeizaam rond. Reid is de oudste en vergezelt vader achterop de fiets om vis te gaan vangen voor de maaltijd. Hij is al vroeg zelfstandig en krijgt als jochie een grote verantwoordelijkheid als tijdens de oorlog Engelse vliegtuigen in de buurt worden neergeschoten. Omdat hij het gebied met kreken, vaarten en moerassen op z’n duimpje kent moet hij de piloten ’s nachts meenemen op een ontsnappingsroute via het water en door weilanden.

Na de oorlog verhuist het gezin naar Hippolytushoef in Wieringen, vlak tegen de Waddendijk aan. Daar verandert zijn leven als hij op de mulo een relatie krijgt met Wijntje Bakker en ze bewust kiezen voor een kind: beiden zien het als een goede reden om op eigen benen te gaan staan, verklaart Reid later. Kort nadat Wijntje zwanger is trouwen ze; als hun zoon Jelle wordt geboren is zij 17, hij 16. Op zijn achttiende vindt Reid een woning in Rotterdam Pendrecht waar ze in 1953 als eerste bewoners intrekken. Wijntje en hij krijgen samen nog drie dochters.

Autodidact

Ze hebben het niet breed. Wijntje geeft weefcursussen, Reid verricht timmerklussen maar is vooral actief als schilder en beeldhouwer. Zijn geld besteedt hij het liefst aan boeken over architectuur die hij eindeloos bestudeert. Hij is een autodidact die zich dankzij zijn enorme doorzettingsvermogen en bouwkundige inzicht in korte tijd ontwikkelt tot een architect met opdrachtgevers in binnen- en buitenland. Zijn eerste stappen zet hij bij het Bouwcentrum Rotterdam waar hij als bouwkundig tekenaar aan de slag kan. Na een korte periode bij het Rotterdamse architectenbureau Van den Broek en Bakema begint hij op zijn twintigste een eigen architectenbureau. Geïnspireerd door het werk van Le Corbusier en de functionele architectuur van het Nieuwe Bouwen ontwerpt hij in een stijl die daar op voortborduurt.

Reid de Jong aan de tekentafel in de jaren zeventig.jpeg Beeld
Reid de Jong aan de tekentafel in de jaren zeventig.jpegBeeld

Ook later in Friesland waar Reid zich overdag vooral bezighoudt met het huis en de tuin, zit hij vaak ‘s avonds en ’s nachts achter de tekentafel, samen met zoon Jelle die zijn tekeningen uitwerkt. Naast ontwerper is hij een kundig restaurateur. Zo verzet hij zich in de jaren zeventig met succes tegen het plan om de 17de-eeuwse scheepstimmerwerf De Hoop in Workum te slopen omwille van een nieuwe parkeerplaats, en herstelt het hele werfcomplex in oude luister.

Reid weet wat hij wil en volgt onverzettelijk zijn eigen pad. Hij kan anderen overtuigen en aan zich binden, maar met zijn eigengereide gedrag jaagt hij mensen ook tegen zich in het harnas. In zijn persoonlijk leven zijn er botsingen met Wijntje die al net zo wilskrachtig is als hij – na 30 jaar huwelijk blijkt een scheiding onvermijdelijk. Hij ontmoet Josefine, een Engelse met wie hij een dochter krijgt maar ook die relatie loopt op de klippen. Er volgt een zwarte periode waarin hij zich afsluit voor de buitenwereld, tot Cornelie in zijn leven verschijnt.

Reid de Jong met zijn vrouw Cornelie op de boot Beeld
Reid de Jong met zijn vrouw Cornelie op de bootBeeld

Ze ontmoeten elkaar op de steiger van de haven in Workum, waar zij en haar partner Paul hun skûtsje aanleggen. Over Reid hoort ze wilde verhalen: in zijn huis zou een lam rondlopen en als hij de auto naar de stad neemt, stapt er ook een reiger in. Ze blijken gelijkgestemden: Cornelie heeft op dat moment als afgestudeerd arts de leiding over de snijzaal in het Utrechtse laboratorium voor anatomie, maar tegelijkertijd richt ze zich steeds meer op een zelfvoorzienend buitenleven. Bij Reid vindt ze dat. Paul en zij bezoeken hem geregeld en nemen altijd hun eigen schapen en geiten in een leenauto mee naar de vuurtoren. Het schaadt de vriendschap niet als ze uiteindelijk met Reid gaat samenwonen en met hem in 26 jaar het paradijs vervolmaakt met onder meer een boomgaard, bijen en een zelfgebouwde ark.

De laatste paar jaar laat hij het buitenwerk noodgedwongen over aan Cornelie, die een stuk jonger is dan hij. Hij is chronisch moe en wordt tot zijn frustratie afhankelijk van anderen. Wel blijft hij betrokken bij de Strontweek en geeft hij, leunend op een stok, gewoontegetrouw het startsein: ‘En nou oprotten! Dit jaar zijn er door corona voor het eerst sinds 1974 geen evenementen. Er is wel een symbolische start met twee schepen die in de havenkom blijven liggen, en een toespraakje van Reid. Het is zijn laatste. Zijn geest blijft helder maar lichamelijk is hij op: precies een maand nadat hij op de kade van Workum stond, overlijdt hij in de vuurtoren.

Reid Jelles de Jong werd geboren op 27 oktober 1934 in Wanneperveen en overleed op 12 november 2020 in Workum.

Lees ook: dossier naschrift

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden