Een stap terug Hans Galjaard

‘Vroeger wilde ik snel resultaat, nu wil ik juist de diepte in’

Hans Galjaard. Beeld Martijn Gijsbertsen

Ouder worden, hoe doe je dat? Cisca Dresselhuys (1943) interviewt generatiegenoten die in het brandpunt van de belangstelling stonden, maar het rustiger aan doen. In de eerste aflevering Hans Galjaard. Als hoogleraar genetica was hij niet uit de media weg te slaan. Die bekendheid mist hij niet.

 De eerste jaren na zijn pensioen ­waren drukker dan ooit. Alleen al in het eerste jaar maakte hij achttien buitenlandse reizen naar landen als Canada, Iran, Marokko, China, Cuba, Verenigde Arabische Emiraten en Bulgarije. Daar maakte ze het niets uit dat hij met pensioen was, ze wisten het niet eens.

Hij zat in nationale en internationale organisaties, het werkende leven ging gewoon door, vooral buiten de landsgrenzen. Hij schreef een nieuw boek ‘Gezondheid kent geen grenzen’, en stelde hij een goed bezochte tentoonstelling samen in Museum Boijmans in Rotterdam.

Maar daarna werd het minder. De lezingen, de reizen, de tv-optredens, ze bleven uit.

“Nee, dat vond ik niet erg”, zegt Hans Galjaard (84), arts en emeritus hoogleraar genetica aan de Erasmusuniversiteit. “Het enige wat ik echt mis, zijn de contacten met collega’s over de hele wereld. Wat een leuke, lieve en slimme mensen heb ik ontmoet. Als ik nu op m’n werkkamer foto’s en filmpjes van al die reizen en ontmoetingen zit te bekijken, voel ik daar wel heimwee naar. M’n vrouw Ted, die op de meeste reizen meeging, zegt wel eens: ‘Ik heb met jou de hele wereld gezien, maar wie komen er nu eigenlijk koffiedrinken bij ons?’ Ze heeft gelijk, over de ­hele wereld kende ik mensen, maar m’n buren kende ik nauwelijks.”

Je was vroeger niet uit de media weg te slaan, je was veel en vaak op de tv in programma’s met Koos Postema en Paul Witteman bijvoorbeeld.

‘Nu kennen de mensen me vooral nog als de schoonvader van Wendy van Dijk, de vrouw van onze zoon Erland. (lacht). Het is waar dat ik altijd veel en graag wilde vertellen over m’n werk en alle wetenschappelijke ontdekkingen, die er gedaan zijn op mijn vakgebied, de genetica. Ik heb aan meer dan honderd tv-programma’s meegewerkt, die ik vaak zelf bedacht had.

“Maar eerlijk is eerlijk, je hebt me nooit gezien in een spelletjesprogramma of een quiz, ik mag dan ijdel zijn, ik ken m’n grenzen. Het ging altijd over m’n werk.”

Mis je dat publieke optreden?

“Nee, totaal niet. Stappen terug zetten is sowieso minder moeilijk als je op ­zoveel kunt terugkijken. Ik ben in de wetenschap altijd een goeie bedenker geweest, maar slecht in het laboratorium. Als je mij een proef liet doen, liet ik alles uit m’n handen vallen.

“Al met al heb ik 33 jaar onderzoek gedaan, meegeholpen erfelijke ziektes en aangeboren afwijkingen op te lossen en te voorkomen door prenatale ­diagnostiek. Ik heb er honderden artikelen over gepubliceerd, meer dan duizend lezingen over gegeven, erover meegepraat in talloze organisaties. Als dat stopt, dan denk je: het was mooi, maar nu is het klaar.

CV Cisca Dresselhuys

Cisca Dresselhuys (Leeuwarden, 1943) werkte van haar 18-de tot haar 38-ste als journalist bij Trouw in Utrecht en Amsterdam. Daarna was ze, tot haar pensioen in 2008, hoofdredacteur van het maandblad Opzij, waarin zij onder meer de interviewserie ‘Langs de Feministische Meetlat’ verzorgde. Ze schreef een aantal boeken, o.a. ‘Drukker dan ooit’, over doorwerken na je 65-ste. Op het ogenblik schrijft ze interviews voor het maandblad Nouveau en columns voor het tweewekelijkse opinieblad ‘Argus’, dat gemaakt wordt door gepensioneerde journalisten.

“Ik zei al dat ik de mensen mis, de wereldwijde vriendschappelijke contacten, die maakten m’n leven cultureel zoveel breder en interessanter. Soms komt er nog wel eens een professor uit China op bezoek of er belt een ex-collega uit Canada, daar word ik blij van, dat doet me goed.

“Kijkend naar m’n vakgebied, denk ik, ik ben blij dat ik met pensioen ben. Er gebeurt met name op het grensvlak van genetica en voortplantingstechnologie onderzoek waarbij ik veel vraagtekens zet. Ik ben nooit een groot vriend van IVF geweest, het is goed dat het kan, maar wordt er wel altijd bij verteld dat het maar in 25 procent van de gevallen slaagt? En dan zulke dingen als postuum een kind krijgen van een al overleden man via zijn ingevroren zaad? Of het invriezen van embryo’s voor vrouwen die later nog een kind willen?

“Het ik-gevoel is tegenwoordig veel sterker dan het wij-gevoel. Iedereen wil vooral z’n eigen wensen bevredigen. Een Chinese collega zei eens tegen me: het is zo westers, dat ik-denken, in China vragen we, voordat we een beslissing nemen, de mening van onze ouders, ­familie, dorp of provincie.

“Wat mij ook helemaal niet zint, is de kloof die er tussen artsen en juristen groeit als het gaat om euthanasie, terwijl we op dat gebied juist op de goede weg zaten. Pas weer die rechtszaak, waarin een vrouwelijke verpleeghuisarts van moord werd beschuldigd vanwege euthanasie op een zwaar demente vrouw, die haar wens daarover eerder had vastgelegd in een wilsverklaring. Hoe durven ze het woord ‘moord’ in de mond te nemen? Schandalig.

“Nog iets anders, het vrijwel helemaal afschaffen van het speciaal onderwijs. Down-kinderen moeten gewoon meedraaien in het reguliere onderwijs. Dat is hetzelfde als mij naar de 100 meter hardlopen op de Olympische Spelen sturen. Tot mislukken gedoemd. Je kunt mensen niet gelijk behandelen, terwijl ze ongelijk zijn. Dat klinkt misschien gek uit de mond van een oude socialist, maar het is de realiteit, accepteer de ongelijkheid. Als je dat weigert, doe je mensen onrecht.”

Hoe ervaar je ouder worden in het ­algemeen ?

“Dat ouder worden, zoals bij mij, parallel loopt aan gebreken krijgen, is moeilijk. Tegelijkertijd, als het lichamelijk niet meer gaat, aanvaard je gemakkelijker dat je fysieke wereld kleiner wordt. Je hebt geen keus.

“Ik lijd al lang aan vaatvernauwing in een been, waardoor ik slecht loop, niet meer lang kan staan en altijd pijn heb. Onlangs lag ik er weer voor in het ziekenhuis. Er is gedotterd, wat wel iets heeft opgeleverd, maar niet veel. De ­oplossing die ze me nu aanbieden, is gedeeltelijke amputatie. Zo’n invaliderende ingreep wil ik niet. Ik heb het overlegd met m’n vrouw en kinderen en die zijn het ermee eens. Dus het is afwachten hoe het verder gaat.

“Ik heb afstand moeten doen van veel liefhebberijen, zoals zeilen, wandelen, fietsen, schaatsen en ons vakantiehuisje in Rheden. Dat huisje staat dicht bij de hei en toen ik onlangs in het journaal hoorde dat die dit jaar zo mooi bloeide, wilde ik dat met eigen ogen zien. Gelukkig kan ik nog wel autorijden, dus Ted en ik erheen. Eenmaal daar, wilde ik per se een bepaald gebied bekijken, hoewel Ted dat afraadde. Maar ik ging, met mijn eigenwijze kop, toch op pad, wat een fiasco werd. Ik was kapot en moest bijna terug kruipen.

CV Hans Galjaard

Hans Galjaard (Leiden, 1935) studeerde geneeskunde en werd na zijn promotie opgeleid tot stralingsarts. Van 1968 tot 1993 was hij hoogleraar en afdelingshoofd celbiologie aan de Erasmusuniversiteit van Rotterdam. In deze periode richtte hij zijn aandacht vooral op de prenatale diagnostiek en het ophelderen van de oorzaken van erfelijke ziekten. Later werd hij afdelingshoofd Klinische Genetica van de Erasmusuniversiteit. Hij verscheen in verschillende tv-programma’s en films, zoals ‘Willen wij weten’, ’Erfelijkheid en jij’ en ‘Alle mensen zijn ongelijk’. Hij schreef een aantal boeken, onder andere ‘Het leven van de Nederlander’, ‘Alle mensen zijn ongelijk’ en ‘Gezondheid kent geen grenzen’. In 2001 ging hij met pensioen. Hij is getrouwd, heeft drie kinderen en zes kleinkinderen.

“Dan ben ik rigoureus, dat huisje doen we weg. Klaar, uit. Mijn oudste zoon krijgt het, ik ga er niet meer heen, het levert me alleen maar frustratie op. Heel graag zou ik elke dag een uur gaan fietsen, maar ook dat kan niet meer, ik ben driemaal gevallen, eenmaal een schouder gebroken, dus ook daar: schluss.

“De tuin is altijd het domein van Ted geweest, op haar 84ste zit ze nog uren op de knieën tussen de planten. Zij wordt veel makkelijker en gezonder oud dan ik. Laatst was ze een middag weg en dacht ik: de tuin moet gesproeid worden, laat ik dat nu eens voor haar doen. Heb ik van drie tot vijf staan sproeien, kan ik helemaal niet met dat been, maar ik heb het toch gedaan, wat me een heel tevreden gevoel gaf.

“Ted is trouwens degene, die tegenwoordig ook alle mannenklussen ­opknapt. Zij onderhoudt het huis, doet de tuin en koopt zonodig een nieuwe grassproeier. Zonder haar zou ik hier niet meer kunnen wonen.

“Waar je als gepensioneerde man op moet letten, is dat je binnendringt in het leven van je vrouw. Die heeft al die jaren dat jij aan het werk was een eigen leven opgebouwd, waar jij opeens deel van gaat uitmaken. Ook daarom zit ik heel wat uurtjes per dag op mijn werkkamer, kan zij haar eigen dingen doen. Maar ik heb ook de behoefte om af en toe alleen te zijn, dan ben ik bezig met de essenties, wat voor mij terugkijken op m’n leven betekent.”

Lukt het altijd om verstandig te zijn en geen foute dingen meer aan te nemen?

“Soms speelt m’n ijdelheid me nog wel eens parten. Zo ben ik onlangs nog ­ergens ingeluisd door een mooie vrouw, het ging om een benefietveiling voor een goed doel. Alexander Pechtold was veilingmeester en het publiek kon een lezing van mij kopen.

“Wat ik mij niet realiseerde, was dat mijn gegevens verouderd waren. Dus moest ik nieuwe cijfers opvragen bij het CBS en het Sociaal- en Cultureel Planbureau, een verhaal schrijven, nieuwe dia’s laten maken. Die lezing werd voor 5000 euro gekocht door een pompenfabrikant uit Vlaardingen. Nee, ik was er zelf niet bij, ben je gek. Je zou toch ­onder tafel kruipen als je Pechtold hoort zeggen: en nu kunt u Hans Galjaard kopen. Maar goed, die 5000 euro is keurig betaald, maar ik heb nooit meer iets gehoord van die pompenman. IJdelheid afgestraft.

“Aan de andere kant heb ik verscheidene keren geweigerd om mee te werken aan een biografie, daar wil ik niets van weten. Churchill, dat is een man voor een biografie, Galjaard niet, daar ben ik niet belangrijk genoeg voor.”

Als je wereld zo’n stuk kleiner wordt, hoe houd je dan zin in het leven?

“Ik denk nu veel meer na over de dood, daar had ik het vroeger te druk voor. Bovendien was er geen aanleiding voor, hoewel ik twintig jaar geleden een zware hartoperatie heb ondergaan. Tegelijk met Bernard Haitink, die veel eerder weer op de been was dan ik, maar dit terzijde.

“Als ik ‘s nachts wakker lig, denk ik wel eens, hoe lang houd ik dit beperkte leven vol? Overdag ziet het er allemaal anders uit, dan zoek ik afleiding in het bekijken van foto’s en het monteren van m’n honderden reisfilms, die ik soms voor het eerst zie.

“Laatst heb ik nog een hoofdstuk voor een jubileumboek over wetenschap geschreven, dat is ook leuk om te doen, weer dingen uitzoeken en zo goed mogelijk opschrijven.

“Ik ga ook graag naar een lezing. Moet-ie wel de moeite waard zijn, want je hoort tegenwoordig heel wat geneuzel waar je niks van opsteekt. Het allerfijnst zijn de lunches met drie oude vrienden, allemaal ex-hoogleraar en net als ik al lang met pensioen. Schatten van mannen, weduwnaar, waar ze het nog heel zwaar mee hebben. Met de auto rijd ik naar ons restaurant, het laatste stukje kan ik nog wel lopen en dan zitten we daar gemakkelijk drie uur te praten. Ik verveel me geen minuut.

“Na afloop mailt een van hen, een groot poëzieliefhebber, ons soms een gedicht dat slaat op het gesprek tijdens de lunch. Onlangs was dat een gedicht van T. S. Eliot waaruit je, volgens hem, iets kon leren over ouder worden en een stapje terug doen. Ik ben geen ­gedichtenmens, maar hier stond iets moois in over ‘roerloos in beweging blijven’ en ‘ouderen die naar een andere ­intensiteit en een diepere deelneming’ moeten streven.

“Vooral die diepere deelneming spreekt me aan, dat wil ik graag, naar de diepte komen, terwijl ik vroeger een man was van snelle resultaten. Nu erger ik me juist aan mensen die niet echt iets te vertellen hebben.

“Als ik daar zo zit te lunchen met m’n vrienden, ben ik een blij mens. Vier oude mannen, die alleen nog een verleden hebben, maar wel genieten van ­elkaar, een glaasje witte wijn en toast met gerookte zalm.”

Lees ook:

Vitale ouderen weigeren zich voor te bereiden op de zorg die ze later nodig hebben

De nieuwe generatie ouderen is onvoorbereid op de levensfase waarin zij afhankelijk worden van zorg. Hoewel de overheid zich steeds verder terugtrekt en de personeelstekorten in de zorg fors toenemen, gaat een grote meerderheid ervan uit dat de staat zich straks over hen ontfermt – ten onrechte.

Yep’s hoeven niks, maar ze kúnnen zo veel, zegt Jet Bussemaker

Jet Bussemaker presenteert binnenkort een advies over het toenemende aantal Young Elderly Persons (yep’s). De nadruk ligt op het kúnnen, niet op het moeten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden