null

InterviewMariken Leurs

Voor Mariken Leurs van het RIVM staat vast: Gedrag is de sleutel om het coronavirus in te dammen

Beeld Jildiz Kaptein

Het ging van lockdownleed tot maatregelenmoeheid: de coronacrisis was voor Mariken Leurs, hoofd van de gedragsunit van het RIVM, een enorme uitdaging. Naar de gamende kinderen achter de schuifdeur thuis: ‘Mag het wat zachter, ik heb hier de minister.’

Rianne Oosterom

Eindeloze bossen, regen en modder. Het was in een afgelegen huisje in de Ardennen, dat gezondheidswetenschapper Mariken Leurs afgelopen zomer op adem kwam. Haar kinderen thuis, een raam om uit te staren. Geen wifi, geen laptop. Langgerekte, niksige dagen, niet van elkaar te onderscheiden, met veel drassige wandelingen en Radio Tour de France.

Omdat menselijk gedrag haar werk is, kon ze er alleen daar, in the middle of nowhere, aan ontsnappen. Want in de supermarkt ontkwam ze er niet aan om op de looproutes te letten: houden mensen zich daar nou nog aan? En op familiefeestjes: worden de stoelen nog op anderhalve meter gezet of is dat alweer in onbruik geraakt?

“Ik had me nog nooit zo gevoeld”, zegt ze over die twee weken in het boshuis. “Ik merkte dat ik zo leeg was dat mijn herstel langer duurde dan normaal. Mijn hoofd zat vol, ik vergat dingen, ik kon in de weken ervoor op mijn tandvlees de dag doorkomen en daarna kon ik niets meer. Ik moest zélf herstellen, want de crisis was nog niet voorbij.”

Gedrag in de breedste zin van het woord

Ze staat sinds maart 2020 aan het hoofd van de gedragsunit van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid & Milieu (RIVM), waar ze ook één van de architecten van is. Toen de eerste lockdown werd afgekondigd in maart, dacht ze: ons eigen handelen gaat bepalend zijn in de pandemiebestrijding. Dáár moeten we iets mee.

Binnen no time werkten er zestig mensen bij de gedragsunit die onder andere via interviews en een grootschalige periodieke vragenlijst onderzochten hoe mensen handelden in coronatijd, wat ze dachten en voelden – gedrag in de breedste zin van het woord. “De omlooptijden waarin we onze resultaten moesten verwerken waren ongekend. Ze moesten soms binnen een week al in het Catshuis liggen.”

Mariken Leurs (1970) was de afgelopen twee jaar één van de vele gezichten van het RIVM naar buiten toe, hoewel veel meer op de achtergrond dan de Jaap van Dissels en de Aura Timens. Dat had een reden, namelijk dat de gedragsunit geen formele plaats had in de crisisstructuur.

Ze zit aan haar keukentafel in een doorsneewijk in Amersfoort. Om haar heen planken met rommeltjes en foto’s van haar drie kinderen. Een grote bank speciaal voor hond Bobby. In de hoek haar bureau waar ze de hele coronacrisis zo’n beetje achter zat, hond ernaast op zijn bank of mand. Op het moment van het interview is er nog geen kerstversiering te bekennen.

Gaat u zelf eigenlijk kerst vieren?

“Zeker, maar we houden het klein en zijn voorzichtig. Aan een ruime tafel brunchen en daarna het bos in. Mijn broer en schoonzus komen en mijn ouders van 80 en 77. Die zijn kwetsbaar, ook omdat een van de twee kanker heeft gehad. Maar ze komen de laatste tijd gewoon nergens meer, hun sociale leven is stilgevallen. Daarom ontmoeten we elkaar wél. De week ervoor zie ik weinig mensen, zodat het zo veilig mogelijk is. De maatregelen maken het extra donker in deze tijd, en dat is een reden om elkaar op te zoeken, zou ik ook tegen de lezers willen zeggen. Deze kerst hoeft zeker niet kaal te zijn.”

Hoe belangrijk ons gedrag is voor het verloop van de pandemie, bleek wel deze najaarspiek. In november gebruikte het OMT voor het eerst hoofdletters. DE ENIGE WIJZE OM EEN LOCKDOWN TE VOORKOMEN IS ONS AAN DE BASISMAATREGELEN HOUDEN. Wordt u niet cynisch van al die ongehoorzame Nederlanders?

“We zien wel dat het zwaarder wordt, maar de rek is er echt niet uit. Dat blijkt ook uit onze laatste resultaten (op basis van een vragenlijst ingevuld door 46.444 mensen, red). De dreiging van het virus neemt toe en daarmee ook het draagvlak voor maatregelen. Mensen geven aan dat ze zich makkelijker aan maatregelen kunnen houden dan eerder, omdat er sprake is van een zekere mate van gewenning. We lijken eerder in een soort transitiefase te zitten. Dat het besef steeds meer indaalt: corona is here to stay.”

Wat opvalt: aan het begin van de coronacrisis ging het héél veel over gedrag. Er werd constant gehamerd op de basismaatregelen. Toen vaccineren in zicht kwam, verslapte de aandacht. Je ziet nu dat dat in ons gezicht ontploft is afgelopen maanden.

“Dit is een fenomeen dat al jaren en jaren speelt: zodra er een vorm van genezing mogelijk is, lijkt de aandacht voor gedrag te verdwijnen als het gaat om gezondheid.”

Mariken Leurs: ‘De omlooptijden waarin we onze resultaten moesten verwerken waren ongekend. Ze moesten soms binnen een week al in het Catshuis liggen.’ Beeld Jildiz Kaptein
Mariken Leurs: ‘De omlooptijden waarin we onze resultaten moesten verwerken waren ongekend. Ze moesten soms binnen een week al in het Catshuis liggen.’Beeld Jildiz Kaptein

Dus jullie zagen dit al van verre aankomen?

“Ja, want áls er een geneesmiddel is, kan iemand anders het voor je oplossen. Dan hoef je daar met je eigen gedrag niets meer aan te doen. Terwijl het nog steeds van invloed is. Sterker nog, in een crisis als deze ligt de sleutel in gedag. Wat we geleerd hebben is: je kunt mensen vertellen wat ze moeten doen, maar dat betekent niet dat ze het ook doen.

“Het ene moment misschien wel, zoals aan het begin, toen we er, bám, met z’n allen voor gingen: geen handen meer schudden, thuisblijven. Dat was ontzettend bijzonder, want gedragsverandering gaat normaal heel langzaam. Maar daarna merkte je dat de context belangrijker werd: als jouw baas je vroeg om naar je werk te komen, dan ging je.

“Wat mij is duidelijk is geworden deze crisis, is dat de rol van de context waarin gedrag voorkomt en de hulpmiddelen om het makkelijk te maken, zwaar zijn onderschat. Het gaat niet alleen om hoe je over maatregelen communiceert, maar ook om zaken als de strepen op de straat en de beschikbaarheid van zelftesten. Die werden in andere landen gewoon uitgedeeld bij het tankstation.”

Als gedrag zo belangrijk is, is het dan niet raar dat jullie als gedragsunit geen vaste plek aan tafel hadden in Den Haag?

“We zijn meer op de achtergrond geweest. De enige keer dat ik samen met twee collega’s overleg heb gehad met bewindslieden is vlak voor de invoering van de avondklok. Toen kwam er een verzoek van minister Grapperhaus. Anderhalf uur later spraken we elkaar online. De kinderen zaten achter die schuifdeur daar te gamen, en ik zei: ‘Mag het wat zachter, ik heb hier de minister’.

“Zijn vraag was; wat betekent het als we deze zware maatregel invoeren? En hoe zorgen we dat het nageleefd wordt? We hebben het toen gehad over geanticipeerde spijt: je grijpt nu hard in omdat je wil voorkomen dat je later spijt hebt dat je het niet gedaan hebt. Het helpt om over die overweging eerlijk te communiceren. Dat creëert begrip.”

Is er wel genoeg naar jullie geluisterd?

“Dat is lastig te zeggen, want ik weet niet precies wat er met onze resultaten gebeurd is. We leverden onze cijfers aan met een toelichting erbij. We weten niet in hoeverre die besproken zijn. We hadden wel een appgroepje met Jaap van Dissel: ‘Gedragsunit voor Jaap’, waarin we hem op de hoogte hielden. Wel horen steeds meer van ons werk doorklinken in de persconferenties en merken we dat Tweede Kamerleden naar ons verwijzen. ”

Er zijn wel voorbeelden waaruit blijkt dat er niet is goed geluisterd. Neem de anderhalve meter. Jullie zeiden: haal hem er niet af, want het zorgt voor te veel verwarring als je hem snel weer in moet voeren.

“Tja, je weet niet wat er gebeurd was als de anderhalve meter was gebleven, zoals wij aangaven. Maar wat klopt is dat als je vertrouwen in het beleid wil houden, consistentie van belang is. Wij zagen in de loop van de tijd wel dat mensen het niet meer echt snapten en dat het vertrouwen én de naleving van de regels waarschijnlijk ook mede daardoor daalde.”

Nog zo’n advies van jullie: niet vingerwijzen. Misschien ook niet echt goed gegaan, in hoe Hugo de Jonge tijdens de persmomenten over ongevaccineerden sprak.

“Wij hebben steeds gezegd: er is verbindende taal nodig. We hebben letterlijk gezegd: noem geen zondebokken, dat helpt niet. Als het gaat om hoe rechtvaardig mensen het beleid vinden, is het van belang om iedereen het gevoel te geven dat ze gehoord worden.”

Dan is er toch niet goed geluisterd?

Ze aarzelt, wil geen ja of nee zeggen. “Kijk, we moesten als gedragsunit varen op openbare informatie, we kregen niets van te voren te horen. Dat was lastig voor ons, we waren geen onderdeel van de formele crisisstructuur. Het is goed dat die nu geëvalueerd wordt. Ik heb ook al een uitgebreid gesprek gehad met de Onderzoeksraad voor Veiligheid.”

Heeft u eigenlijk ook bedreigingen ontvangen, zoals Jaap van Dissel?

“Ja, en die heb ik allemaal doorgespeeld aan onze veiligheidsmedewerkers. Een bedreiging staat mij nog heel erg bij, dat was een getypte brief die werd bezorgd. Daarin stond dat wij zo goed bezig waren om mensen op te leiden richting de gaskamers. Ik vond het sowieso een heel unheimisch gevoel oproepen dat op het RIVM fysiek zo veel meer beveiliging was. Jeetje, we zijn een kénnis­instituut.”

Het lijkt me een hectische baan, die u de afgelopen anderhalf jaar had. Hoe ging u daarmee om?

“Ik was moe, op een gegeven moment. Je kunt een tijdje op adrenaline doorgaan, maar op een gegeven moment niet meer. Zeker na vorige zomer, toen ik maar een paar dagen vakantie kon nemen en alweer aan het werk moest omdat de besmettingen opliepen, vond ik het pittig. Ik voelde me verantwoordelijk.

“Wat me geholpen heeft om overeind te blijven, is hardlopen. Dat ben ik veel gaan doen om de spanning eraf te krijgen en goed met de drukte thuis om te gaan. Ik heb drie kinderen, van wie er twee al uit huis waren. Mijn twee dochters kwamen weer thuis wonen. Omdat ze alle drie al wat ouder zijn, kookten ze ook af en toe en hielpen ze mee.

“Een van mijn dochters zei op een gegeven moment: ‘Ook al ben je druk, ik vind het fijn dat je er bent’. Het thuiswerken en de aanwezigheid van mijn kinderen hebben mij ook geholpen. Hoewel ze op een gegeven moment niets meer wilden horen over corona. Ik maak me echt zorgen over de impact die deze periode heeft op hun generatie.”

Mariken Leurs

Mariken Leurs (1970) groeide op op de Veluwe en studeerde gezondheidswetenschappen in Maastricht. Aan diezelfde universiteit promoveerde ze later op ‘gezonde scholen.’ Sinds vier jaar is ze centrumhoofd van de afdeling Gezondheid en Maatschappij bij het RIVM. In die hoedanigheid werd ze ook hoofd van de gedragsunit, die in coronatijd werd opgericht. Mariken Leurs heeft drie kinderen en woont in Amersfoort.

Moeten we in dat opzicht niet meer oog hebben voor welzijn?

“Ons welzijn heeft in de afgelopen periodes van aangescherpte maatregelen onder druk gestaan. Met de komst van omikron moeten we hier weer extra alert op zijn. Jongeren en jongvolwassenen die nu niet naar school kunnen, sport of horeca kunnen, missen de contacten die zij nodig hebben voor hun ontwikkeling en hun welbevinden.

“Gevoelens van eenzaamheid en psychische klachten zagen we juist bij deze groepen sneller toenemen dan bij oudere generaties. Laten we daarom extra ons best doen om ook dit nieuwe virus door ons gedrag en het halen van de boosterprik in te dammen, zodat ook zij weer de ruimte kunnen krijgen die zij, en wij allemaal, zo nodig hebben. Samen hebben we al eerder laten zien dat we het kunnen.”

Is de balans in uw werk inmiddels een beetje terug?

“Nee, niet helemaal. Omdat wij óók elke keer denken: het wordt rustiger. Maar dat is niet zo.”

Twee dagen na het interview stuurt Mariken Leurs nog een mailtje: ‘Wat ik niet benoemd heb, maar wat er wel doorheen speelt, is dat ik een alleenstaande moeder ben van drie grote kinderen. Hun vader woont al een aantal jaar niet meer in Europa. Door corona kunnen zij hem extra lang niet zien. (...) Toch ook wel trots dat we het dit jaar gered hebben en ik overeind ben gebleven. Eigenlijk niet een beetje trots maar onwijs trots op zowel ons RIVM-team als op mijn gezinnetje.’

null Beeld

Lees ook de andere interviews uit de kerstbijlage van 2021

Hollywoodacteur Yorick van Wageningen: ‘Ik wilde zo enorm niet mezelf zijn, dat acteren een oplossing werd’

Politica Dilan Yeşilgöz: ‘Zelden heb ik gedacht, goh, ik ben anders’

Merel van Vroonhoven over haar overstap naar het onderwijs. ‘We doen geen recht aan de ontwikkeling die een kind doormaakt’

Ambassadeur Caecilia Wijgers gaf leiding aan de evacuatiemissie uit Kaboel. ‘Ik hoorde constant schoten. Dat was bloedstollend’

Olympisch atleet Sifan Hassan: ‘Ik had een slecht persoon kunnen worden’

Donald Pols won met Milieudefensie de zaak tegen Shell. ‘Wat iemand zelf doet voor het klimaat vind ik een onterechte vraag’

Peter Schouten verloor vriend en collega Peter R. de Vries, maar heeft zelf ‘geen seconde overwogen het bijltje erbij neer te leggen’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden