Klein verslagWim Boevink

Voor één dode tien minuten cel

‘Voor één dode tien minuten cel’, zo luidde de kop boven een overzicht van het Duitse vervolgingsbeleid inzake door nazi’s begane misdaden, dat in het laatste nummer van het weekblad Die Zeit stond.

Er is voor die vervolging in 1958 een speciale opsporingsdienst in het leven geroepen met de lange naam Zentrale Stelle der Landesjustizverwaltungen zur Aufklärung nationalsozialistischer Verbrechen. Hij zetelt in Ludwigsburg. Er werken 21 mensen.

De dienst zal in 2026 ophouden te bestaan; dan – zo heeft men berekend – zal de laatste die als volwassene nog het oorlogseinde heeft gehaald 99 jaar zijn. Voor het zover is, stelt de dienst nog alles in het werk om hoogbejaarden op te sporen die hebben bijgedragen aan de vernietigingsmachine en poogt ze voor de rechter te brengen.

Een soort eindsprint. Sinds 2008 is er een dertigtal verdachten aangewezen, in 2018 waren het er veertien, ­vorig jaar nog eens negentien. Veel te weinig en veel te laat, luidt de kritiek. Er is weinig in te brengen ­tegen de indruk dat de dienst op de valreep nog iets probeert goed te maken.

Moord verjaart niet

De inspanningen leiden ook nauwelijks nog tot veroordelingen. Oskar Gröning, de boekhouder van Auschwitz, werd in Lüneburg in 2015 nog veroordeeld, net als de bewaker Reinhold Hanning in Detmold. En dan is er nog de 93-jarige Bruno D. die in Hamburg terechtstaat bij de jeugdrechter, omdat hij destijds pas zeventien was toen hij dienst deed in het concentratiekamp Stutthof. Anderen stierven voortijdig en raakten dement. Geen van de aangeklaagden was jonger dan negentig.

Moet dat nog allemaal, dat gedoe met die oude mannen, vraagt Die Zeit zich af. ‘Moord verjaart niet’, is het eenvoudige antwoord uit Ludwigsburg.

Dat deed hij wel in 1958, toen de dienst werd opgericht. Toen gold nog dat moord na twintig jaar verjaarde, ­geteld vanaf 1945. Dus eigenlijk had de dienst in 1965 weer opgeheven kunnen worden, maar onder druk van het buitenland en nazi-jager Simon Wiesenthal besloot Duitsland de verjaringstermijn eerst met nog eens vier jaar te verlengen en daarna nog eens met tien.

Echter een wetswijziging in 1969 bepaalde dat vervolging alleen nog mogelijk was als concrete directe betrokkenheid bij moord bewezen kon worden; medeplichtigheid was al een te vaag ­criterium.

Zonder concreet bewijs

In Ludwigsburg was men vertwijfeld. De dienst werd op alle mogelijke manieren tegengewerkt, door politie, door justitie, door de politiek. Bewijzen van nazimisdaden waren moeilijk te vinden omdat de archieven overal verspreid waren (onder andere bij de Sovjets) of vernietigd. Uit die periode in de jaren zestig stamt de verzuchting: voor iedere dode tien minuten gevangenisstraf.

Eigenlijk veranderde alles pas sinds het proces tegen Ivan Demjanjuk in 2009, die in 2011 werd veroordeeld op basis van zijn functie als kampbewaker in Sobibor, dus zonder concreet bewijs van moord. Op dezelfde gronden werd Oskar Gröning in Lüneburg veroordeeld: hij was in Auschwitz werkzaam geweest, dus was hij schuldig aan medeplichtigheid.

Ik ben nu in Berlijn voor de presentatie van het boek met foto’s uit Sobibor, foto’s waarop Demjanjuk te zien zou zijn. Demjanjuk is dood, maar deze geschiedenis raakt nooit uitverteld. Daarvoor is zij ook veel te groot.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden