ColumnRosita Steenbeek

‘Voor de moslims tonijn in plaats van salami’, roept een non

Een stuk karton staat schuin ­tegen de muur, met een oranje bakje ervoor en een briefje ­waarop is geschreven: ‘Per ­favore, een beetje hulp voor mijn hondje en mij, grazie, Kira’. Ze liggen nog te slapen in hun papieren tent. Door de pandemie leven er steeds meer mensen op straat.

De zon komt op achter het Tibereiland wanneer ik ruim voor zeven uur de rivier oversteek. Ik wandel door stille straten naar de Santa Maria in Trastevere die van goud lijkt in het vroege licht.

Er schuifelt een man over het lege plein. Hij steunt op zijn stok en praat in zichzelf. Ook hij is op weg naar de basiliek waar zich al wat mensen hebben verzameld. Vanaf half acht wordt daar, zoals op veel andere plekken, ontbijt uitgedeeld door de Gemeenschap van Sant’Egidio.

Via een zijdeur in het voorportaal kom ik in een hal waar etenswaren zijn uitgestald en dan in een vierkante ruimte waar vrijwilligers druk bezig zijn met het snijden van brood, kaas en salami. “Ze wonen allemaal in de buurt”, zegt Luigia die de regie heeft sinds het virus alles overhoop gooide. Voorheen kregen de daklozen het ontbijt hier aan tafel geserveerd met verse koffie ­erbij. Nu wordt het uitgedeeld op het plein.

“Er moet bijgemaakt”, roept Silvia. “Het zijn er weer veel meer dan vorige week, ­zeker honderdveertig.”

Tegenwoordig komt een groeiend aantal mensen die wel een huis hebben maar geen geld voor eten. Ik help met het vullen van de groene plastic zakken. “Voor de moslims in plaats van salami een blikje tonijn”, roept een non.

Om half acht gaan we naar buiten en overhandigen de zak met het ontbijt, een flesje sap, een nieuw mondkapje en een pak pasta voor mensen die een keuken hebben. Ik kom allerlei bekenden tegen: een oudere Italiaan die altijd de deur openhoudt bij de supermarkt, een jonge Zweed die meestal in de lorum is. Door het wegblijven van toeristen krijgen ze veel minder toegestopt. ­Anderen hebben hun al dan niet zwarte werk verloren.

“Mondkapje ook over de neus”, beveelt Luigia. Ze herhaalt dat we afstand moeten bewaren en wijst naar een raam van een ­palazzo. Daar staat een man te loeren. “Die heeft al eerder de politie gewaarschuwd dat hier samenscholingen zijn.”

Aan de overkant wordt het terras in­gericht, door een van de weinige café-eigenaren die het nog aandurft. Je kunt er een spritz drinken voor 10 euro, maar druk zal het daar niet worden. De meesten die op al die terrassen werkten, zitten thuis en ­menigeen meldt zich bij de voedseluitdeling. Niet alleen het aantal mensen in nood groeit, ook het aantal vrijwilligers. Een werkloze ober van de overkant komt hier wel eens een handje helpen. Dat doet hem goed, zegt hij.

Rosita Steenbeek is schrijfster en woont deels in Rome. Meer van haar columns leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden