FotoalbumJanAnton Burger

Voor de kleintjes was hij een leuke vader

null Beeld

Pas kortgeleden leerde JanAnton Burger (76) zijn vader Jan Burger anders kennen, dankzij de boeken van Felix Timmermans.

“‘Mijn vader verkleed in een Walchers boerenkostuum: hij had er duidelijk pret in toen hij zich tijdens een vakantie in Koudekerke zo liet fotograferen. Hij is geboren in 1901, de foto moet dateren uit de jaren ’35-’40 want ik weet dat hij en zijn gezin toen ’s zomers graag naar Walcheren gingen.

Ik ben geboren in 1945. Mijn moeder was de tweede vrouw van mijn vader. Zijn eerste vrouw, met wie hij zes kinderen kreeg, stierf in 1943. Hij is daarna vrij snel hertrouwd, met zijn achternicht. Samen kregen ze drie kinderen, van wie ik de oudste ben.

Mijn zes oudste broers en zussen hebben hem anders ervaren dan wij. Ze schilderden hem af als een calvinistische, rigide man. Hij was zeer gereformeerd, geen Jan Wolkers-vader, maar wel streng, dat kun je op foto’s ook wel zien. Ik heb daarentegen enkel plezierige herinneringen aan hem, maar dat komt ook omdat hij mij niet als puber heeft meegemaakt: ik was zeven toen hij op zijn éénenvijftigste aan longkanker overleed. Mijn moeder zei altijd: “Hij was voor de kleintjes leuk, maar als ze in de puberteit kwamen werd het een ander verhaal.”

Ik herinner me hoe we op een Koninginnedag samen fietsten naar de Parkhaven in Rotterdam om te kijken naar de kruiser Hr. Ms. Tromp die daar lag aangemeerd. Het was onvergetelijk: veel volk op de been, veel vlagvertoon en bulderende saluutschoten. Thuisgekomen vroeg ik mijn moeder of ze die ook had gehoord, tot mijn teleurstelling was het haar niet opgevallen.

Mijn vader heeft me nooit bestraffend toegesproken of een draai om de oren gegeven, mijn moeder gaf me weleens een mep. Een paar keer heeft hij tussen ons bemiddeld. Toen ik een keer tijdens het buiten spelen vergat dat ik voor het donker thuis moest zijn en te laat binnenkwam, stuurde zij me zonder eten naar bed. Na een tijdje werd ik bij vader geroepen die in de voorkamer in zijn ziekenhuisbed lag, het gezin zat te eten in de achterkamer. Hij zei: ‘Je bent fout geweest, maar ik schrijf een briefje dat je aan moeder geeft en je biedt je excuus aan’. Dat heb ik gedaan waarna ik alsnog mocht komen eten.

Hij zou weer beter worden, kreeg ik te horen

’s Morgens werd ik altijd wakker door het gehoest van mijn vader. Na enige tijd drong het tot me door dat hij ziek was, maar hij zou weer beter worden, kreeg ik te horen. Op een dag eind januari 1953 vroeg moeder of ik bij oma wilde logeren en ze zei dat ik mijn vader een zoen moest geven. Vanuit zijn bed zwaaide hij nog naar me toen ik bij de deur was. De volgende avond vertelde mijn oma dat hij die nacht zou sterven – dat was volkomen onverwacht voor mij. Ik heb liggen huilen. Vreselijk. Tot mijn opluchting hoefde ik niet mee naar de begrafenis. Veel later zei een van mijn zussen dat mijn moeder bang was geweest dat ik thuis begrafenisje zou gaan spelen als ik mee was gegaan. Niet ondenkbaar, want ik was een jongetje met veel fantasie.

Toen mijn moeder een boekenkastje van mijn vader wegdeed, mocht ik enkele boeken meenemen naar mijn kamertje. Waarom weet ik niet, maar zes van de zeven boeken die ik uitkoos waren van de Vlaamse schrijver Felix Timmermans. Het kwam nooit in me op ze ook te lezen, totdat ik een paar jaar geleden in een verzamelbundel met domineesverhalen stuitte op een hoofdstuk uit een boekje van dominee S. Ulfers. Ik herkende de titel – Oostloorn – en dacht opeens: dat stond bij vader in de kast! Toen schoot Felix Timmermans me te binnen, diens boeken vond hij kennelijk mooi. Verrassend, want Timmermans was rooms-katholiek, dat is zo fundamenteel anders dan het kerkelijk milieu van mijn vader.

Eén boek van hem heeft hij letterlijk stukgelezen: Boerenpsalm. Over een boer met een stuk grond dat zijn alles is. Hij heeft het van God gekregen om het te bewerken, maar hij is afhankelijk van het weer. Hij moet het overlaten en dat brengt een zekere vroomheid met zich mee, roomse vroomheid weliswaar, maar zijn verhouding tot God zal mijn vader zeer hebben aangesproken. Ik stel me voor dat hij met genoegen aan Boerenpsalm en het Vlaanderenland dacht toen de foto werd gemaakt. Hij staat wijdbeens en kijkt uitdagend, zo van: dit is mijn land!

Mijn kijk op hem heeft zich verdiept door het werk van Timmermans. Ik weet nu dat hij hem citeerde als hij tegen mijn moeder zei: ‘In uw voetspoor, o mijn welbeminde, loopen de jonge dochterkens met lichten tred’. Ik lees het met een glimlach: het is leuk dat je je vader herkent in wat je zelf mooi vindt, en dat je dat pas na je zeventigste ontdekt.”

Wilt u ook worden geïnterviewd over een bijzondere foto? Mail: fotoalbum@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden