Bosbessenmandjes op het spoorwegemplacement, rond 1920. Beeld
Bosbessenmandjes op het spoorwegemplacement, rond 1920.Beeld

Bosbessenkoorts

Voor 2,5 cent per emmer plukte arm Groesbeek zich ’s zomers de handen blauw

Zomer in Groesbeek, dat was voor de kinderen uit arme gezinnen: met een emmer het bos in om bessen te plukken. Daarvoor gingen de scholen zelfs een paar weken eerder dicht.

Floor de Booys

Als ik me in de zomervakantie verveelde, vertelde mijn opa steevast dat hij als jongetje nooit vakantie had. Hij kreeg wel vrij van school, maar moest met zijn broers en zusjes bosbessen plukken. Die extra inkomsten waren hard nodig om het gezin van twaalf kinderen draaiende te houden. Ze trokken er nog voor het licht werd op uit om in het bos de beste plukplekjes te vinden en kwamen pas laat in de middag thuis met emmers vol bosbessen, en blauwe handen.

Dankzij mijn opa wist ik weer dat het een luxe was om je te vervelen. En wentelde ik me met nog meer overgave in mijn zomerse lamlendigheid.

Theo Eijkhout was de vader van mijn moeder en hij kwam uit Groesbeek, een dorp aan de Duitse grens, bij Nijmegen. Hij groeide op in ’t Vilje – de achterbuurt van Groesbeek – vlak bij de Stekkenberg. Zijn vader was vroeg weduwnaar geworden en bleef achter met zes jonge kinderen. Hij hertrouwde een weduwe uit het dorp die ook zes kinderen had. Dit samengestelde gezin moest de eindjes aan elkaar knopen.

Haat-liefdeverhouding

Mijn opa is al ruim dertig jaar dood. Maar zijn bosbessenverhaal is me altijd bijgebleven. Het doet me denken aan de sprookjes over arme kinderen, die ik als meisje graag las. Hans en Grietje en Het meisjes met de zwavelstokjes. Ik zie mijn opa als klein jongetje in het bos zitten, gehurkt bij de laag bij de grond groeiende struikjes. Als wij met hem door het bos wandelden, wees hij ze altijd aan. Net zoals veel Groesbekers die als kind verplicht hebben geplukt, had mijn opa een haat-liefdeverhouding met de bosbes. Hij was dol op bosbessenpannenkoeken, maar het blauwpaarse besje deed hem ook denken aan de bittere armoede van zijn jeugd.

Groesbeek grenst aan het Reichswald, een glooiend bosgebied dat zich uitstrekt tot Kranenburg en Kleef. “Wij hebben het liefkozend over ons Wald”, zegt veldbioloog Henny Brinkhof. Hij is actief lid van de Werkgroep Milieubeheer Groesbeek. “Het bos heeft generaties Groesbekers gevoed met bessen, kastanjes en paddenstoelen. En met takken en dennenappels werden de huisjes warm gestookt.”

Ik zou mijn opa graag veel meer over die tijd willen vragen, maar dat kan helaas niet meer. Gelukkig is daar Jan Medendorp van de Heemkundekring Groesbeek. Hij weet veel van de geschiedenis én kent bijna iedereen in het dorp. “Er zijn nog maar een paar mensen die kunnen vertellen over hoe dat vroeger ging met de bosbessen.”

Floor de Booys (1970) is journalist. Ze was onder meer hoofdredacteur van de Haagse en Haarlemse straatkrant, en als voorlichter van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer. Momenteel is ze senior communicatieadviseur voor het Verwey-Jonker Instituut in Utrecht.

‘Alles vol, behalve ons buukskes’

Een van hen is de 96-jarige Mientje Driessen. “Mijn vader overleed in 1932 aan een longontsteking en mijn moeder bleef achter met zes kinderen tussen de één en acht jaar. Ik was de oudste. Mijn moeder kreeg van de steun 12 gulden en 50 cent per maand. En daar redde ze het mee, ze was niet alleen zuinig, maar ook creatief. We zagen er altijd verzorgd en leuk gekleed uit. Mijn moeder kon heel goed naaien. Dat vonden ze verdacht en ze werd gekort. Ze moest het voortaan met 10 gulden zien te redden. Daarom plukten we ons ’s zomers de handen blauw. Voor één emmertje kreeg je 2,5 cent.”

Vanaf station Groesbeek – er was sinds 1865 een spoorlijn – reden treinen vol bessen naar Duitsland. Er werd jam van gemaakt. De bessen werden per boot ook naar Engeland vervoerd en waren vanwege hun hoge vitamine C-gehalte een aanvulling op het dieet van de mijn­werkers. In eigen land waren de bosbessen ook populair. De flesjes bosbessensap waren een vaste waarde in de Hollandse voorraadkast. En Groesbeek was tot in de jaren vijftig het bosbessencentrum van Nederland.

In de Nieuwe Apeldoornse Courant van zaterdag 19 juni 1915 is te lezen: ‘Zodra in Groesbeek de bes rijp wordt, beginnen daar de aanvallen van bosbessenkoorts. Trots de leerplicht, loopt de school in een minimum van tijd leeg. Allen moeten en zullen naar het bos.’

Cor Janssen kent het liedje nog dat ze ’s middags zongen als ze met emmers vol bosbessen terugliepen naar huis. “Alles vol, alles vol, behalve ons buukskes.” De 91-jarige Groesbeekse neuriet het in haar seniorenwoning waar ze samen met haar man Geert woont. Ze kan zó de honger en vermoeidheid weer oproepen waarmee ze na een lange dag plukken thuiskwamen. “Van de geplette bosbessen bakte mijn moeder voor ons ‘wasbère koeken’, de goede bessen werden meteen naar de opkopers gebracht. Er werd heel secuur gewogen, de besjes werden ontdaan van takjes en blaadjes. Je kreeg ter plaatse in centen uitbetaald.”

Om te mogen plukken had je een ‘bosbessenbriefke’ nodig. Er waren luitjes die zonder vergunning hun emmers vulden, vertelt Geert Janssen. “Als je werd betrapt door de boswachter, was de straf niet mals. Ik heb een keer gezien dat de boswachter de emmer zó voor de neus van een vriendje leegkieperde. Een halve dag plukken voor niks.”

De bosbessen werden altijd al door de Groesbekers voor eigen gebruik geplukt. Elk gezin legde ’s zomers een voorraadje aan. Aan het kleine, donkerblauwe besje werden geneeskundige krachten toegekend. “Je kreeg van je moeder eerder een bosbes dan een aspirientje”, herinnert Cor Janssen zich nog goed. “Ze werden ingemaakt zodat we er het hele jaar van konden eten. Zonder suiker. Ze waren zó zuur dat je meteen vergat dat je ziek was.”

Hoera, het regent!

Omdat de scholen leegliepen als de bessen rijp waren, werd er in Groesbeek een speciale bosbessenvakantie ingesteld. “Wij waren twee weken eerder vrij dan onze leeftijdgenootjes in Nijmegen. Als het een dag regende, waren we blij want dan hoefden we niet te plukken”, vertelt Geert. En als de bosbessenstruikjes eind juli waren kaalgeplukt, moesten de aardappels gerooid worden. Ook daarvoor werden kinderen ingezet. “Je was de hele zomer hard aan het werk”, vertelt Cor. “Lastig om dat aan de jeugd van nu uit te leggen.”

Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag de export grotendeels stil. De Groesbekers hadden wel wat anders aan hun hoofd dan bosbessen plukken. Op zondag 17 september 1944 landden duizenden geallieerde parachutisten in Groesbeek voor Operatie Market Garden. Als die was gelukt, zou de Tweede Wereldoorlog voor Kerstmis 1944 beëindigd zijn. Maar het offensief mislukte en Groesbeek lag tot begin februari in de frontlinie. Het dorp liep ern­stige schade op.

Het beste medicijn tegen ouderdomskwaaltjes

De oorlog in Oekraïne roept bij Cor en Geert Janssen herinneringen op aan die verschrikkelijke tijd. “Alles komt weer boven. De angst als het luchtalarm afging en je moest schuilen in de kelder. We slapen er soms slecht van.” Vlak bij waar nu hun appartement staat, stegen de vliegtuigen op om Duitse doelen te bombarderen. “Dat gebeurde vaak ’s nachts. En dan gaven we die Engelse en Canadese piloten een handje bosbessen voordat ze vertrokken. Want dat hielp volgens ons tegen nachtblindheid.” Het wetenschappelijke bewijs dat de bessen het nachtzicht verbeteren werd in 1960 door Franse onderzoekers geleverd.

Halverwege de jaren vijftig werd de bosbessenvakantie opgeheven. Er viel aan de bosbes niet meer zo goed te verdienen, de export zakte in. Door sociale regelingen was de pluk voor de arme gezinnen niet meer zo broodnodig. De schoolbanken bleven vol. Maar het bleef ’s zomers nog jaren lang druk in de Groesbeekse bossen. Vooral met plezierplukkers.

Cor Janssen heeft nog een doosje met de oogst van ­vorig jaar in de vriezer. Zelf plukken doen zij en haar man allang niet meer. “Maar er zijn altijd buurtjes die er wat komen brengen.”

Haar man gaat nog wel elke dag een uurtje wandelen in het bos, dat zo’n beetje in zijn achtertuin begint. “Het beste medicijn tegen ouderdomskwaaltjes.”

Kale plekken in het bos

Veldbioloog Henny Brinkhof struinde als kind al door het Wald en maakte daar later zijn beroep van. Op zijn gezicht tekent zich een zorgelijke frons af als hij vertelt hoe zwaar de bosbes het de laatste decennia heeft. “Ze is bijna verdwenen uit Groesbeek.”

Dat komt door een samenloop van omstandigheden. De Vaccinium Myrtillus – de Latijnse naam van de bosbes – komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika en doet het goed op schrale grond. Toen de bessenstruik omstreeks 1850 in de omgeving van Groesbeek werd geplant, waren er door de houtkap veel kale plekken in het bos. Daar werden voor de werkvoorziening sparren voor teruggezet en zo ontstond de ideale biotoop voor de bosbes. Sparren ­laten veel licht door, zodat de bosbes goed kon rijpen. Maar de laatste decennia heeft Staatsbosbeheer meer loofbomen geplant en die houden ’s zomers het licht ­tegen. De intensieve landbouw en veeteelt in de Gelderse Vallei zorgen bovendien voor een toename aan stikstof die neerslaat op de natuur. Alles bij elkaar behoorlijk ­funest voor de bosbes.

Miss Bosbes is nu Wijnkoningin

Brinkhof ijvert nu voor een plukbos in Groesbeek waarin onder meer de bosbes in volle glorie wordt ­hersteld. Maar hij heeft vooralsnog Staatsbosbeheer en de Groesbeekse gemeenteraad niet mee. “Zij voelen er niks voor. Ze vinden dat het bos een plek is om te recreëren, bessen koop je maar in de supermarkt.” Daar is ook de blauwe bes te koop, die we allemaal in onze yoghurt, smoothie of havermoutpap doen. Deze grotere broer van de bosbes wordt gekweekt en is niet half zo smaakvol.

De opwarming van de aarde heeft ook voordelen. In Groesbeek zie je op steeds meer hellingen druivenranken staan. In de zomer wordt niet langer een mooie Groesbeekse tot Miss Bosbes uitgeroepen, maar jaarlijks een nieuwe Wijnkoningin gekroond.

Mijn opa liet Groesbeek en ’t Vilje na de Tweede Wereldoorlog achter zich, ging in Nijmegen bij gloeilampenfabriek Philips werken, trouwde met mijn oma en stichtte een gezin. Maar hij zou met zijn pikzwarte haar en donkere huid altijd ‘dien zwarte uut Groesbeek’ blijven.

In de woonkamer van Cor en Geert Janssen slaat die omschrijving als een bliksemflits in. “Dan moet jouw opa mijn buurjongen zijn geweest”, roept Geert uit. “Ik kwam er veel over de vloer. Een warm gezin. Met twaalf monden om te voeden hadden ze het niet breed, maar ze waren toch gul. Er werd altijd een bordje voor me bijgezet.”

Lees ook:

Rondje Europa, Zweden

Bosbessenoverschot goed voor zo’n 600.000 ton fruit.

Een blauwe bessenstruik, dat is een apotheek aan huis

Wetenschappers hebben ontdekt dat het eten van blauwe bessen helpt bij het afvallen. Dat overkwam althans de ratten die de vruchten te eten kregen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden