Essay Vonne van der Meer

Vonne van der Meer over stilte: ‘Wie het stil laat zijn, neemt een risico’

Beeld Johan van Zanten

Ongemakkelijk voor de een, intiem voor de ander. ‘Wie het stil laat zijn, neemt een risico’, zegt Vonne van der Meer. 

In de kamer waar ik dit schrijf is het stil, in de kamer waar u dit leest misschien ook. Ik kan niet schrijven wanneer iemand het woord tot me richt, en u kunt waarschijnlijk niet lezen. Dan wordt u kribbig, u zegt: Nu even niet, lieverd. Ik probeer dit stuk te lezen. Dat het bij mij stil was toen ik dit schreef en bij jou nu ook – ik tutoyeer maar, het gaat tenslotte over iets intiems – maakt het nog niet tot onze stilte. Terwijl jij dit leest, zet ik misschien de radio aan en zing mee met de top 2000.

De zin die ik lees, kan de schrijver heel dichtbij brengen en ik op mijn beurt probeer mijn lezer naar me toe te schrijven. Aanraking, blik, en woorden – geschreven, gesproken, gezongen – willen hetzelfde: de ander bereiken. Maar zonder stilte is er geen intimiteit. De stilte is lankmoedig, zij praalt niet, zij zoekt zichzelf niet. Hadden we de stilte niet, dan waren we nergens. In stilte zijn we het dichtst bij elkaar – juist dan.

Er viel een lange stilte.
Het bleef even stil.
Ze keken een poosje stil voor zich uit.

Er vallen nogal wat stiltes in mijn verhalen, maar steeds grijp ik naar datzelfde woord terwijl er toch zoveel verschillende soorten stilte zijn. Er zouden evenveel woorden voor moeten bestaan als in het Arabisch voor zand.

Beeld Johan van Zanten

Eerste stilte

Ik was het derde kind in ons gezin, dus echt stil kan het bij ons thuis niet geweest zijn. Toch herinner ik me mijn kindertijd als uitgesproken stil. Tijdens mijn eerste vier jaar zaten mijn broer en zusje al op school, en was ik meestal alleen thuis met mijn moeder. In stilte ging ze haar gang en liet mij mijn gang gaan. Zij deed het huishouden, ik scharrelde wat om haar heen. Ons ritme werd niet onderbroken door crèche of peuterspeelzaal.

Beeld Johan van Zanten

Mijn moeder zal heus geantwoord hebben als ik haar een vraag stelde, de gewone kindervragen: ‘Kijk, mama, stof zweeft maar ik niet? Hoe kan dat?’ Ik praatte tegen mijn poppen, en liet ze met elkaar praten. En zij praatte vast ook wel in zichzelf en tegen mij af en toe, over wat ze aan het doen was. Rond tien uur opende ze de klep van het radiomeubel, zette haar kop koffie erop en mijn beker chocolade om naar het nieuws te luisteren. Na het weerbericht ging de radio uit en keerde de stilte in huis terug. Met stil bedoel ik hier niet dat je een speld kon horen vallen, maar dat wij in elkaars nabijheid genoeg aan onszelf hadden. Van de eerste weken op de kleuterschool herinner ik me vooral het helse kabaal, en hoe stuurs ik daarvan werd.

Stilte tussen vrienden

Op school leerde ik het meisje kennen met wie ik nu, decennia later, nog steeds bevriend ben. Het initiatief om samen te spelen nam zij: of ik met haar op de wip wilde. Algauw waren wij onafscheidelijk. Samen spelen was heel lang een kwestie van regieaanwijzingen geven, de rollen verdelen: ‘Ik ben de moeder en jij het kind’. Vlak achter haar huis begon een groot bos waar we veel tijd doorbrachten. Na school wilden we alleen maar buiten zijn, het bos in, hard rennen. Gaandeweg verzonnen we pas wie ons achternazat en waarom. Welke schat we in veiligheid moesten brengen, welke vijand te slim af zijn. Tijdens dat hollen en verstoppen werd er niet veel gesproken, hooguit: ‘Kijk uit, daar! Hij ziet ons, duiken!’ Mijn hartsvriendin en ik – wij hadden aan weinig woorden genoeg.

Beklemmende stilte

Als nakomertje met oudere zusjes die al uit huis waren, had mijn vriendin thuis na school niemand om mee te spelen. Ook geen naaste buren, want hun grote huis lag afgelegen, op een heuvel buiten het dorp. Steeds vaker werd ik meegevraagd op weekeinden weg en op vakanties van soms wel drie weken. Naar Engeland, Denemarken, Noorwegen. Mijn ouders konden niet zomaar even komen aanwaaien. Halverwege die vakanties kreeg ik dan ook steevast heimwee, zeker ’s avonds. Dan verlangde ik naar mijn eigen bed, naar mijn eigen moeder. Naar haar stem en naar hoe ze me voorlas voor het slapengaan.

Mijn hartsvriendin voelde dat er iets was, maar als zij vroeg waar ik aan dacht, scheepte ik haar af. Ik zei maar wat: aan school of aan wat we die dag gedaan hadden. Ik wilde er niet over praten. Mijn heimwee was van mij. Vroeg ze door, dan draaide ik me van haar af en deed alsof ik sliep. We leken wel een slecht huwelijk. Soms maakte mijn stilte haar zo radeloos dat ze me kneep, of ze paste de meisjesmarteltruc toe: twee handen in een klem om mijn pols werden langzaam van elkaar afgedraaid. ‘Prikkeldraad’, heette dat. Het huilen stond me nader dan het lachen. Pas jaren later begreep ik dat mijn zwijgzaamheid haar minstens zo veel pijn moet hebben gedaan.

Beeld Johan van Zanten

Stilte tussen geliefden

Ontdekken wie hij is, wat hij denkt, en wat voor leven hij leidde voor hij mij tegenkwam. Waarom verhuisden jullie toen? Zie je je vader nog? Hoe kom je aan dat litteken? Ik wilde het allemaal weten. En over mezelf vertellen. Geen mens, hoe verlegen ook, zal het praten in de baltstijd helemaal aan de ander overlaten. Aan iemands lippen hangen kan best bevredigend zijn, geliefden hangen aan elkaars lippen. En kijken ook, dat vooral, naar die lippen. Hoe ze bewegen, naar de vorm, hun kleur. Hoe ze door iets wat jij vertelt, veranderen van gespannen nieuwsgierig in een glimlach.

Uit puur enthousiasme kletsen wij elkaar de oren van het hoofd en nu ruim veertig jaar later ben ik nog steeds benieuwd te horen hoe mijn levensgezel ergens over denkt. Maar als we inmiddels niet ook samen stil zouden kunnen zijn, zou ik gillend weglopen. Lange stiltes kunnen laten vallen is, in vriendschap en in liefde, een blijk van vertrouwen.

Ik weet niet waarom het oudere echtpaar, zwijgend tegenover elkaar aan een restauranttafel, zo belachelijk wordt gevonden. Voer voor cabaretiers. Het ziet er misschien ongezellig uit, maar ze zitten daar niet voor ons. Wie weet hebben ze genoeg aan hun eigen gedachten die niet meteen geuit hoeven te worden. Zolang er geen wrokkige stilte rond hun tafel hangt, zijn ze niet beklagenswaardig.

Het paar een tafel verderop, wachtend op hun bestelling volledig in beslag genomen door hun telefoons, is dat wel. Aan die tafel kan niet eens een stilte vallen, want er wordt zelfs geen poging tot zoiets als een gesprek gedaan. Wie het stil laat zijn, neemt een risico, het is niet zeker wat er vanuit de stilte boven komt drijven.

Beeld Johan van Zanten

Stilte der stiltes

De intieme stilte zoals tussen schrijver en lezer of tussen huisgenoten valt ook als we niet onder ons zijn. Nadat de laatste noot geklonken heeft vóór het applaus losbarst. Tijdens de mis na het ‘Kyrië’, en later in de liturgie nadat de voorbidder gezegd heeft: “En bidden we nu nog een moment in stilte voor onze eigen intenties.” Die stilte, wanneer een tien- of honderdtal mensen min of meer tegelijk naar binnen keert om verdriet en zorgen in hun eigen leven al biddend te benoemen, is misschien wel de intiemste. De stilte der stiltes. Ik hoor de namen van de intimi die door al die hoofden gonzen niet – namen van zonen, dochters, doden. Ook in mijn hoofd gonst het. Niets weet ik van de geknielde Pool naast me, de vrouw schuin voor me, maar deze heilige stilte verbindt ons.

Heilzame stilte

Terug naar de beklemmende stilte die ik als kind heb veroorzaakt door mijn heimwee op te kroppen. Daarvan heb ik voorgoed mijn bekomst. Maar alles zeggen wat ik op mijn lever heb? Voor alledaagse ergernissen is het misschien een goed advies, maar bij pijnlijke misverstanden heeft stilte mij meer gebracht. In de uren dat ik me terugtrek in een kamer of in mezelf, gebeurt er wel degelijk iets. In mij en ook in de man, zoon, vriendin, de plotseling onuitstaanbare ander die me, door iets wat gezegd is maar wat niet begrepen werd, nu zo vreemd is dat ik niet weet waar ik het zoeken moet. Dat het stil is, wil niet zeggen dat er geen beweging is. Er gebeurt van alles, juist dan. Hoe dat kan, weet ik niet, maar het werkt. Daarom gun ik mezelf ook deze stilte, en de tijd die zij nodig heeft. Want stilte en tijd zijn intelligenter dan ik, vergevingsgezinder dan jij en ik samen.

Negen maanden stilte

Het kind in je buik kun je met het blote oor niet horen. Vaders proberen het door hun oor op de buik van hun vrouw te leggen. Dan horen ze misschien wat geborrel van haar darmen en met een beetje geluk voelen ze een voetje langs haar buikwand schuiven. Wanneer ouders voor het eerst de versterkte hartslag van hun kind te horen krijgen, maakt dat diepe indruk. Het regelmatige bonzen, die harteklop lijkt veel échter dan wat op het scherm bij de echoscopie te zien is: een buitenaards wezentje in korrelig zwart-wit, zwevend in het duister.

Beeld Johan van Zanten

Anton van Wilderode schreef een prachtig, teder Annunciatiegedicht, dat zich afspeelt in het pre-echoscopisch tijdperk. Nazareth, heet het. Aan het woord is Gabriël, aanzegger van Maria’s zwangerschap.

… Maria zat in een hoek
van haar kleine kamer, wit en ontdaan
en verwonderd na mijn bezoek.
Ik vloog naar de nok van de hemel weer
en door niemand nagestaard;
ik knielde in het midden des hemels en zei:
Vader zij heeft aanvaard.
En heel de ruimte werd wit en stil
van roerloosheid en van licht,
want beneden begon Maria aan
de strofen van haar gedicht.

Deze dagen vieren we dat het gedicht is afgekomen en in de wereld gezet. We lezen het nog steeds, leven ermee, belijden het kritisch of enthousiast. Maar zoals alles van waarde, is het in stilte ontstaan.

Vonne van der Meer. Beeld Annaleen Louwes

Vonne van der Meer (1952) schreef voor toneel en kreeg bekend­heid met de verhalenroman ‘Eilandgasten’ (1999). Dit jaar verscheen de roman ‘Vindelingen’.

Lees ook: 

De man achter de streepjes. 

Opeens maakt Nel Veerman praatjes met wildvreemden, dankzij de boekenkast beneden in de hal. Vonne van der Meer schreef dit verhaal voor de Nationale Voorleeslunch, die voor de vijfde keer plaatsvindt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden